Preek op 08-03-2026, 3e zondag van de Veertigdagentijd, pastoor Frank Domen

Preek op 08-03-2026, 3e zondag van de Veertigdagentijd, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, welkom op deze derde zondag van de Veertigdagentijd: een tijd van bezinning, bekering en vernieuwing van ons geloof.

In deze weken nodigt de Heer ons uit om opnieuw te ontdekken waar het in ons leven werkelijk om gaat. Want uiteindelijk komt alles van God: Hij is de bron van het leven en van alle goed, dat wij ontvangen.

Het gaat er vandaag om, dat God in deze heilige tijd zijn Kerk leidt en ons vervult met zijn heilige Geest. Want juist nu willen wij weer dichter bij Hem komen, als mensen, die verlangen naar het levende water, dat Hij ons geeft.

In de eerste lezing horen wij hoe het volk Israël in de woestijn dorst lijdt en begint te morren tegen Mozes. Zij vragen zich af: Is de Heer wel bij ons of niet? Maar ondanks hun ontevredenheid en ondankbaarheid laat God hen niet in de steek: uit de rots laat Hij water stromen, zodat het volk kan drinken.

Ook wij kennen momenten van twijfel en ongeduld. Daarom willen wij ons hart openen voor Gods genade en beginnen wij deze Heilige Eucharistie met het bidden van de schuldbelijdenis.

Openingsgebed

Laat ons bidden. Heer onze God, van U komt alle leven en alles is uit U geboren. Hongerigen brengt Gij tot verzadiging en wie dorst lijden, voert Gij tot de bron van levend water. Leid uw kerk in deze veertigdagentijd; vervul ons van uw Heilige Geest, waarin wij allen zijn gedoopt tot het ene lichaam van Jezus Christus, uw Zoon. Die met U … Amen.

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek – Levend water voor ons leven

Onze dorst

Wij kennen allemaal weleens dorst. Niet alleen lichamelijke dorst, maar ook een geestelijke. Dorst naar vrede, zeker in deze tijd van toenemende oorlogen. Dorst naar zin in ons leven. Dorst naar liefde en naar hoop.

In het evangelie van vandaag zien wij Jezus bij de bron van Jakob. Hij is moe van de reis. En daar ontmoet Hij een Samaritaanse vrouw. Het begint met iets eenvoudigs: een gesprek over water. “Geef Mij te drinken.”

Maar al snel wordt duidelijk, dat Jezus over iets veel groters spreekt. Hij zegt: Wie drinkt van het water, dat Ik geef, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen.

Dat water is Gods genade. Het is zijn liefde, die in ons hart wordt uitgestort, zoals Paulus zegt in de tweede lezing. Het is de Heilige Geest, die ons leven van binnenuit vernieuwt.

Waar wij dat water vinden

Mensen zoeken dat ‘water’ vaak op allerlei plaatsen. In succes, bezit, in drukte, plezier. Maar telkens blijkt, dat het niet genoeg is.

Denk maar aan een gewone werkdag. Wij rennen van afspraak naar afspraak, we beantwoorden berichten, we regelen duizend kleine dingen. Aan het einde van de dag kunnen wij moe zijn en denken: Waar doe ik het eigenlijk allemaal voor!?

Jezus zegt vandaag: het echte ‘water’ komt van God.

En dat ‘water’ ontvangen wij op een heel bijzondere manier: in de Eucharistie. In de Heilige Communie geeft Christus zichzelf aan ons. Niet symbolisch, maar werkelijk. Zijn leven wordt ons leven.

De Communie opdragen

En hier ligt iets heel moois dat veel gelovigen door de eeuwen heen hebben gedaan: wij kunnen de Communie opdragen.

Wanneer wij de Heilige Communie ontvangen, kunnen wij die aan God aanbieden voor iemand anders. Voor een zieke. Een familielid, dat het moeilijk heeft. Voor iemand, die ver van het geloof staat. Of voor onze overleden dierbaren. Dat is een eenvoudige, maar diepe daad van liefde.

Misschien kent iemand van ons zo’n moment: wij komen naar voren voor de Communie en in ons hart noemen wij een naam: van een moeder, een vriend, een kind, of iemand, die wij onlangs hebben verloren.

Dan zeggen wij als het ware tegen de Heer: Heer, ik ontvang U nu. En ik bied deze genade aan voor hem, voor haar. Het is alsof wij iemand meenemen naar de bron.

Heiligen die dit leefden

Veel heiligen hebben deze praktijk gekend en gekoesterd.

De heilige Monica, de moeder van Augustinus, bad en offerde haar gebeden en Communies jarenlang op voor haar zoon. Zij verlangde, dat hij God zou leren kennen. En uiteindelijk gebeurde het: Augustinus werd niet alleen christen, maar zelfs een grote heilige en bisschop, een kerkleraar.

Ook de heilige Teresia van Lisieux deed dit vaak. Zij droeg haar Communies op voor missionarissen en voor mensen, die ver van God leefden. Zij geloofde, dat Jezus door haar kleine gebeden grote dingen kon doen.

Ook Pater Pio moedigde mensen vaak aan om hun Communie bewust op te dragen voor anderen.

Dat is eigenlijk iets heel moois: wij hoeven voor de Heilige Communie nooit alleen naar voren te komen. In ons hart kunnen wij een hele stoet mensen meebrengen.

Een kleine daad met grote kracht

Het mooie is: het vraagt geen grote woorden. Alleen een eenvoudig gebed in ons hart. Bijvoorbeeld: Heer Jezus, deze Communie draag ik op voor mijn overleden vader. Of: Heer, help mijn vriend, die het moeilijk heeft. Zo wordt de Eucharistie niet alleen voedsel voor onszelf, maar ook een bron van genade voor anderen.

Het lijkt een beetje op iemand, die bij een bron water haalt en ook een beker meeneemt voor iemand thuis.

De vrouw bij de bron

Kijken wij nog eens naar de Samaritaanse vrouw. Aan het begin van het verhaal komt zij water halen. Gewoon, zoals elke dag. Maar na haar ontmoeting met Jezus gebeurt er iets bijzonders. Zij laat haar waterkruik achter en gaat naar de stad en vertelt iedereen over Jezus Christus.

Dat is eigenlijk wat er gebeurt wanneer wij echt van het levende water drinken: wij willen het delen. Niet altijd met grote woorden, maar soms gewoon door een vriendelijk gebaar, door een luisterend oor, door een klein gebed voor iemand.

De Veertigdagentijd

Wij zijn in de Veertigdagentijd. Dat is een tijd waarin wij opnieuw naar de bron gaan.

Misschien kunnen wij in deze weken iets eenvoudigs doen: bewuster de Communie ontvangen. Niet automatisch. Niet haastig. Maar met een klein gebed.

Misschien voor iemand die ziek is. Voor iemand, die ons heeft gekwetst. Misschien voor iemand, die gestorven is. Dan wordt de Eucharistie een bron, die blijft stromen.

Levend water voor de wereld

Paulus zegt vandaag iets heel hoopvols: Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest. Dat betekent: wij staan er niet alleen voor. God werkt al in ons hart.

Elke Communie is als een nieuwe bron, die in ons wordt geopend. En van daaruit kan Gods liefde verder stromen — naar onze familie, naar onze vrienden, of naar mensen, die wij misschien nooit zullen ontmoeten, als wij bijvoorbeeld bidden voor de vrede in het Midden-Oosten.

Zo verandert een eenvoudige ontmoeting met Jezus ons leven. Zoals bij de Samaritaanse vrouw. En zoals bij zoveel gelovigen door de eeuwen heen.

Wie van het water drinkt dat Christus geeft, draagt in zich een bron die blijft opborrelen — tot eeuwig leven. Amen.