Preek op 08-02-2026, vijfde zondag door het jaar A, pastoor Frank Domen
Openingswoord
Welkom allemaal in deze viering van de vijfde zondag door het jaar. Een bijzonder woord van welkom voor alle doopleerlingen, de vormelingen en de communicantjes, die zich vandaag aan God en ons, de kerkgemeenschap, zullen voorstellen. Welkom ook hun familieleden.
Vandaag horen we, dat geloven niet mag blijven bij mooie woorden of vrome gedachten. God vraagt in de eerste lezing uit de profeet Jesaja om een open hart, om handen, die delen, ogen, die zien wie honger heeft, en voeten, die naar de medemens in nood toegaan. Waar wij brood delen, warmte geven en niemand buitensluiten, daar overwint het licht de duisternis. Daar wordt ook ons leven een teken van Gods nabijheid.
Maar eerlijk is eerlijk: het lukt ons niet altijd om zo goed te leven. Laten we daarom eerst stilstaan bij onszelf en God om vergeving vragen; bidden wij samen de schuldbelijdenis.
Openingsgebed
Laat ons bidden. God, alleen de eredienst met een oprecht hart kan U behagen. Geef dat de woorden, die wij spreken, daden worden; dat wij U eren in de dienst aan onze naaste, en dat onze goede werken een openbaring worden van uw heerlijkheid. Door onze Heer … Amen.
Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst
Preek
Geen grote praatjes, maar echt geloof
Beste medegelovigen, de apostel Paulus is in de tweede lezing opvallend eerlijk. Hij zegt: ik kwam niet met een gelikt praatje of indrukwekkende woorden. Ik kwam met één ding: Jezus Christus, gekruisigd.
Dat is bevrijdend. Want wij denken vaak, dat geloven betekent, dat je alles moet begrijpen, dat je sterk moet zijn, geen twijfels mag hebben. Maar Paulus zegt precies het tegenovergestelde. God werkt juist door onze kwetsbaarheid heen. Niet door een leven zonder fouten, maar door vertrouwen. Dat maakt geloof niet zwaar of elitair, voor een uitverkoren groepje, maar menselijk en dichtbij.

Zout en licht: klein, maar onmisbaar
In het evangelie zegt Jezus iets groots over ons: “Gij zijt het zout van de aarde” en “Gij zijt het licht van de wereld.” Dat klinkt vandaag heel bijzonder voor ons koor, dat heet ‘Salt & Light’, wat betekent ‘Zout en Licht’, maar het is natuurlijk een boodschap voor ons allemaal.
Laten we even goed kijken. Zout is klein. Licht kan heel eenvoudig zijn. Een beetje zout maakt een hele maaltijd beter. Eén lampje kan een donkere kamer gezellig en herkenbaar maken. Jezus vraagt niet om heldendaden, maar om trouw in het kleine. Om eerlijkheid, aandacht, om goed te doen waar we ook zijn. Zo wordt ons leven een stille, maar duidelijke verkondiging van de Blijde Boodschap.
Wanneer verliest zout zijn kracht?
Jezus is ook scherp. Zout dat zijn smaak verliest, is nergens meer goed voor. Dat kan gebeuren als geloof alleen nog een gewoonte wordt. Als we hier wel zitten, maar innerlijk op afstand blijven. Als we weten wat hoort, maar niet meer vragen waarom. Dan wordt geloof flauw. Niet omdat God weg is, maar omdat wij Hem geen of niet voldoende ruimte meer geven. Dit evangelie is echter geen verwijt, maar een uitnodiging: laat je geloof weer smaak krijgen, warm worden.
Licht zet je niet weg, dat laat je schijnen
We zijn gewend om te zeggen: doe maar gewoon, hou het voor jezelf. Jezus zegt iets anders. Licht steek je niet aan om het weg te stoppen. Licht is bedoeld om te schijnen. Niet om te laten zien hoe goed jijzelf bent, maar om andere mensen richting te geven. Als wij vergeven en delen, opkomen voor wie kwetsbaar is, dan zien de omstanders iets van God. Niet dus omdat wij zo bijzonder zijn, maar omdat God door ons heen werkt. Zo wordt geloven zichtbaar én aantrekkelijk voor anderen.
Wat gebeurt hier eigenlijk in de Mis?
In het eucharistisch gebed zeggen we iets heel wezenlijks: God is de bron van alle heiligheid. Niet wij. En daarom nodigt Hij ons uit om dichterbij te komen. Gewoon brood en gewone wijn worden Lichaam en Bloed van Christus. Jezus zegt: “Dit is mijn Lichaam, voor u gegeven.” Dat is geen losse zin. Dat is zijn hele leven samengevat: Zichzelf geven, tot het uiterste toe. En dan zegt Hij: “Blijft dit doen om Mij te gedenken.” Dat is wat wij in de Rooms-Katholieke Kerk al 2000 jaar doen rondom het altaar van Onze HeerJezus Christus.
Wij worden wat wij ontvangen
Als wij samen het Lichaam van Christus ontvangen – we moeten wel min of meer waardig daartoe zijn, goed proberen te leven, christelijk – , dan blijven we niet wie we waren. We worden één lichaam, zegt het eucharistisch gebed. Geen losse mensen naast elkaar, maar verbonden. Met Christus en met elkaar. Katholiek zijn is niet: alles al op orde hebben. Het is: samen gedragen worden, samen gevoed worden, samen onderweg zijn. Met vallen en opstaan. Met vragen en hoop. Met de zekerheid, dat God ons niet loslaat.
Geloof is geen theorie, maar kracht
De apostel Paulus zegt: ons geloof steunt niet op menselijke slimheid, maar op de kracht van God. Die kracht is niet altijd spectaculair. Vaak is ze stil. Ze zit in volhouden wanneer het moeilijk wordt. In opnieuw beginnen na een fout. In liefde waar boos worden en wraak nemen makkelijker lijkt. Het is de kracht van de Geest, die ons samenbrengt en van binnenuit verandert.
Durven wij ons leven laten veranderen?
Dit evangelie, broeders en zusters, stelt ons een vraag, die we niet kunnen ontwijken: willen wij zout en licht zijn? Niet straks, maar nu, in ons dagelijks leven. De heilige Mis eindigt straks niet met een afbeelding “The End”, zo van “het is voorbij”, de Mis eindigt maar met een zending. Wat wij hier ontvangen, is bedoeld om door te geven. De Kerk kan dat niet vaak genoeg benadrukken. Dan krijgt het leven smaak. Zo wordt het donker lichter. Zo ontdekken wij dat katholiek zijn niet iets van vroeger is, maar een levende weg om vandaag te gaan. Amen.