Preek op 21-12-2025, 4e zondag van de Advent, jaar A, Pastoor Frank Domen

Preek op 21-12-2025, 4e zondag van de Advent, jaar A, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Goedemorgen allemaal, broeders en zusters, fijn, dat we hier samen zijn, zo vlak voor Kerst. De vierde zondag van de advent: bijna Kerstmis … maar nog net niet.

We leven tussen wachten en hopen. Soms zien we God overal, soms totaal niet. Soms willen we zekerheid, een teken, iets dat zegt: het komt goed. En soms durven we dat niet eens te vragen.

Vandaag mogen we eerlijk zijn: over onze twijfel, ons zoeken, ons verlangen. God is geen verre God. Hij wil dichtbij komen, juist in ons gewone leven.

Laten we ons hart weer een stukje meer openen en samen luisteren, biddend en aandachtig. Misschien gebeurt er dan ook méér dan we denken.

Openingsgebed

Laat ons bidden. Verborgen God, Gij kent ons, Gij weet hoe blind wij zijn voor uw nabijheid, hoe ver wij nog verwijderd staan van U. Onthul ons uw aanwezigheid, breng ons tot de gehoorzaamheid van het geloof, en roep ons tot de gemeenschap van Jezus Christus, onze Heer. Die met U leeft en heerst … Amen.

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

1. Vierde advent: bijna … maar nog even wachten

We zijn er bijna. Kerst hangt in de lucht: lichtjes, muziek, gezelligheid. En tegelijk voelen velen van ons: het leven is niet alleen maar warm en knus. Er is spanning, onzekerheid, soms zelfs angst. In de wereld, maar ook in onszelf. De vierde zondag van de advent is precies dat moment ertussenin: het komt eraan, maar het is er nog niet. En juist daar wil God ons ontmoeten.

Omdat Jozef, haar man, een rechtvaardige was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van plan in stilte van haar te scheiden. Maar terwijl hij hierover nadacht, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die sprak: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria als uw vrouw te aanvaarden; want wat in haar is verwekt, is van de Heilige Geest. Zij zal een zoon baren die gij de naam Jezus zult geven, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.”

2. Jozef: geen held, wel moedig

In het evangelie staat Jozef centraal. Geen grote prater, geen influencer, geen superheld. Gewoon een man met een plan voor zijn leven: trouwen, samen een toekomst opbouwen, kinderen en kleinkinderen krijgen. En dan ineens loopt alles anders. Maria is zwanger, en hij snapt er niets van. Zijn leven staat op z’n kop.

Wat Jozef doet, is opvallend. Hij reageert niet boos, niet agressief, niet uit wraak. Hij denkt diep na. Hij zoekt een weg, die rechtvaardig is én menselijk. En dan, midden in die verwarring, spreekt God tot hem: “Wees niet bang.” Dat is misschien wel de zin, die wij vandaag het hardst nodig hebben.

3. “Wees niet bang” – ook voor ons

“Wees niet bang.” Dat zegt God niet, omdat alles ineens makkelijk wordt, maar juist omdat het spannend blijft. Wij kennen dat ook. Angst voor de toekomst: vinden wij of onze kinderen ooit een betaalbare woning? Houden we de familie en het gezin bij elkaar of kunnen we een gezin beginnen? Vinden of houden we werk dat ons niet leegzuigt, maar leven geeft? Angst om fouten te maken, om niet te voldoen, om alleen te blijven.

God belooft niet, dat al die vragen meteen verdwijnen. Maar Hij belooft wel: Ik ben met jullie. Immanuel: God-met-ons. Niet op afstand, niet alleen in de kerk, maar midden in ons echte leven.

4. God komt niet groots, maar dichtbij

Dat God mens wordt, gebeurt niet in een paleis, maar in een kwetsbare situatie. Een jong stel, onzekerheid, roddels, geen perfecte omstandigheden. Dat zegt iets belangrijks: God wacht niet tot alles in ons leven op orde is. Hij komt juist binnen in de rommel, de twijfel, de onafheid.

Dat betekent ook: wij hoeven niet eerst alles goed te doen om bij God te horen. Paulus zegt het in de tweede lezing heel duidelijk: wij zijn geliefden van God, geroepen heiligen. Niet omdat we alles goed doen, maar omdat God ons roept. Genade en vrede, dat is wat Hij ons geeft – niet stress en prestatiedruk.

5. Advent in een wereld die pijn doet

Als we om ons heen kijken, voelen we hoe actueel dit evangelie is. Oorlog in Oekraïne, geweld en honger in Gaza. Mensen, die hun huis kwijt zijn, families op de vlucht. En tegelijk hier bij ons: een krappe woningmarkt, onzekerheid voor jonge mensen, wantrouwen tegenover vreemdelingen.

Maar laten we eerlijk zijn, zeker wat dat laatste betreft: zijn wij niet allemaal een beetje vreemdelingen? We zijn onderweg. Ons echte thuis ligt niet in bezit, status of grenzen, maar bij God. “Ons vaderland is in de hemel”, zegt de heilige apostel Paulus (Fil. 3,20). Als God zelf als kwetsbaar kind naar ons toekomt, hoe kunnen wij dan anderen buitensluiten? Advent nodigt ons uit om ons hart open te houden, ook als dat spannend is.

6. Gehoorzaamheid van het geloof: durven vertrouwen

Paulus gebruikt een bijzondere uitdrukking: “de gehoorzaamheid van het geloof”. Dat klinkt streng, maar het is juist bevrijdend. Het betekent: durven vertrouwen, ook als we het niet begrijpen. Doen wat Jozef doet: opstaan, een stap zetten, zelfs zonder volledige zekerheid.

Zo’n stap kan klein zijn. Iemand vergeven. Iemand helpen. Een gesprek aangaan met iemand, die anders denkt. Niet cynisch worden, maar hoopvol blijven. Dat is geloof in actie.

7. God met ons – en wij met elkaar

Immanuel: God met ons. Dat is geen theorie, dat is een uitnodiging. Als God met ons is, dan zijn wij geroepen om met elkaar te zijn. Om dragers van hoop te worden, juist in een wereld, die vaak hard en verdeeld is.

Advent zegt niet: sluit je ogen voor de pijn. Advent zegt: laat het licht binnen, en wees zelf een beetje licht. Voor elkaar, voor deze wereld.

8. Op weg naar Kerst

Nog even, en dan vieren we Kerstmis. Maar vandaag al mogen we kiezen: niet voor angst, maar voor vertrouwen. Niet voor afsluiten, maar voor openheid. Niet voor somberheid, maar voor hoop.

Zoals Jozef mogen wij opstaan uit onze twijfel en doen wat God ons ingeeft. En misschien ontdekken we dan: God was er al. Dichtbij. Met ons. En dat geeft zin in het leven, zin in elkaar, en zin in God. Amen.

Slotwoord

(niet voorgelezen)

Op een koude adventsavond stond bij de kerk een doos met een briefje: “Voor wie het nodig heeft.” Niemand wist wie hem had neergezet. Sommigen liepen voorbij. Anderen keken, twijfelden, en gingen weer door.

Een jongere bleef staan. In de doos lagen handschoenen, kaarsen en een briefje met één zin: “God is dichterbij dan je denkt.” Hij nam niets mee. Maar iets raakte hem. De volgende dag kwam hij terug, met een extra sjaal van thuis. Niet perfect nieuw, wel warm.

Een paar dagen later stond er meer in de doos. Iemand had er brood bij gelegd. Een ander een kaartje met een gebed. De doos werd geen opslagplek, maar een ontmoetingspunt. Mensen begonnen elkaar te groeten. Soms bleef iemand even staan voor een praatje.

Op kerstavond was de doos leeg. Maar de kerk zat vol gezichten, die elkaar kenden. Toen begrepen ze het: het Koninkrijk van God was niet “ergens later”. Het was hier begonnen, met kleine stappen, open handen en moed om te geven.

Advent fluistert ons toe: sta stil, kijk om je heen, en durf de eerste te zijn die beweegt. Want God komt vaak via ons.