Preek op 12-10-2025, 28e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen
Openingswoord
Beste medegelovigen, welkom allemaal, fijn dat jullie er zijn om de Heer, onze Heiland en Verlosser, in Woord en Sacrament te ontmoeten
Vandaag horen we in de eerste lezing over Naäman, een machtige man, die ziek is aan zijn huid. Hij zoekt hulp bij de profeet Elisa en krijgt een vreemd advies: hij moet zich zeven keer onderdompelen in de rivier de Jordaan. Geen spectaculaire genezing, geen toverwoorden — gewoon water en gehoorzaamheid. En toch: Naäman wordt genezen, zijn huid wordt weer als die van een kind, en zijn hart verandert. Hij ontdekt, dat er maar één echte God is.
Dat verhaal gaat ook over ons. Soms denken we, dat God alleen werkt in grote wonderen, maar vaak spreekt Hij juist door kleine, eenvoudige dingen: water, gebed, een vriendelijk woord, een kleine heilige Hostie, maar wij weten wat er achter die kleine zaken schuilgaat.
Laten we vandaag met een open hart vieren, en net als Naäman durven geloven, dat Gods liefde ons vanbinnen kan vernieuwen.
Openingsgebed
Laat ons bidden. Almachtige God, uw goedheid valt met geen goud te kopen. Alleen aan hen die nederig van harte zijn, schenkt Gij de volle maat van menslievendheid. Bevrijd ons van de hoogmoed die ons ongenaakbaar maakt. Raak ons met uw reddende barmhartigheid. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen.
Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst
Preek
Beste medeparochianen, de lezingen van vandaag dragen dezelfde diepe boodschap in zich: geloof is trouw blijven – ook als het moeilijk is – en dankbaarheid tonen voor wat God doet in ons leven.
In de tweede lezing horen wij Paulus spreken. Hij zit gevangen wanneer hij aan zijn leerling Timóteüs schrijft. Hij heeft het zwaar, maar zijn brief ademt geen klacht of zelfmedelijden uit. Integendeel: hij zegt met trots, dat hij voor Jezus Christus alles wil verdragen. Hij is opgesloten, maar zegt: “Het Woord van God laat zich niet in boeien slaan.” Dat is indrukwekkend. De muren houden hem vast, maar het Evangelie maakt hem vrij. De liefde van en voor God is sterker dan tralies, angst en pijn.
En dan zegt Paulus: “Als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij met Hem leven.” Dat betekent niet, dat wij letterlijk moeten sterven, maar dat wij soms iets van onszelf moeten loslaten – trots, gemakzucht, egoïsme – om te kunnen leven zoals God het bedoelt.
Dan volgt dat prachtige zinnetje: “Als wij ontrouw zijn, blijft Hij trouw.” Dat zegt alles over Gods liefde. Wij kunnen weglopen, vergeten te bidden, twijfelen of fouten maken – maar God blijft trouw. Hij blijft op ons wachten en in ons geloven, zelfs als wijzelf eventjes niet meer of minder geloven.

Precies dat zien wij terug in het evangelie van vandaag, in het verhaal van de tien melaatsen. Tien mensen, allemaal ziek en afgezonderd van de samenleving. Melaatsheid was niet alleen een lichamelijke ziekte, maar ook een sociaal isolement. Mensen moesten buiten de stad leven, ver van familie en vrienden. Anderen waren bang voor hen, raakten hen niet aan en keken weg.
Deze tien melaatsen roepen luid naar Jezus: “Meester, ontferm U over ons!” Ze hebben geloof en durven te hopen, dat Jezus hun leven kan veranderen. En dat doet Hij. Zonder veel woorden zegt Hij: “Ga u laten zien aan de priesters.” Ze vertrekken zonder genezen te zijn – ze vertrekken dus in geloof en gehoorzaamheid – en onderweg worden ze genezen.
We zouden denken: geweldig, ze rennen naar huis om te vieren, dat ze genezen zijn. En dat doen ze vast ook. Maar één van hen keert eerst terug. Hij valt voor Jezus neer en dankt Hem. En dan zegt Lucas iets opvallends: “En deze man was een Samaritaan.” Degene die terugkeert en dankt, is niet iemand van het uitverkoren volk, maar een vreemdeling, een buitenstaander. Iemand van wie men dacht, dat hij God niet echt kende.
Dat is de omkering, die Jezus vaak laat zien: het zijn niet altijd de mensen, die alles weten over geloof, die het meeste geloof hebben. Soms is het juist de onverwachte mens – de vreemdeling – die met een dankbaar hart reageert.
En dan stelt Jezus die indringende vraag: “Waar zijn de negen anderen?” Die vraag klinkt ook tot ons. Waar zijn wij?
Want eerlijk is eerlijk: wij lijken soms op die negen. Wij bidden als we hulp nodig hebben – bij examens, als iemand ziek is of als we verdrietig zijn – maar zodra het beter gaat, vergeten wij God soms weer. Wij leven verder zonder echt te danken.
Toch is dankbaarheid één van de mooiste vormen van geloof. Dankbaarheid zegt: “Ik besef, dat ik niet alles uit mezelf heb. Wat ik heb, is een geschenk.” Dankbaarheid komt niet, omdat alles goed gaat, maar omdat wij weten, dat God met ons meegaat – juist in de moeilijke tijden. Kijken wij naar Paulus: opgesloten, maar innerlijk vrij. En kijken wij naar de genezen man: genezen, maar ook van binnen veranderd. Zijn geloof heeft hem niet alleen beter gemaakt, maar gered. Jezus zegt: “Uw geloof heeft u gered.” Niet: “Uw gebed heeft gewerkt,” maar: “Uw geloof.”
Dat geloof is niet alleen vertrouwen, maar ook relatie: een hart, dat terugkeert. Daar mogen wij onszelf in spiegelen. Zijn wij mensen, die alleen roepen als we iets nodig hebben? Of zijn wij mensen, die durven stilstaan bij wat God al in ons leven heeft gedaan?
Wij hoeven daarvoor geen grote wonderen te zien. God werkt vaak door kleine dingen: een vriend, die ons begrijpt, een glimlach, een onverwachte kans, een moment van rust. Wie met een dankbaar hart leeft, herkent Gods tekenen overal.
Dat is de uitnodiging van vandaag: leren terug te keren. Terugkeren naar God met dankbaarheid. Terugkeren naar het gebed. Terugkeren naar het stille moment waarin wij zeggen: “Dank U, Heer, dat U er bent.”
In dat terugkeren groeit ons geloof. Geloof wordt niet sterker door alleen te weten, dat God bestaat, maar door met Hem te leven, Hem te betrekken bij onze gewone dagen.
Paulus zegt: “Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen.” Volharden betekent niet, dat wij nooit struikelen, maar dat wij niet opgeven. Wij blijven trouw, ook als het moeilijk is. Wij blijven hopen, ook als het donker is. Wij blijven dankbaar, ook als wij niet alles begrijpen. En wij weten: zelfs als wij ontrouw zijn, blijft Hij trouw.
Dat is de kern van ons geloof. God houdt van ons, niet omdat wij perfect zijn, maar omdat Hij volmaakt trouw is. Hij laat ons niet vallen. Hij gelooft in ons, zelfs wanneer wij moeite hebben om in Hem te geloven.
Daarom mogen wij vandaag met vertrouwen vieren. Wij komen hier niet, omdat wij alles begrijpen of altijd sterk zijn, maar omdat wij – net als die Samaritaan – willen terugkeren. Wij willen zeggen: “Dank U, Heer, dat U ons niet vergeet.”
Dat is de mooiste manier om te leven: met open ogen voor Gods geschenken, met een hart, dat dankbaar is, en met de moed om trouw te blijven – ook als de wereld dat niet begrijpt.
Laten wij daarom vandaag bidden: Heer, geef ons een hart, dat blijft danken, een geloof, dat volhardt, en de moed om telkens opnieuw naar U terug te keren. Amen.
Openingsgebed bij de voorbede
Goede God, Gij blijft ons trouw, ook wanneer wij wankelen; versterk ons geloof en open onze harten, zodat wij met een zuiver onze gebeden kunnen uitspreken.
Slotgebed bij de voorbede
Trouwe God, wij hebben tot U gebeden in geloof en dankbaarheid; Gij zijt nabij, ook als wij tekortschieten. Laat uw Woord ons dragen en uw trouw ons vernieuwen, zodat wij vol vertrouwen en dankbaarheid uw weg blijven gaan. Door Christus, onze Heer. Amen.