Preek op 05-10-2025, 27e zondag door het jaar C, diaken Eelke Ligthart

Preek op 05-10-2025, 27e zondag door het jaar C, diaken Eelke Ligthart

Opening

Van harte welkom bij de viering van de H. Eucharistie op de 27e zondag door het jaar. Ook al degenen, die via livestream met ons zijn verbonden, welkom.

De lezingen van vandaag plaatsen ons voor een belangrijke vraag: wat betekent het om te geloven, niet alleen in goede tijden, maar juist wanneer het leven ons uitdaagt en ons plaatst voor soms moeilijke beslissingen? We staan samen stil bij het verlangen naar meer geloof, een houvast, dat verder reikt dan oppervlakkig vertrouwen. Geloof, dat niet alleen onze eigen levens vormt, maar ook zichtbaar wordt in daden van hulp, rechtvaardigheid en toewijding aan elkaar.

In die belevenis, soms van elke dag van onzekerheid biedt het evangelie hoop. Het nodigt ons uit om het zaadje van vertrouwen, dat in ieder mens aanwezig is, te laten groeien. Dit vraagt moed, openheid en de bereidheid om samen te zoeken naar God in ons dagelijks bestaan. Zo bouwen we aan een gemeenschap waarin het geloof niet slechts een woord is, in een mooie samenkomst op zaterdagavond of zondagmorgen, maar dat leeft door onze handen en harten, ons leven van elke dag.

Preek

In het H. Evangelie hoorden we de apostelen zojuist in de eerste zin zeggen: “Geef ons meer geloof.” Dat is wat de apostelen vragen aan Jezus. Een beetje geloof is dus niet voldoende, nee, het moet echt meer zijn dan een beetje.

En ‘meer’ is een begrip, dat wij heel goed kennen, want ook wij verlangen dikwijls naar meer. Maar het gaat dan heel waarschijnlijk niet over meer geloof, maar over meer geld, meer gezondheid, meer geluk in de liefde en in de lotto, meer vakantie, enzovoort. Maar het is nooit ‘meer geloof’, want dat zou misschien wel te veel van ons kunnen eisen. Immers, hoe dieper en oprechter ons geloof is, hoe meer we Jezus echt volgen. We weten wat het inhoudt: dat is bovenal houden van God, en evenveel houden van onze naasten als van onszelf, en dat is niet altijd gemakkelijk, ook al weten we, dat we niet van God kunnen houden, als we niet van onze naasten houden.

In die tijd zeiden de apostelen tot de Heer: “Geef ons meer geloof.” De Heer antwoordde: “Als ge een geloof had als een mosterdzaadje, zoudt ge tot die moerbeiboom zeggen: Maak uw wortels los uit de grond en plant u in de zee, en hij zou u gehoorzamen.”

Precies daarin ging Jezus grenzeloos ver: Hij was er altijd voor zijn medemensen, wie ze ook waren: man of vrouw, oud of jong, ziek of gezond, rijk of arm, zondaar of vrome. En Hij veroordeelde nooit. ‘Ga heen en zondig voortaan niet meer’, was het enige wat Hij zei tegen de overspelige vrouw, die de Schriftgeleerden en de Farizeeën bij Hem hadden gebracht, met de vraag haar te stenigen, want dat moest volgens de wet van Mozes. Maar dat moest helemaal niet volgens de wet van Jezus, want die bestond uit maar één woord, en dat was: liefde.

Het geloof, dat Jezus van ons vraagt, is niet slechts een verlangen naar ‘meer’ in materiële zin, maar een diep vertrouwen, dat zichtbaar wordt in oprechte liefde voor God en voor elkaar. In navolging van Jezus betekent dit, dat we niet oordelen, maar luisteren, breken en delen, zodat ons geloof tot leven komt in daden van warmte en medemenselijkheid. Zelfs in een wereld vol onzekerheid, oorlog en ellende, zoals het dagelijks nieuws ons toont, blijven we geroepen om met een geloof zo klein als een mosterdzaadje wonderen van vrede, respect en vergeving te verrichten. Zo blijven we, gesteund door de kracht en liefde van Gods Geest, zoeken naar wegen van gerechtigheid en mededogen – niet alleen voor onszelf, maar voor al onze broeders en zusters, dichtbij en ver weg, en bouwen we samen aan een gemeenschap waarin het geloof telkens opnieuw handen en voeten krijgt.

Het is een geloof, dat ook op onszelf gericht is, zodat het ons sterk genoeg maakt om wonderbare dingen te doen. Zoals altijd streven naar vrede. Altijd aandacht te hebben voor onze medemensen. Echt breken en delen. Respect hebben voor mens en natuur. Zelfs kunnen vergeven.

Dat is allemaal lang niet altijd gemakkelijk, want we leven in een stormachtige wereld. Een wereld, die ons wellicht tot dezelfde wanhopige vragen leidt als die van de profeet Habakuk in de eerste lezing: Waarom-vragen en hoelang-nog-vragen. Waarom moet er zoveel ellende zijn? Waarom voert Rusland oorlog tegen Oekraïne en Europa? Waarom zijn er miljoenen vluchtelingen? Waarom laat God dat allemaal toe? Hoelang gaat al die ellende nog duren?

Het antwoord op die vragen is eenvoudig: die ellende zal er zijn zolang zoveel machthebbers zichzelf tot God verheffen. Geen God van liefde en vrede, maar van haat, van machtsmisbruik, wreedheid, oorlog en geweld. Een mensonwaardige god, die de God van liefde en vrede wil uitroeien.

Dierbare medegelovigen, het is duidelijk, dat in zo een wereld een sterk geloof als dat van een mosterdzaadje nodig is. Een geloof zo diep en zo sterk, dat het blijft zoeken naar Gods wegen van liefde en vrede, hoe vreselijk de wereld ook toegetakeld wordt. Laten we in gelovig vertrouwen, in ons rozenkransgebed vragen om vrede in de wereld en vrede in ons hart.

We staan daar niet alleen voor. ‘God heeft ons een geest van kracht, liefde en bedachtzaamheid geschonken. “Schaam u dus niet om van onze Heer te getuigen, en bewaar de u toevertrouwde schat met de hulp van de heilige Geest die in ons woont,” zegt Paulus in de tweede lezing. Nee, we staan er echt niet alleen voor. Laten we dus ons uiterste best doen om te leven vanuit een sterk en diep geloof. Een geloof dat we in deze tijd ook toewensen aan onze christelijke broeders en zusters wereldwijd. Amen.