Preek op de Tweede Paasdag, pastoor Frank Domen
Openingswoord
Welkom allemaal op deze Tweede Paasdag!
Een bijzonder woord van welkom voor een paar jongeren: Milo Wassenaar, 20 jaar, en Fiene Schuijt, 14 jaar, zij worden vandaag allebei gedoopt en doen hun Eerste Communie, en Sima Gurikova, 15 jaar, zij doet haar Eerste Communie. Welkom jullie, en ook jullie familie en peetouders.
We vieren vandaag ook weer het Paasfeest: dat Jezus leeft – dat de dood Hem niet kon vasthouden. In de eerste lezing horen we Petrus vol vuur spreken: “God heeft Hem ten leven opgewekt!” Dat vuur, die vreugde, dát is Pasen. Niet iets van lang geleden, maar iets wat ook vandaag in ons mag branden.
Jezus is niet in het graf gebleven – en wij hoeven niet vast te blijven zitten in twijfel, verdriet of angst. Hij leeft, en dat verandert alles. Laten we deze Mis beginnen vol hoop, en met open hart luisteren naar wat Hij ons vandaag wil zeggen.
Openingsgebed
Laat ons bidden. God, Gij schenkt steeds nieuwe kinderen aan uw Kerk. Geef dat uw dienaren in hun levenswijze trouw blijven aan het Sacrament, dat zij in geloof hebben ontvangen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die … Amen.
Preek
Lieve mensen, we hebben het nu even niet over de Verrijzenis van de Heer, maar over twee heel bijzondere geschenken uit de hemel: het Doopsel en de Eucharistie. Velen van ons zijn al jaren geleden gedoopt en hebben hun Eerste Communie gedaan; anderen zijn nog maar pas in aanraking gekomen met het geloof, maar zijn wel al heel goed bezig. Hoe dan ook – deze twee Sacramenten gaan je leven veranderen als je ze echt leert kennen.
Laten we beginnen bij het Doopsel. Daar gebeurt iets ongelooflijks. Het is niet zomaar een mooi ritueel of een traditie van de Kerk. Het is het moment waarop God jou bij je naam roept. Je wordt kind van God. Je oude leven – zonder Hem – wordt afgewassen, en je krijgt een nieuw leven, een leven met Jezus. De Heilige Geest komt in je wonen. Dat is niet zichtbaar met je ogen, maar het is wel echt. God zegt: “Jij hoort bij Mij, voor altijd.”
Maar het Doopsel is geen eindpunt; het is geen diploma-uitreiking waarna het tijd wordt voor iets anders. Het is een begin. Een deur naar een nieuw leven, waarin je mag groeien in geloof, hoop en liefde. En daar komt de Eucharistie in beeld.
De Eucharistie – de heilige Communie – is het hart van ons geloof. Jezus heeft bij het Laatste Avondmaal gezegd: “Dit is mijn Lichaam, dit is mijn Bloed.” Niet: “Dit is een symbool”, of “Denk aan Mij terug.” Nee, Hij bedoelde: “Ik geef mijzelf echt aan jullie.” Elke keer als we de Eucharistie vieren en communiceren, gebeurt er iets heiligs en intiems. Jezus komt bij ons binnen. Niet als idee, maar als levend Brood. Als kracht voor onderweg.
De Eucharistie is dus voedsel voor je ziel. Denk aan een kampvuur. Je gooit er hout op, zodat het blijft branden. Zo is de Eucharistie het hout, dat het vuur van je geloof brandend houdt. Zonder dat vuur dooft het langzaam uit. Maar met de Eucharistie blijft het branden – soms fel, soms zacht, maar altijd levend.
Doopsel en Eucharistie horen dus bij elkaar. Het Doopsel maakt je klaar voor de Eucharistie. Je wordt kind van God – en dan mag je aan tafel komen bij je Vader. De Eucharistie is het voedsel, dat je als kind van God nodig hebt om te groeien in heiligheid. Beide Sacramenten horen bij elkaar als ademhalen en zuurstof, als hartslag en bloed.
Zonder Doopsel kunnen we de Eucharistie niet ontvangen. En zonder Eucharistie is het vuur van ons Doopsel maar moeilijk warm te houden.
Dus: als je gedoopt bent, leef dan vanuit die identiteit – je bént een kind van God. En als je mag communiceren, neem dat dan nooit achteloos. Je ontvangt Jezus zelf. En Hij zegt tegen jou: “Ik wil in jou leven, met jou meegaan, je kracht geven.”
Lieve medegelovigen, laat je doop geen herinnering zijn, maar een bron van leven. En laat de Eucharistie jouw wekelijkse ontmoeting zijn met Jezus, die jou nooit alleen laat. Amen.