Preek op 19-04-2026, 3e zondag van Pasen, jaar A, Pastoor Frank Domen

Preek op 19-04-2026, 3e zondag van Pasen, jaar A, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, welkom, wij zijn hier samen om de heilige Eucharistie te vieren, en wij dragen allemaal iets met ons mee: zorgen, vragen, hoop. Straks horen wij de woorden van David: “De Heer had ik voor ogen, altijd door … Hij is aan mijn rechterhand, opdat ik niet zou wankelen.”

Dat is niet alleen een mooie gedachte, maar een belofte voor ons leven: als wij de Heer voor ogen houden, hoeven wij niet te wankelen, hoe onrustig het soms ook is. En nog sterker: “Gij zult mijn ziel niet overlaten aan het dodenrijk,” zegt David. In Jezus Christus is die hoop werkelijkheid geworden. Hij leeft en gaat met ons mee.

Maar wij leven niet altijd zo, wij verliezen Hem soms uit het oog. Daarom keren wij ons nu tot Hem, erkennen wij onze tekortkomingen en vragen wij om zijn barmhartigheid in de schuldbelijdenis.

Openingsgebed

Laat ons bidden. Heer God, door de profeten hebt Gij tot ons gesproken en in Jezus, uw Zoon, is hun woord tot vervulling gebracht. Wij danken U om het levende woord, onze verrezen Heer, en vragen: open onze ogen voor Hem, die met ons door het leven gaat; open onze oren voor Hem, die tot ons spreekt in het evangelie; maak onze geest toegankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon …

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek “Een hart dat begint te leven”

We horen vandaag die ene zin, die alles samenvat: “Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften opende?” Het gaat hier niet alleen maar om een theorie, maar om een hart, dat gaat leven, dat warm wordt, dat geraakt wordt door de ontmoeting met Christus.

Die twee leerlingen lopen weg van Jeruzalem, weg van hun teleurstelling, want hun hoop leek stukgelopen, en zo lopen wij in ons eigen leven ook weleens rond, met vragen, zorgen, met dingen, die niet zijn gegaan zoals we hadden gehoopt.

Onderweg in ons eigen leven

We hebben van die momenten, dat het in ons hoofd blijft malen, dat we een gesprek telkens weer afspelen, dat we blijven hangen in wat pijn heeft gedaan, we vragen ons af waar het heengaat met ons leven … en midden in dat alles komt Jezus naast ons lopen.

Niet op afstand, niet alleen ‘s zondags, maar midden in het gewone leven: als we onderweg zijn naar ons werk, als we op de fiets zitten, in de keuken staan, als we ons even alleen voelen, of juist tussen veel mensen zijn, maar niemand echt spreken.

En Hij begint niet meteen met antwoorden, maar met luisteren, met vragen stellen, Hij laat ons vertellen wat er in ons leeft, en dan opent Hij de Schriften, laat Hij zien, dat God aanwezig is, ook daar waar wij Hem niet direct herkennen.

Wanneer het Woord ons raakt

Die leerlingen zeggen: ons hart brandde. Dat is een innerlijke beweging, iets dat van binnen ineens anders wordt, een licht dat aangaat, een warmte die toeneemt.

Dat kan gebeuren als we een stukje evangelie horen en ineens denken: dit gaat over mij. Of dat iemand iets tegen ons zegt, dat blijft hangen of we worden stil en merken, dat er vrede komt, terwijl er eigenlijk nog niets opgelost is.

Een jongen, die zich verloren voelt in de keuzes, die hij moet maken en ineens een richting ziet; een vrouw die zich zorgen maakt om haar gezin en in een moment van gebed rust ervaart; een man die na jaren weer een kerk binnenloopt en merkt dat zijn geloof opeens weer opeens opleeft, dat zijn momenten waarop het hart begint te branden.

De Eucharistie: meer dan een gewoonte

Het evangelie gaat verder, want die leerlingen herkennen Jezus uiteindelijk bij het breken van het brood. Daar zien ze wie Hij is.

En dat is precies wat wij elke zondag meemaken. De Eucharistie is niet alleen iets dat we doen, omdat het zo hoort, maar een ontmoeting. Jezus geeft Zichzelf, echt, in dat gebroken brood.

We kunnen het op den duur vanzelfsprekend gaan vinden, maar als we even stilstaan, beseffen we: hier gebeurt iets van de hemel. Hier komt Christus zelf naar ons toe. Hier spreekt Hij niet alleen, maar geeft ons zijn goddelijk Hart.

We voelen dat niet elke keer even sterk, we zijn we soms afgeleid of moe, maar dat neemt niet weg, dat Hij er is en ons wil vernieuwen.

Geloof in het gewone leven

Dat vuur in ons hart blijft niet beperkt tot de kerk. Het gaat mee naar ons dagelijks leven. Het wil doorwerken in alles wat we doen.

Als we merken dat we vaak kortaf reageren en we kiezen er dit keer voor om toch rustig te blijven, dan werkt dat vuur. Als we iemand opbellen, die we al een tijd niet hebben gesproken, dan werkt dat vuur. Als we tijd maken om even stil te worden, dan laten we ruimte aan dat vuur om op te laaien.

Een moeder, die na een drukke dag de tijd neemt om naar haar kind te luisteren; een student die besluit eerlijk te blijven, terwijl het makkelijker zou zijn om te sjoemelen; iemand, die vergeeft nog vóórdat de ander z’n spijt betuigt, dat zijn momenten waarin het geloof brandt, vlees en bloed is geworden.

Kostbaar in Gods ogen

Petrus zegt, dat wij niet zijn vrijgekocht met goud of zilver, maar met het kostbaar Bloed van Jezus Christus. Dat betekent, dat ons leven een oneindig diepe waarde heeft, geen product is van een toevallige evolutie, maar dat wij gedragen worden door Gods liefde.

Dát besef kan ons hart veranderen. Niet omdat alles ineens makkelijk wordt, maar omdat we weten dat we niet alleen zijn, dat er een weg is, ook als we die niet meteen zien.

Van geraakt worden naar in beweging komen

En dan gebeurt er iets moois: die leerlingen blijven niet zitten. Ze keren terug naar Jeruzalem. Het vuur brengt in beweging.

Als wij geraakt worden, blijft ook dat niet alleen iets van binnen. Het krijgt handen en voeten. We gaan anders kijken, spreken, anders handelen … met een richting, een verlangen, dat van binnenuit komt.

Elke zondag opnieuw

Dat is de uitnodiging van vandaag: dat we de zondag niet allereerst zien als een verplichting, dat ook, maar vooral als een kans, een moment waarop Jezus Christus met ons mee wil lopen, tot ons wil spreken, ons hart wil raken door Zichzelf aan ons te geven.

Elke zondag mogen wij die weg gaan: luisteren naar zijn Woord, ons hart laten openen, Hem herkennen in het breken van het brood, om dan weer op weg te gaan, het leven in, met dat brandende vuur in ons hart.

Als we dat toelaten, kan er iets veranderen, wordt het geloof van gewoonte tot ontmoeting, is de Eucharistie geen herhaling, maar een bron, die ons leven stap voor stap doordringt van Gods aanwezigheid.

En dan kunnen ook wij zeggen: Brandde ons hart niet in ons toen Hij onderweg met ons sprak!? Amen.