Preek op 25-05-2026, Pinksteren, jaar A, Pastoor Frank Domen
Openingswoord
Broeders en zusters, welkom in deze heilige Mis van Pinksteren. God roept zijn volk bijeen, van Oost tot West, uit allerlei landen, talen en levensverhalen. Niemand hoeft hier buiten te blijven staan.
De Heilige Geest wil ook vandaag harten openen, mensen verbinden en ons moed geven om te spreken over Gods grote daden.
Wij vragen God, dat Hij zijn Kerk vernieuwt, dat Hij ons geloof vuriger maakt en dat Hij ons helpt elkaar te verstaan, juist waar wij verschillend zijn.
Laten wij ons eerst tot Hem keren, met alles wat nog gesloten, koud of verdeeld is, en samen de schuldbelijdenis bidden.
Openingsgebed
Laat ons bidden. God, onze Heer, van Oost tot West roept Gij uw volk tezamen. In alle talen spreekt Gij de mensen aan en Gij bezielt de wereld met uw Geest. Wij vragen U: laat op dit Pinksterfeest uw Kerk verhalen van de grote daden, die Gij aan ons hebt verricht. Door Onze Heer Jezus Christus, uw Zoon …
Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst
Preek – Niemand zegt: “Jezus is de Heer”, tenzij door de Heilige Geest
De Geest opent wat gesloten is
In het evangelie zitten de leerlingen achter gesloten deuren. Zij maken geen enthousiaste toekomstplannen. Want zij zijn bang. Hun hart is benauwd, hun moed weggezakt. En dan komt Jezus in hun midden staan, niet met verwijten, maar Hij zegt: “Vrede zij u.” Vrede als een kracht, die mensen opnieuw bij elkaar brengt.
Daarna toont Jezus zijn handen en zijde. De wonden zijn er nog. De verrijzenis wist het lijden niet uit, maar verandert het. Wat een teken van nederlaag leek, wordt een zichtbaar bewijs van liefde. Dan blaast Jezus over zijn leerlingen en zegt: “Ontvangt de Heilige Geest.” Hij geeft een opdracht, maar ook de kracht om die taak ten uitvoer te kunnen brengen. Eérst vrede, dán de Geest, dán de zending.
Wij denken soms: ik moet eerst sterker worden, moediger, de Kerk moet eerst alles op orde hebben, daarna kunnen wij iets betekenen. Maar Jezus laat de leerlingen meteen beginnen: “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u” … nu!

Jezus ‘Heer’ noemen is meer dan een zin uitspreken
Paulus zegt: “Niemand kan zeggen: Jezus is de Heer, tenzij door de Heilige Geest.” Natuurlijk kan iedereen die zin nazeggen. Wij kunnen hem lezen, zingen, opschrijven, uitspreken in de geloofsbelijdenis. Maar Paulus bedoelt, dat echt zeggen, dat Jezus de Heer is, betekent, dat wij Hem binnenlaten in onze keuzes, onze woorden en plannen, onze manier van omgaan met elkaar.
“Jezus is de Heer” betekent: niet mijn humeur is de baas, niet mijn trots of gemak, niet de mening van de groep of de druk van sociale media, nee, Jézus is de Heer! Híj mag richting geven, mij corrigeren. Híj mag mij roepen, vrede geven waar ik onrustig ben, en vuur waar ik lauw dreig te worden.
En dát, lieve mensen, kunnen wij níet uit onszelf. Wij kunnen goede voornemens maken, en die zijn waardevol, maar wij weten ook hoe snel ze na iedere 1 januari kunnen verdampen. Wij willen geduldig zijn, en dan zegt iemand één verkeerd woord … Wij willen bidden … en dan eisen telefoon, werk, zorgen en vermoeidheid alle aandacht op. Dáárom hebben wij de Heilige Geest nodig. Niet als luxe, niet als extraatje voor heel vrome mensen, maar als adem van ons geloof.
Al het goede komt van de Geest
Het thema van vandaag zegt: al het goede dat wij doen, komt van de Heilige Geest. Dat betekent natuurlijk niet, dat wijzelf niets hoeven te doen, integendeel, de Geest maakt ons juist wakker … én actief. Maar Híj is de bron. Híj is de stille kracht achter het goede woord, dat wij spreken, achter de vergeving, die wij schenken, Híj bemoedigt ons om trouw te blijven, Híj ontsteekt in ons het verlangen om dichter bij God te leven.
Wanneer iemand de eerste stap zet om een ruzie niet te laten escaleren, wanneer iemand op school of op het werk niet meedoet met roddel, maar het gesprek een andere kant opstuurt, dan is dat niet alleen fatsoen, daar is de Geest aan het werk. Wanneer wij in de kerk blijven bidden voor mensen, die het ons moeilijk maken, wanneer wij na teleurstelling toch weer vertrouwen zoeken, wij niet bitter worden, maar blijven hopen, dan is dat vrucht van Gods Geest.
Paulus zegt ook: er zijn allerlei genadegaven, maar het is steeds dezelfde Geest. God maakt dus geen eenheidsworst van ons. Hij maakt de één tot iemand, die goed kan luisteren; de ander tot iemand, die praktisch helpt; weer een ander tot iemand, die leiding geeft, zingt, uitlegt, troost, bidt, organiseert of gewoon trouw blijft. In een lichaam doet nu eenmaal niet ieder lidmaat hetzelfde. Een hand is geen oog, een voet geen hart, maar samen vormen zij één lichaam. Zo bouwt de Heilige Geest de Kerk op.
Wij zijn gedrenkt met één Geest
Paulus gebruikt hierbij een mooi beeld: “allen zijn wij ‘gedrenkt’ met één Geest.” Niet een paar druppeltjes geloof, niet een dun laagje vroomheid, maar … ‘gedrenkt’. Alsof God wil zeggen: Ik wil héél je leven doordringen. Niet alleen op het uur van de Mis, maar ook op maandagmorgen, bij de keukentafel, de agenda, het klaslokaal, het ziekbed, het gesprek onderweg, de stilte voor het slapen.
De Heilige Geest wil niet opgesloten blijven in het kerkgebouw. Hij maakt ons juist tot mensen, die vanuit de Eucharistie de wereld ingaan met iets van Jezus Christus in zich. Vaak is dat een rustige aanwezigheid, een helder woord, het besluit om niet mee te gaan in bitterheid, de nederigheid om te zeggen: ik zat fout. Soms de vreugde om dankbaar te zijn voor iets kleins, terwijl veel mensen alleen zien wat ontbreekt.
Daarom is de aanwezigheid van de Heilige Geest in ons leven zo belangrijk. Zónder Hem wordt geloof gemakkelijk een plicht, gewoonte of herinnering. Mét Hem wordt geloof adem, richting, kracht en vreugde. Zónder de Geest praten wij misschien óver Jezus. Mét Hem leren wij leven mét Jezus.
Bid veel tot de Heilige Geest
Als niemand oprecht kan zeggen “Jezus is de Heer” tenzij door de Heilige Geest, dan moeten wij veel tot Hem bidden. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Het schietgebedje “Kom, Heilige Geest” – drie woordjes – kan ons overal vergezellen. Voor een moeilijk gesprek, een belangrijke beslissing; of wanneer wij onrustig zijn: “Kom Heilige Geest”; wij aan de dag beginnen, wij merken, dat wij vanbinnen hard worden; wanneer wij naar de Mis gaan en verlangen dat ons hart echt meedoet: “Kom Heilige Geest”.
Bidden tot de Heilige Geest is vragen: maak mij ontvankelijk. Leer mij luisteren. Geef mij moed. Maak mijn geloof levend. Laat mij zien welke gave U mij hebt gegeven, niet om mijzelf groter te maken, maar tot welzijn van allen. Want dat zegt Paulus ook: de openbaring van de Geest wordt gegeven … tot welzijn van allen. Wat wij ontvangen, is nooit alleen voor onszelf. En een gave wordt pas echt mooi wanneer zij liefde wordt.
Geest van vrede, Geest van zending
Vandaag staat Jezus opnieuw in ons midden. Ook in deze heilige Mis spreekt Hij: “Vrede zij u.” Ook over ons wil Hij zijn Heilige Geest uitademen. Ook ons zendt Hij, jong en oud, ieder met een eigen roeping, ieder met eigen gaven, met eigen mogelijkheden.
Wij hoeven niet te wachten tot wij onszelf geschikt vinden. Wij mogen nú beginnen met ontvangen. En wie de Geest ontvangt, wordt vanbinnen ruimer. Angst en zonde en lauwheid hoeven dan niet meer het laatste woord te hebben. De verrezen Christus geeft ons zijn Geest, en door die Geest leren wij zeggen met ons hart, met onze stem en met ons leven: Jezus is de Heer!
Kom, Heilige Geest. Vervul ons. Maak ons één lichaam. Geef ons vrede. Ontsteek in ons het geloof, zodat al het goede dat Gij in ons begint, ook door ons heen zichtbaar wordt tot welzijn van allen. Amen.