Preek op 25-05-2026, Tweede Pinksterdag, Maria, Moeder van de Kerk, Pastoor Frank Domen

Preek op 25-05-2026, Tweede Pinksterdag, Maria, Moeder van de Kerk, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, welkom. Vandaag, Tweede Pinksterdag, vieren wij Maria, Moeder van de Kerk. Aan het kruis gaf Jezus zijn Moeder niet alleen aan Johannes, maar aan heel de gemeenschap van gelovigen. Daarom staan wij hier niet los van elkaar: wij horen bij Christus en bij Maria en bij elkaar, als één grote familie.

Wij vragen God, dat de Kerk mag groeien in vruchtbaarheid, heiligheid en vreugde, en dat zij ruimte maakt voor alle volkeren.

In de eerste lezing zien wij de leerlingen eensgezind bidden, samen met Maria. Zo beginnen ook wij: in gebed, in vertrouwen, en met een eerlijk hart. Belijden wij samen onze zonden.

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, Vader van barmhartigheid, uw eniggeboren Zoon heeft aan het kruis zijn moeder, de heilige maagd Maria, ook aangesteld tot onze moeder; wij bidden U: laat uw Kerk door haar liefdevolle medewerking van dag tot dag toenemen in vruchtbaarheid, vreugde vinden in de heiligheid van haar kinderen en alle volkeren opnemen in haar schoot. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Preek – Maria bij de bron van de Kerk

Op Tweede Pinksterdag kijken wij niet weg van Pinksteren, maar wij gaan dieper naar de bron. Gisteren zagen wij de heilige Geest neerdalen over de leerlingen. Vandaag staan wij met Maria bij het kruis.

Dat lijkt een andere plaats: er is geen vuur, geen wind, geen enthousiasme, maar stilte, pijn en trouw. Toch hoort het bij elkaar. De Kerk wordt namelijk niet geboren uit een plan van mensen, niet uit goede organisatie, maar uit Jezus zelf. Uit zijn open zijde komen bloed en water. Daar begint het leven van de Kerk: in de liefde van Christus, die zich geeft.

Daar staat ook Maria. Zij loopt niet weg. Zij blijft, ook als bijna alles donker is. En Jezus zegt: “Vrouw, zie uw zoon.” Tegen de leerling zegt Hij: “Zie uw moeder.” Daarmee geeft Hij Maria aan de Kerk, en geeft Hij ons aan Maria. Wij zijn niet als wezen achtergelaten. Wij hebben de Heilige Geest. En wij hebben een Moeder. Dat is rijker dan wij misschien denken.

Bloed en water: leven dat blijft stromen

Bloed wijst natuurlijk naar de Heilige Eucharistie: Christus geeft zijn leven als voedsel. Water wijst naar het Doopsel: wij worden schoongewassen, nieuw geboren, opgenomen in Gods familie. Vanuit de gekruisigde Heer stroomt dus een nieuw bestaan.

Wij staan er in het christelijk leven niet alleen voor. De Geest is Gods adem in ons, Gods vuur in ons hart, Gods kracht wanneer wij zelf klein zijn. En Maria leert ons hoe wij die Geest ontvangen: door open te staan, te luisteren, ook door vragen te stellen en dan opnieuw te luisteren, te blijven bidden en te zeggen: Heer, laat uw wil in mij gebeuren.

Soms begint zo’n leven met de Geest eenvoudig. Wij kiezen ervoor om de dag niet te starten met haast en gemopper, maar met een kruisteken en één zin: “Heer, ga met mij mee.”

Dat verandert niet meteen alle afspraken, taken en zorgen, maar het zet ons hart in de goede richting. Wij beginnen niet alleen; wij beginnen als kinderen van de Vader, geleid door de Geest, onder de bescherming van Maria.

Maria maakt ons niet kleiner

Als wij veel van Maria houden, komt Jezus niet op de tweede plaats. In het katholieke geloof is het precies andersom. Maria houdt ons niet voor zichzelf. Zij brengt ons naar Jezus. Net als bij de bruiloft van Kana zegt zij eigenlijk steeds tegen ieder van ons: “Doe maar wat Hij u zeggen zal.” Een kind van Maria worden betekent, dat wij leren leven met vertrouwen, zuiverheid, geduld en moed.

Maria staat onder het kruis niet ‘machteloos’ in de betekenis van ‘nutteloos’. Zij kan het lijden van Jezus niet wegnemen, maar zij is volledig aanwezig. Dat is liefde.

Ook wij kunnen niet alles oplossen. Wij kunnen niet alle pijn uit de wereld wegnemen, niet elk probleem van een ander oplossen, niet elke gebroken situatie meteen goedmaken. Maar wij kunnen wel aanwezig zijn, bidden, luisteren, trouw blijven, een woord spreken, dat vrede brengt in plaats van olie op het vuur te gooien.

Een huis waar de Geest kan wonen

In de eerste lezing zien wij de leerlingen in de bovenzaal, eensgezind in gebed, samen met Maria. Dat is een prachtig beeld van de Kerk. De Kerk begint niet met mensen, die allemaal precies weten wat zij moeten doen. Zij begint met mensen, die bij elkaar blijven en bidden. Zij wachten op de Geest. Maria is daar als Moeder: niet op de voorgrond om applaus te krijgen, maar midden in de gemeenschap, als stille kracht, die de leerlingen bij Jezus houdt.

Zo mag onze parochie, ons gezin, onze vriendschap, ons eigen hart ook een bovenzaal worden: een plaats waar de Geest ruimte krijgt. Dat gebeurt wanneer wij thuis een ruzie niet laten uitgroeien tot een dagenlange kilte, maar de eerste stap zetten naar vrede. Dat gebeurt wanneer wij in een gesprek niet meteen terugslaan met een scherpe opmerking, maar even ademhalen, tot tien tellen, en vragen: “Heilige Geest, help mij om nu niet af te breken, maar op te bouwen.”

De Geest maakt ons niet zweverig. Hij zet ons met beide voeten op de grond. Hij leert ons vergeven, dienen, hopen, volhouden en danken. Hij maakt ons vrij van het idee, dat wij alleen voor onszelf leven. Wie uit de open zijde van Christus leeft, ontvangt liefde om liefde te geven.

Leven als kinderen van Maria

“Zie uw moeder.” Dat woord mogen wij vandaag persoonlijk horen. Ook Maria is geen verre figuur uit een oud verhaal. Zij is de Moeder, die met ons meegaat. Wij mogen haar meenemen in ons leven, zoals de geliefde leerling haar bij zich opnam. Dat kan eenvoudig: een Weesgegroet onderweg, een rozenkrans in moeilijke tijden, een kort gebed voor iemand, die wij niet kunnen helpen, een blik op haar beeld en dan verdergaan met vertrouwen.

Als kinderen van Maria leren wij niet te vluchten voor het kruis, maar ook niet somber rond het kruis te blijven hangen. Want uit Jezus’ zijde stroomt leven. Zijn liefde is sterker dan zonde, sterker dan angst, sterker dan de dood.

Pinksteren betekent, dat die liefde nu in ons wil branden, juist wanneer het gewone leven verdergaat: wanneer wij een keuze moeten maken, wanneer iemand een beroep op ons doet, wanneer wij moe zijn en toch vriendelijk willen blijven, wanneer wij liever zwijgen, maar feitelijk geroepen worden om een goed woord te spreken.

Laten wij vandaag Maria bij ons uitnodigen. Laten wij de heilige Geest vragen ons wakker te maken. Laten wij leven uit het bloed en water van Christus’ geopende zijde: gedoopt, gevoed, gezonden. Dan worden wij méér Kerk: niet alleen mensen in de banken, maar kinderen van de Vader, leerlingen van Jezus, tempels van de Geest, en kinderen van Maria. Amen.