Preek op 26-10-2025, 30e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Preek op 26-10-2025, 30e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Beste medeparochianen, welkom bij de viering van de heilige Mis.

Vandaag worden we eraan herinnerd, dat God vaak anders kijkt dan wij doen. Sommige mensen letten vooral op uiterlijk, op succes of prestaties. Maar God kijkt naar het hart. Hij ziet de eenzamen, de armen, de mensen, die soms vergeten of genegeerd worden — en juist hún stem hoort Hij.

De eerste lezing, uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach, zegt het heel mooi: “Het gebed van de arme dringt door de wolken heen.” Dat wil zeggen: God luistert écht, vooral naar wie oprecht bidt, naar wie vanuit het hart tot Hem roept.

Wij vragen vandaag, dat wij beschermd mogen worden tegen hoogmoed — tegen dat gevoel, dat we het allemaal zelf wel kunnen, dat we niemand nodig hebben, zelfs God niet. Want juist door te erkennen, dat we zondaars zijn, dat we soms tekortschieten, worden we vrij: dan kan God ons vullen met zijn liefde.

Laten we deze Mis dus beginnen met een open hart: zonder masker, zonder trots, maar eerlijk, zoals we zijn. Want God vergeet niemand, ook ons niet. En Hij wacht erop, dat wij Hem in ons leven toelaten — met ons gebed, met onze vragen, en met ons vertrouwen.

Openingsgebed

Laat ons bidden. Almachtige God, Gij zijt bekommerd om alle mensen: de eenzame en de arme kunnen altijd bij U terecht, de vreemdeling en de zondaar vergeet Gij niet. Wij vragen U: bescherm ons tegen hoogmoed, die wij in eigen hart ervaren. Geef ons de moed te bekennen, dat wij zondaars zijn, zodat wij gerechtvaardigd worden in uw ogen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon …

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

Beste medegelovigen, soms horen wij mensen zeggen: “Ik heb mijn strijd gestreden, ik heb mijn best gedaan.” Dat klinkt vaak aan het einde van een leven, of na een lange periode van moeite. In de tweede lezing beschrijft de apostel Paulus precies dat: “Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard.”

Het zijn indrukwekkende woorden van iemand, die weet, dat zijn einde nabij is. Paulus zit in de gevangenis. Hij voelt, dat hij niet lang meer te leven heeft. En toch schrijft hij niet bitter of bang, maar vol vrede. Hij kijkt terug op zijn leven met dankbaarheid en met vertrouwen in God.

1. De goede strijd

Paulus zegt niet zomaar: “Ik heb gestreden.” Nee, hij zegt: “de goede strijd.”

Wij weten allemaal wat het is om te vechten — soms letterlijk, maar meestal vanbinnen: de strijd tegen luiheid, tegen verleiding, twijfel, tegen het gevoel, dat het allemaal geen zin heeft. De “goede strijd” is niet een gevecht tegen andere mensen, maar een strijd om trouw te blijven aan wat goed is — om te blijven kiezen voor liefde, eerlijkheid, rechtvaardigheid en vergeving.

Paulus heeft veel meegemaakt: hij werd uitgelachen, geslagen, gevangen gezet. Mensen, die eerst achter hem stonden, lieten hem vallen. En toch bleef hij trouw. Hij zegt: “Ik heb het geloof bewaard.” Dat is de kern van de goede strijd: blijven geloven, ook als het moeilijk is.

2. De wedloop voleind

Paulus gebruikt ook het beeld van een wedstrijd. Hij heeft de “wedloop voleind.”

Dat is een sterk beeld: het leven, niet als een sprint, maar als een marathon. Soms denken wij: “Waarom duurt dit zo lang?” of “Wij zijn moe van steeds maar doorgaan.” Paulus zegt eigenlijk: hou vol, blijf lopen, zelfs als niemand ons aanmoedigt.

In een wedstrijd kijken wij naar de finish. Maar voor Paulus is die finish niet het einde, maar het begin: “Nu wacht mij de krans der gerechtigheid.” In zijn tijd kreeg een sporter geen gouden medaille, maar een lauwerkrans, een krans van eer. Voor Paulus is die krans niet iets van deze wereld, maar iets wat God geeft: de beloning van een trouw en liefdevol leven.

Dat betekent niet, dat wij perfect moeten zijn. Paulus zelf noemt zich elders “de grootste van de zondaars.” Maar hij bleef geloven in Gods genade. En dat is precies wat ons wordt gevraagd: niet foutloos te zijn, maar trouw — trouw aan Christus, trouw aan de weg van liefde, ook als het soms bergop gaat.

“a.u.b. niet betreden – de altaarruimte staat op alarm”

3. Alleen, maar niet verlaten

Een van de meest aangrijpende zinnen uit deze brief is: “Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, allen hebben mij in de steek gelaten.”

Wat een eenzame ervaring moet dat zijn geweest. Iedereen, die ooit het gevoel had er alleen voor te staan, herkent dit. Soms denken wij: “Waar zijn onze vrienden nu? Waar is iedereen, die zei dat hij er voor ons zou zijn?”

Maar Paulus voegt er iets ongelooflijks aan toe: “Moge het hun niet worden aangerekend.”

Hij vergeeft hen. Hij laat de bitterheid niet binnenkomen. En dan zegt hij: “De Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven.”

Dat is de kern van Paulus’ geloof: zelfs als mensen wegvallen, blijft God dichtbij. Zelfs als wij in de put zitten, als wij geen uitweg meer zien, kan Hij kracht geven om door te gaan.

Velen van ons herkennen dat: dat wij op een moment, dat alles donker leek, tóch een sprankje hoop voelden, of onverwacht hulp kregen. Dat is geen toeval, dat is Gods hand.

4. Niet het einde, maar een nieuw begin

Paulus weet, dat hij zal sterven. En toch is hij niet bang. Hij zegt: “De Heer zal mij blijven beschermen tegen alle boze aanslagen en mij behouden overbrengen naar zijn hemels koninkrijk.”

Dat is zijn geloof: dat het leven hier niet alles is. Dat de dood niet het einde is, maar de deur naar iets groters.

Jezus zelf is die weg eerst gegaan. Hij is gestorven, maar opgestaan. En omdat Hij leeft, mogen ook wij leven — niet alleen hier, maar voor eeuwig in de hemel.

Paulus vertrouwt erop, dat hij na zijn dood “wordt overgebracht naar het hemels koninkrijk.” Dat klinkt misschien als een ouderwets beeld, maar het is iets heel concreets: de zekerheid, dat God ons niet laat vallen, nooit.

5. De strijd van vandaag

Wat betekent dit nu voor ons, gelovigen in 2025?

Wij leven in een tijd waarin het soms moeilijk is om te blijven geloven. Alles draait om succes, om prestaties, om uiterlijk. Maar Paulus leert ons, dat het echte succes zit in trouw blijven — in eerlijk leven, in liefdevol omgaan met anderen, in het niet opgeven van ons geloof, ook als het uit de mode lijkt.

De “goede strijd” van vandaag is misschien:
• trouw blijven aan wie wij zijn, ook als anderen ons raar vinden;
• blijven bidden, ook als wij denken, dat God zwijgt;
• anderen helpen, ook als niemand het ziet;
• vergeven, ook als wij gekwetst zijn;
• eerlijk zijn, ook als dat ons iets kost.
Dat is de weg van Jezus, en die weg is nooit zinloos.

6. De vreugde van de overwinning

Paulus eindigt met een eerbetuiging: “Hem zij de heerlijkheid in de eeuwen der eeuwen!”

Ondanks alles — de pijn, de eenzaamheid, de vervolging — blijft hij vol vreugde. Dat is geen naïeve blijdschap, maar diepe vrede. De vreugde van iemand, die weet, dat hij in goede handen is.

En dat is ook de vreugde, die wij mogen kennen, als wij ons leven durven toevertrouwen aan God. Dan kunnen ook wij aan het eind van elke dag, en ooit aan het eind van ons leven, zeggen:

“Wij hebben de goede strijd gestreden. Wij hebben de wedloop voleind. Wij hebben het geloof bewaard.”

En dan zullen ook wij die krans ontvangen — niet van lauwerbladeren, maar van eeuwig leven bij God. Amen.

Openingsgebed bij de voorbede

Goede God, Gij hebt de heilige apostel Paulus kracht gegeven om de goede strijd te strijden en het geloof te bewaren. Vanuit datzelfde vertrouwen wenden wij ons biddend tot U.

Slotgebed bij de voorbede

Heer onze God, Gij hebt Paulus niet in de steek gelaten, maar hem de kracht gegeven om stand te houden en zijn weg te voleinden. Wij hebben U onze gebeden toevertrouwd; moge Gij ook ons, naar zijn voorbeeld, steeds nabij blijven met uw genade en bescherming. Door Christus, onze Heer. Amen.