Preek op 07-06-2026, Sacramentsdag, jaar A, Pastoor Frank Domen
Openingswoord
Broeders en zusters, welkom. Vandaag vieren wij Sacramentsdag: Jezus Christus geeft Zichzelf aan ons in zijn Lichaam en Bloed. Hij blijft niet op afstand, maar komt heel dicht bij ons, ja zelfs ín ons, als voedsel voor onderweg.
Wij vragen Hem, dat wij dit heilige geheim altijd met de grootst mogelijke eerbied mogen vieren en dat zijn verlossing steeds meer in ons gaat leven. Zoals Israël in de woestijn het manna ontving, zo ontvangen wij Christus zelf: niet alleen brood voor het lichaam, maar leven voor ons hart, onze ziel, onze toekomst.
Laten wij ons daarom openen voor zijn barmhartigheid, zijn vergeving, en samen de schuldbelijdenis bidden.
Openingsgebed
Laat ons bidden. Heer Jezus Christus, in dit wonderbaar Sacrament hebt Gij ons de gedachtenis nagelaten van uw lijden en sterven. Wij bidden U: laat ons de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed met zo grote eerbied vieren, dat wij de genade van uw verlossing voortdurend in ons ervaren. Gij die leeft en heerst met God de Vader in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.
Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst
Preek
Christus komt niet alleen bij ons, Hij geeft Zichzelf
Sacramentsdag, wij vieren dat Jezus niet alleen mooie woorden heeft nagelaten en een goed voorbeeld, niet alleen een herinnering aan vroeger, maar Hij geeft Zichzelf. In de Eucharistie komt Hij tot ons onder de gedaanten van brood en wijn. Dat klinkt eenvoudig. Een stukje brood, een kelk met wijn, een altaar, een priester, de woorden van Jezus: “Dit is mijn Lichaam” en “Dit is mijn Bloed”.
En toch gebeurt hier op het altaar het grootste dat iedere dag opnieuw op aarde plaatsvindt: Christus geeft Zichzelf aan ons, helemaal, werkelijk, levend. Eigenlijk zou dat op het journaal te zien moeten zijn: Jezus Christus, de Zoon van God, komt op de aarde!
In het evangelie zegt Jezus niet: “Ik geef jullie een symbool van mijn liefde.” Hij zegt: “Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald.” En ook: “Mijn Vlees is waarlijk voedsel en mijn Bloed is waarlijk drank.” Dat woord “waarlijk” moeten wij niet onderschatten. Jezus bedoelt … wat Hij zegt. Hij wil niet alleen bewonderd worden, Hij wil ons voeden. Hij wil niet alleen naast ons staan, Hij wil ín ons wonen.
Wat er verandert op het altaar
Daarom spreken wij in de Kerk over ‘transsubstantiatie’. Letterlijk betekent: overgang naar een andere diepste werkelijkheid. Tijdens de heilige Mis worden brood en wijn werkelijk veranderd in het Lichaam en Bloed van Christus. Aan de buitenkant zien wij nog steeds brood en wijn. De smaak en de kleur blijven, de vorm en het gewicht ook. Maar wat het ís … verandert. Het wezen verandert. Brood is niet meer brood; wijn is niet meer wijn. Christus zelf is aanwezig.
Dat kunnen wij niet in een laboratorium bewijzen, want het gaat niet om een chemisch proces. Het is een verandering, die God zelf bewerkt, door de kracht van de heilige Geest en door de woorden van Christus, uitgesproken door de priester. Zoals God bij de schepping sprak en er leven kwam, zo spreekt Christus in de Eucharistie. Jezus Christus leent als het ware de stem van de priester, maar Hijzelf is het, die handelt. Hij is de Gastheer, het Offer en het voedsel.
Daarom knielen wij, zijn wij even stil, bewaren wij de ‘geconsacreerde Hostie’ in het tabernakel en brandt daar de rode godslamp. Niet omdat wij nu eenmaal van plechtigheden houden, maar omdat de Heer hier werkelijk aanwezig is. Wie een kerk binnenkomt en knielt of buigt, zegt met zijn lichaam: Heer, U bent hier. Ik kom bij U op bezoek.
Eén Brood, één Lichaam
Paulus zegt in de tweede lezing: “Omdat het Brood één is, vormen wij één Lichaam.” De Eucharistie verbindt ons dus niet alleen met Christus, maar ook met elkaar. Wij ontvangen niet ieder ons eigen privé-momentje met Jezus, los van de rest, nee, wij eten van hetzelfde Brood en worden daardoor steeds meer één gemeenschap, één kerkfamilie.
Dat is een opdracht. Wie communiceert, zegt eigenlijk: Heer, maak mij minder opgesloten in mijzelf. Leer mij leven als iemand, die tot uw Lichaam hoort. In een parochie zitten verschillende mensen bij elkaar: jong en oud, rustig en druk, mensen met een sterk geloof en mensen, die zoeken, mensen, die blij binnenkomen en mensen, die moe zijn. De Eucharistie maakt van al die verschillende mensen geen losse verzameling, maar één lichaam rond Christus.
Dat begint eenvoudig. Misschien door na de Mis niet meteen langs iemand te lopen, maar even te vragen hoe het gaat; door thuis aan tafel niet alleen te praten over wat misgaat, maar ook dankbaar te noemen wat God de afgelopen week heeft gegeven. Zo krijgt de Eucharistie handen en voeten.
Wij mogen zelf ook veranderen
Als brood en wijn veranderen in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus kunnen ook wíj veranderen. Niet ineens, niet met geweld, niet als een toneelstukje, maar werkelijk. Dat begint al in het Doopsel waardoor wij veranderen in zonen dochters van God. Ook wil de Heer ons hart veranderen. Hij wil onze woorden zuiverder maken, onze gedachten eerlijker, onze keuzes liefdevoller, ons doen en laten meer in de geest van Jezus.
Wij komen soms met harde woorden, ongeduld, met oordeel over een ander, met gemakzucht of een hart, dat vooral met zichzelf bezig is. De Eucharistie zegt dan niet: blijf maar zoals je bent, maar: kom dichter bij Jezus Christus, ontvang Hem, laat Hem in je werken. Wie Jezus ontvangt, ontvangt geen stil bezit, maar levend vuur. Hij verwarmt, zuivert en zendt.
Denk aan een berichtje, dat wij willen sturen wanneer wij boos zijn. Wij kunnen meteen reageren, snel en scherp, maar wij kunnen ook even wachten en bidden: Heer Jezus, laat mijn woorden niet afbreken, maar opbouwen. Of denk aan iemand, die ons irriteert. Wij kunnen die persoon vastpinnen in één negatief beeld, maar wij kunnen ook vragen: Heer, leer mij kijken met iets van uw geduld. Dat zijn geen kleine dingen. Daar begint bekering.
Leven door Hem
Jezus zegt: “Wie Mij eet, zal leven door Mij.” Dat is de kern van Sacramentsdag. Wij leven niet alleen door adem, eten, slaap, werk, studie, ontspanning en plannen maken. Wij leven ten diepste door Christus. Zonder Hem kan het leven aan de buitenkant nog goed gevuld lijken, terwijl het vanbinnen schraal wordt. Maar mét Hem kan zelfs een moeilijke weg vruchtbaar worden.
Daarom is de zondagse Eucharistie geen verplichting, die ons leven kleiner maakt, maar juist ruimer. Wij komen niet naar de Mis, omdat wij niets anders te doen hebben, maar omdat Jezus Christus ons roept en voedt. Hier ontvangen wij de kracht om thuis vrede te brengen, op het werk of op school eerlijk te blijven, in vriendschappen trouw te zijn, in tegenslag niet verbitterd te raken en in vreugde dankbaar te blijven.
Sacramentsdag nodigt ons uit om met vernieuwde eerbied te kijken naar de heilige Hostie. Wanneer ik als priester straks zeg: “Zie het Lam Gods”, – gelieve dan ook werkelijk te kijken en niet ‘eerbiedig’ de ogen gesloten te houden – dan kijken wij niet naar iets, maar naar Iemand. Wij kijken naar Jezus Christus, die Zichzelf geeft voor het leven van de wereld. En wanneer wij Hem ontvangen, mogen wij eenvoudig bidden: Heer Jezus, verander mij. Maak mij meer van U. Laat mijn woorden, mijn gedachten, mijn keuzes en mijn liefde steeds meer op U lijken.
Dan wordt de Eucharistie niet alleen gevierd in de kerk, maar voortgezet in ons leven. Christus komt in ons, opdat wij in Hem blijven en Hij in ons … heel de komende week. Wie van dit Brood eet, zegt Jezus, zal leven in eeuwigheid. Dat leven begint niet pas later; het begint waar wij ons vandaag door Hem laten voeden. Eeuwig leven begint met de Doop en gaat door in de hemel. Amen.