Preek op 06-07-2025, 14e zondag door het jaar C, pastoor Frank Domen
Openingswoord
Lieve medeparochianen, welkom allemaal! Goed dat jullie hier zijn, op deze zondag, om samen stil te worden, te luisteren, te bidden en te zingen én nieuwe energie op te doen voor de week, die voor ons ligt. Want ja: de kerk is eigenlijk een soort tankstation, maar dan voor je hart en je ziel.
Vandaag belooft God ons troost en vrede. Geen snelle ‘alles-komt-wel-goed-troost’, maar een diepe zekerheid: wij zijn veilig bij Hem. We zijn geborgen. Een gedachte, die we niet vaak buiten de kerk horen, maar wel een, die we voelen als iemand écht naar ons luistert, als we weten: we hoeven het niet alleen te doen.
De profeet Jesaja komt met een misschien wat onverwachte boodschap. Het gaat over een stad – Jeruzalem – maar hij beschrijft haar als een moeder. Stellen we ons dat eens voor: een stad, die ons draagt, voedt, troost als een moeder haar kind. Dat beeld zegt iets over God zelf: Hij is krachtig én zorgzaam. Zoals een moeder, die ons optilt als we vallen, die ons knuffelt als we verdriet hebben.
Vandaag worden we uitgenodigd om ons te verheugen, om Gods troost te ontvangen, én … om zelf troostbrengers te worden. Want vrede is niet alleen iets wat je krijgt, het is iets wat je mag doorgeven.
Laten we met een open hart samen deze heilige Mis vieren.
Openingsgebed
Laat ons bidden. Barmhartige Heer, Gij belooft ons troost en vrede en telkens weer schenkt Gij ons de zekerheid, dat wij bij U geborgen zijn. Zend ons uit; dat wij ieder mens uw vrede brengen en dat allen, die wij ontmoeten, de nabijheid ervaren van uw Rijk. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon …
Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst
Preek
Beste medeparochianen, stellen we ons eens voor: we krijgen een berichtje op onze telefoon – van Jezus. “Goedemorgen allemaal – schrijft Hij – ik stuur jullie op pad. Neem geen tas mee, geen schoenen, geen noodpakket. En trouwens, het wordt pittig. Jullie zijn als lammetjes onder de wolven. Maar probeer vrede te brengen én … vertrouw verder maar op Mij!” Zouden wij dan meteen zeggen: “Prima, Heer, U kunt op ons rekenen!?”
Misschien niet. Want het evangelie is best wel even slikken. Jezus stuurt 72 mensen op pad, zonder spullen, zonder bescherming, zonder plan B. En tóch gaan ze. En ze komen terug – met een glimlach van oor tot oor. Waarom? Omdat ze iets hebben meegemaakt, dat groter is dan zijzelf. Ze hebben ervaren: God werkt door ons heen!
1. Jezus stuurt ook ons op pad – niet alleen de professionals
Jezus stuurt niet alleen de grote apostelen zoals Petrus en Johannes. Nee, Hij kiest 72 gewone mensen. Misschien waren sommigen vissers, timmerlieden, herders – mensen met modder aan hun sandalen en eelt op hun handen. En Hij zegt: “Ga. Vertel dat het Rijk van God dichtbij is. Breng vrede.”
Dat is belangrijk. Jezus zegt niet: “Wacht tot je alles begrijpt.” Of: “Wacht tot je perfect bent.” Nee, Hij stuurt hen nu. Zoals ze zijn. Zoals wij zijn.
Want ook wij mogen ons aangesproken voelen. We hoeven niet te wachten tot we heilig zijn of alles begrijpen. Jezus stuurt juist gewone mensen – omdat gewone mensen op buitengewone manieren Gods liefde kunnen laten zien. Op het werk en op school, bij onze familie en vrienden, bij de sportclub. Niet met grote preken, maar met kleine daden van liefde, aandacht en troost.

2. Vrede brengen – geen social-media-stijl- missie
Wat is dan onze boodschap? “Vrede aan dit huis.” Geen ingewikkelde uitleg, geen geheime trucs – gewoon: “vrede”.
“Vrede” klinkt simpel, maar is bijzonder. In een wereld waarin mensen botsen, oordelen, elkaar snel ‘ontvolgen’ of afserveren, zegt Jezus tegen ons: breng vrede. Wees een wandelende ‘rustig-aan-knop’. Iemand bij wie anderen even op adem kunnen komen.
En Hij zegt: als de vrede niet wordt aangenomen, komt die gewoon terug naar ons. We verliezen dus niets door het te proberen. We mogen gewoon onszelf zijn, het goede brengen. En als het niet landt? Dan schudden we het stof van onze schoenen, en gaan verder.
Net zoals we iemand oprecht een compliment geven en die persoon reageert bot. Jammer, maar wij hebben licht willen brengen. En licht blijft licht, ook als iemand zijn ogen dichtknijpt.
3. Paulus: het draait niet om uiterlijk of status
In de tweede lezing horen we Paulus. En die zegt het recht voor z’n raap: “God beware mij ervoor op iets anders te roemen dan op het Kruis van Jezus Christus.”
Dat is geen pakkende en flitsende uitspraak. Paulus zegt: ik ben niet trots op mijn prestaties, titels of succesverhalen. Mijn enige trots is wat Jezus voor mij heeft gedaan – aan het Kruis, Zijn liefde, Zijn overgave.
Hij zegt ook: besneden of onbesneden – het doet er niet toe. Voor ons betekent dat: het gaat er niet om of we er vlot en modern uitzien, de juiste merkkleding dragen, de beste prestaties neerzetten en goed overkomen op internet. Wat telt dan wel? Of wij een nieuwe schepping zijn. Of we leven vanuit liefde, vergeving en hoop.
4. Niet trots zijn op eigen kracht, maar op Gods liefde
Even terug naar het evangelie. De 72 komen terug vol blijdschap: “Heer, zelfs de duivels luisteren naar ons!” Ze voelen zich een beetje als spirituele superhelden.
Maar Jezus zegt: “Blijf nuchter. Dáár gaat het niet om.” Hij zegt: “Verheug je niet, omdat de boze geesten jou gehoorzamen, maar omdat je naam staat opgetekend in de hemel.”
Onze waarde ligt niet in wat we doen voor God, maar in wie we voor Hem zijn. Hij kent ons bij naam. We staan in Zijn adresboekje. We zijn geliefd, niet omdat we iets groots presteren, maar omdat we van Hem zijn.
5. Wat betekent dit voor ons vandaag?
Wat wij hier vandaag de dag mee kunnen doen? Stellen we ons voor, dat wij één van die 72 zijn. We hoeven niet alles te weten of perfect te zijn. Maar we zijn wel geroepen. Niet om op een zeepkist te gaan staan met een Bijbel in onze hand, maar om vrede te brengen, liefde te delen, recht te doen.
Denken we bijvoorbeeld aan:
- iemand, die op het werk of op school alleen staat – en wij kiezen ervoor om – ondanks boze blikken van anderen – even naast diegene te gaan staan;
- een ruzie, die we proberen te sussen, ook al stonden we er buiten;
- een gesprek met iemand, die ons irriteert, maar die we tóch met respect behandelen.
Dat zijn momenten waarop we iets van Gods Rijk zichtbaar maken. Dat zijn zaadjes van vrede. Zo klein, maar o zó krachtig.
6. Jezus stuurt ons nog steeds
Jezus stuurt ons nog steeds. Iedere zondag, aan het einde van de Mis, worden wij gezonden. Let maar op het slot: “Gaat nu allen heen in vrede.” Dat is geen nette afsluitformule, het is een missieverklaring. Een uitnodiging.
Misschien denken we: wíj kunnen dat niet. We zijn te oud of te jong, te druk, te onzeker. Maar Jezus laat ons niet alleen. Hij geeft ons zijn Geest mee, Zijn vreugde, Zijn vrede.
7. Tot slot …
Tot slot: de 72 leerlingen gingen op pad zonder geld, zonder tas, zonder schoenen. Wie doet dat nou!? Maar misschien is dat precies het geniale van Jezus.
Als we niets meenemen, moeten we wel vertrouwen. We worden gedwongen om te ontvangen, ons open te stellen. Misschien is dat precies wat Jezus wil: dat we leren delen, leren vertrouwen en loslaten. Niet als survivaltechniek, maar als levensstijl.
Of zoals een tiener ooit zei na een jongerenbedevaart: “Ik had minder spullen bij me dan ooit, maar ik kwam rijker terug dan ik had durven dromen.” Dat is het geheim van het evangelie.
Dus, lieve medemensen, laten we ons niet tegenhouden door angst, twijfel of wat anderen denken. Laten we gaan. Vrede brengen. Vertrouwen. En we weten: onze naam staat genoteerd … in de hemel. Amen.