Preek op 14-05-2026, Hemelvaart van de Heer, jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 14-05-2026, Hemelvaart van de Heer, jaar A, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Beste medegelovigen, welkom. Vandaag vieren wij de Hemelvaart van de Heer. Jezus Christus is echter niet van ons weggegaan om ons alleen achter te laten, nee, Hij is ons vooruitgegaan naar de Vader.

Daarom mogen wij blij zijn en Hem danken: zíjn glorie is ónze hoop, want wij horen bij Hem als leden van zijn lichaam. Dat Hij als God én mens in de hemel is, betekent, dat ook wij als mens eens in de hemel kunnen komen. De hemel is er niet meer alleen voor God en de engelen.

Maar dat gaat niet allemaal vanzelf, want Hij geeft ons ook een opdracht. Wij moeten niet stil en passief naar boven blijven kijken, maar hier op aarde leven als mensen, die Christus’ Naam dragen en uitdragen: zijn liefde zichtbaar maken. Daartoe vragen wij vandaag om de kracht van de Heilige Geest.

Erkennen wij eerst eerlijk waar wij tekortgeschoten zijn, en bidden wij samen de schuldbelijdenis.

Openingsgebed

Laat ons bidden. Almachtige God, laat ons juichen en blij zijn, vol dankbaarheid, omdat de hemelvaart van Christus, uw Zoon, ook onze verheffing is. Zijn glorie bij U is onze hoop, want wij vormen één lichaam met Hem, die ons hoofd is: Jezus Christus, onze Heer. Die met U leeft en heerst …

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

Christus is Koning, niet op afstand

Vandaag horen wij Jezus zeggen: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.”

Jezus spreekt deze woorden niet vanuit een paleis, maar tot zijn elf leerlingen op een berg in Galilea. Zij zijn Hem gevolgd, zijn Hem kwijtgeraakt aan het kruis, zij hebben gehoord én zelf ervaren, dat Hij verrezen is, en nu staan zij daar vóór Hem. Zij aanbidden Hem, zegt het evangelie, sommigen echter twijfelen ook, maar van Jezus mogen ook die laatsten gewoon meedoen, het komt wel goed met hen.

Zelfs op de dag van de grote zending staan er dus mensen bij Jezus met aanbidding én twijfel in hun hart. Jezus stuurt geen groep helden op pad, die alles begrijpen en nergens mee worstelen. Hij stuurt leerlingen, die Hem liefhebben én tegelijk nog onderweg zijn.

Dat mag ons bemoedigen, want ook ons geloof is niet altijd één rechte lijn omhoog. Er zijn dagen waarop wij bidden met vertrouwen, en er zijn tijden waarop ons gebed moeizaam gaat … of we laten het misschien weleens helemaal achterwege. Soms ervaren wij de aanwezigheid van Christus heel sterk, soms gaan wij op de automatische piloot gewoon door, omdat wij weten, dat Hij betrouwbaar is.

Macht die leven geeft

Wanneer Jezus zegt, dat Hem alle macht is gegeven, bedoelt Hij geen macht, die mensen kleineert. Zijn macht is die van de gekruisigde en verrezen Heer. Hij heeft geen mensen onder de voet gelopen, maar Hij heeft voor ons de dood overwonnen. Hij heeft niet met geweld zijn plaats opgeëist, maar heeft zijn leven gegeven. Daarom is zijn macht anders dan de macht, die wij soms om ons heen zien, dat mensen elkaar overschreeuwen, naar beneden halen of misbruiken voor eigen voordeel.

Paulus zegt, dat God Christus heeft opgewekt uit de doden en Hem heeft doen zitten aan zijn rechterhand, hoog boven alle machten. Geen enkele angst of zonde, geen enkele mislukking of donkere kracht heeft nog het laatste woord. Christus staat boven alles, niet als een verre heerser, maar als hoofd van de Kerk, als Degene met wie wij verbonden zijn.

Een jongere, die denkt: “Mijn toekomst ligt open, maar ik weet niet welke kant ik op moet gaan of – gezien de maatschappelijke omstandigheden – welke kant ik kán gaan”, die mag weten, dat Jezus Christus op zijn weg meegaat. Een volwassene, die verantwoordelijkheid draagt, in gezin, werk, parochie of zorg voor anderen, hoeft niet te leven alsof alles alleen op zijn of haar schouders rust. Wij doen wat wij kunnen, maken keuzes, wij zetten stappen, maar wij leven altijd en overal onder de liefdevolle en dienende macht van Jezus Christus.

De ogen van ons hart

Paulus bidt, dat de ogen van ons hart verlicht mogen worden. Wij kunnen kijken met onze gewone ogen en toch het belangrijkste missen. Wij kunnen zien wat er vandaag moet gebeuren, welke mails beantwoord moeten worden, welke boodschappen er morgen gehaald moeten worden, welke problemen opgelost moeten worden, en intussen vergeten waarvoor wij leven. De ogen van ons hart worden verlicht wanneer wij weer gaan zien, dat ons leven geroepen is, dat God ons kent en dat Hij onze hulp nodig heeft als teken van zijn goedheid.

Dat begint eenvoudig. Wie thuis wat geduldiger spreekt dan hij gewoonlijk doet, laat iets zien van Jezus Christus. Wie op school of op het werk niet meedoet met een gemene grap of roddel over iemand, die er – zogenaamd – niet bij hoort, kiest voor het Rijk van God. Zo wordt geloof geen apart vakje naast de rest van ons leven, maar een licht, dat doorwerkt in onze woorden, keuzes en omgang met mensen.

Gaat dus

Jezus zegt niet alleen: “Mij is alle macht gegeven.” Hij zegt ook: “Gaat dus.” Omdat Hij Heer is, worden wij door Hem gezonden. De Kerk is niet bedoeld als een gesloten kring van mensen, die elkaar vasthouden en verder niets. Wij worden leerlingen om anderen tot leerling te maken. Dat betekent niet, dat wij opdringerig moeten worden of met grote woorden moeten rondlopen. Het betekent wel, dat ons leven moet gaan spreken van Jezus Christus, altijd in daden en waar mogelijk ook in woorden.

Soms begint evangelisatie met een uitnodiging: “Ga eens mee naar de kerk.” Of het begint met een rustig gesprek, waarin iemand merkt, dat geloof niet ouderwets of somber is, maar levend, verstandig en hoopvol. Soms begint het met een daad van trouw: toch bidden, wel vergeven, toch opnieuw beginnen met iemand, wel kiezen voor eerlijkheid wanneer een halve waarheid gemakkelijker zou zijn.

Jezus noemt ook het doopsel: “Doopt hen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” Wij zijn niet gedoopt in een idee, maar in Gods eigen Naam. Wij horen bij de Vader, die ons geschapen heeft; bij de Zoon, die ons verlost heeft; bij de Heilige Geest, die ons van binnenuit vernieuwt. Ons geloof is onze identiteit, onze bron en onze richting.

Ik hoop trouwens, dat wij ons er niet al te gauw bij neerleggen, dat kleinkinderen of vrienden en vriendinnen, collega’s, nóg niet zijn gedoopt. Daar móéten wij elke dag even voor bidden, want de doop betekent eeuwig leven. En dat gunnen wij onze dierbaren van harte!

Ik ben met u

Aan het einde zegt Jezus: “Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.” Jezus gaat naar de Vader, maar Hij trekt zich niet terug uit ons bestaan. Hij blijft met ons in zijn Woord, in de Sacramenten, in de Kerk, in de stille kracht van de Heilige Geest. Hij is met ons op dagen van twijfel en vreugde, op dagen waarop wij moeten kiezen tussen gemak en trouw.

Hemelvaart betekent dus niet, dat Jezus verder weg is. Het betekent, dat Hij als Heer van hemel en aarde – door de Heilige Geest – overal kan zijn waar zijn leerlingen Hem volgen en aanroepen. Wij moeten dus ook inderdaad niet naar de hemel blijven staren alsof ons leven hier beneden er minder toe doet. De Heer, die verheerlijkt is, zendt ons juist deze wereld in. Hij wil onze handen gebruiken om goed te doen, onze stem om andere mensen hoop te geven, ons hart om voor anderen ruimte te maken.

Laten wij daarom vandaag opnieuw onder zijn macht gaan staan, niet angstig, maar vrij en blij, met vertrouwen. Christus is Heer. Hij leeft en zendt ons. Hij gaat mee, alle dagen, tot alles in Hem is voltooid. Amen.