Preek op 30-11-2025, eerste zondag van de Advent, jaar A, pastoor Frank Domen
Openingswoord
Beste medegelovigen, welkom op deze eerste zondag van de Advent, een nieuw begin in ons geloofsjaar. De eerste kaars is aangestoken. Advent is een wekroep: dat we niet leven alsof er niets meer te verwachten valt, maar als mensen van verlangen naar de komst van de Heer. God wekt in ons een heilzame onrust, zodat we niet inslapen in het alledaagse.
Jesaja schetst vandaag een wereld van vrede, waar wapens worden omgevormd tot werktuigen van leven: Gods droom voor ons. Daarom klinkt de uitnodiging: “Laat ons wandelen in het licht van de Heer.” Laten wij met open hart binnengaan in deze tijd.
Openingsgebed
Laat ons bidden. God, onze Vader, van U zijn de eeuwen en de tijden, de dagen en de nachten. Laat niet toe, dat wij leven alsof wij niets meer te verwachten hebben. Wek in ons hart een heilzame onrust omwille van het uur waarop uw Zoon zal wederkomen, Jezus Christus, onze Heer. Die met U leeft en heerst … Amen.
Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst
Preek
Broeders en zusters, vandaag beginnen wij de Advent: vier weken waarin de Kerk ons zacht, maar dringend uitnodigt om wakker te worden. Niet uit angst, maar omdat God ons iets wil schenken. Paulus zegt: “De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan.” Advent toont een horizon waar het licht al zichtbaar is; wij mogen ernaartoe wandelen.
Om dat licht te herkennen, moeten we waken. Jezus zegt: “Weest waakzaam.” Dat klinkt streng, maar betekent vooral: leef bewust en met verwachting. Want wie verlangt, herkent sneller wat God doet. En wie waakt, merkt dat God vaak komt op momenten die wij niet voorzien.

1. De tijd van Noach en onze tijd
Jezus vergelijkt Zijn komst met de dagen van Noach. De mensen van toen deden wat wij ook doen: werken, eten, plannen maken. Niet slecht – maar ze leefden zonder innerlijke aandacht voor God. De zondvloed overviel hen, omdat zij niets verwachtten.
Ook wij leven in zo’n tijd. Jongeren worden overspoeld door prikkels en verwachtingen; ouderen door zorgen en verantwoordelijkheden. Het gevaar is hetzelfde: dat we zo bezig zijn met het gewone, dat we de komst van de Heer ín dat gewone niet herkennen. Daarom zegt Jezus: “Weest bereid.” Niet angstig, maar open.
2. Paulus: leg de duisternis af, trek het licht aan
Paulus roept ons op “de werken der duisternis af te leggen”. Dat zijn vaak geen grote zonden, maar subtiele vormen van onverschilligheid, gemakzucht of leven op automatische piloot. Dat verdooft het hart.
Daartegenover staat: “Bekleed u met de Heer Jezus Christus.” Laat Jezus de vorm worden van je leven: Zijn manier van kijken, spreken en handelen. Advent begint precies daar: in de keuze om bewuster, liefdevoller en meer op God gericht te leven.
3. Hoe maken wij Advent concreet? Vier eenvoudige wegen
a) Wij maken de Advent concreet door wat extra’s te bidden.
– Jongeren: elke ochtend één minuut: “Heer, open mijn hart vandaag.”
– Ouderen: een extra Weesgegroet of een stil moment.
Een klein gebed kan een hele dag omvormen.
b) We maken de Advent concreet door goede werken. Dat zijn lichtjes langs de weg waarop Christus komt.
– Iemand bezoeken die eenzaam is.
– Een kaartje sturen naar iemand die je lang niet hebt gezien.
Waar liefde gebeurt, komt Jezus.
c) Werken aan onze heiligheid is ook een belangrijk punt. Heiligheid is concreet: vriendelijker spreken, minder klagen, geduld oefenen, niet te snel oordelen. Elke keuze voor liefde brengt ons dichter bij Jezus.
d) Een laatste actie kan zijn onszelf iets kleins ontzeggen. Een kleine verzaking maakt het hart wakker: een avond zonder scherm, geen tussendoortjes, water in plaats van fris. Door iets los te laten, ontstaat ruimte waarin God kan binnenkomen.
4. De komst van de Heer: geen dreiging, maar een belofte
Sommigen voelen angst bij Jezus’ woorden: “De Mensenzoon komt op een uur dat gij niet vermoedt.” Echter Jezus komt niet als vijand, maar als Redder. Hij komt niet om af te rekenen, maar om te vervullen; niet om iets weg te nemen, maar om te geven.
Zijn komst is liefde. Wie waakt, leeft niet in angst, maar in verwachting – zoals kinderen naar Kerst uitzien. Advent is zo’n houding van warme hoop: Hij komt, en het wordt goed.
5. Samen wandelen naar het licht
De profeet Jesaja roept: “Huis van Jakob, komt, laat ons wandelen in het licht van de Heer.” Niet ieder voor zich, maar als volk. Advent beleven we samen: jongeren en ouderen, gezinnen en alleenstaanden, zoekenden en sterke gelovigen.
En wie weet welke stille wonderen er gebeuren?
– Misschien wordt iemand getroost door een eenvoudig woord.
– Misschien ontstaat er vrede door één persoon die de eerste stap zet.
Advent is een tijd van kleine lichtjes die groter worden.
6. Advent: niet afwachten, maar verwachten
Afwachten is passief; verwachten is actief en hoopvol. Advent is verwachten. God komt – dat staat vast. De vraag is: zal ons hart wakker zijn?
Als wij een beetje extra bidden, een beetje goed doen, iets meer op Jezus lijken en ons iets kleins ontzeggen, dan zal Hij ons vinden met een helder hart.
Broeders en zusters, laat deze Advent niet zomaar voorbijgaan. Laten we hem werkelijk beleven – bewust, liefdevol, hoopvol. Want de nacht loopt ten einde. De dag breekt aan. En de Heer komt. Amen.