Preek op 05-04-2026, Paaszondag, jaar A, Pastoor Frank Domen
Openingswoord
Broeders en zusters, welkom – in deze prachtig versierde kerk – op deze allergrootste feestdag van het kerkelijke jaar, Pasen. Pasen is geen herinnering van lang geleden, maar een levende werkelijkheid van vandaag. God heeft zijn Zoon uit de doden opgewekt. Dat verandert alles. Het betekent, dat het leven sterker is dan de dood, dat hoop sterker is dan wanhoop, dat Gods liefde nooit ophoudt.
We willen God vragen ons geloof in de verrezen Heer te versterken en ons op te wekken uit zonde en dood. Dat is precies waar Pasen ons toe uitnodigt: niet blijven hangen in wat voorbijgaat, maar leven als mensen van hoop, gericht op Gods toekomst.
In de eerste lezing horen we Petrus, die vol vuur getuigt. Hij spreekt niet over een idee, maar over Iemand, die hij gekend heeft, met wie hij gegeten en gedronken heeft na de verrijzenis. Hij zegt: wij zijn getuigen. En eigenlijk geldt dat ook voor ons. Ook wij mogen, ieder op onze eigen manier, getuigen zijn van de levende Heer in ons leven. Getuigen van wat God in ons eigen leven en in dat van andere mensen heeft gedaan, wondere werken soms.
Dat vraagt wel een open hart. Daarom willen wij ons nu voorbereiden, ons hart openen voor Gods genade, en samen de schuldbelijdenis bidden.
Openingsgebed
Laat ons bidden. God, almachtige Vader, dit is de dag waarop Gij uw Zoon uit de doden hebt opgewekt. Gij hebt Hem gezalfd met de heilige Geest en verheven boven al wat leeft. Wij vragen U: bevestig ons geloof in de verrezen Heer, wek ons op uit zonde en dood. Dat wij ons niet vastklampen aan wat voorbijgaat, maar uitzien naar uw heerlijkheid. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die … Amen.
Er is géén TienerWoordDienst
Wel Peuter- en KinderWoordDienst
Preek
Het begint in het donker
Wij staan al midden in Pasen, maar het evangelie begint eigenlijk nog in het donker. Maria Magdalena gaat vroeg in de morgen naar het graf, terwijl het nog donker is. Ook in ons eigen leven is het niet altijd meteen licht. Soms zitten wij met zorgen, met verdriet, met vragen waarop we geen antwoord hebben, en dan voelt het alsof het nog nacht is.
En midden in dat donker, gebeurt iets onverwachts: de steen is weg. Het graf is open. Alsof God zegt: zelfs waar jij denkt, dat alles vastzit, dat alles afgesloten is, daar kan Ik iets nieuws beginnen. Pasen begint dus juist daar waar wij het zelf niet meer zien zitten.
Rennen naar het graf
Petrus en Johannes rennen naar het graf. Dat is mooi, want geloof is niet iets van stil blijven zitten. Het raakt ons, brengt ons in beweging. Ook wij hebben van die momenten, dat we enthousiast zijn, dat we ergens naartoe willen, iets willen ontdekken.
Maar we zien ook verschil: de één is sneller, Johannes, de ander, Petrus, komt later. En toch komen ze allebei aan. Zo gaat het ook bij ons. De één gelooft snel, de ander heeft tijd nodig. De één voelt het meteen, de ander twijfelt nog. En dat mag. Want uiteindelijk worden wij allemaal uitgenodigd om het leven met God binnen te gaan, om zelf te zien.

Hij zag en geloofde
Dan komt dat moment: “Hij zag en geloofde.” Geen groot wonder, geen stem uit de hemel, alleen lege doeken. En toch … geloof.
Geloven is: erop vertrouwen dat God werkt, ook als wij nog niet alles begrijpen. Zoals wanneer iemand ons vergeeft, terwijl we het misschien niet verdienen, of we merken, dat er toch weer hoop groeit na een moeilijke periode. Dan gebeurt er iets van Pasen, ook al kunnen we het niet precies uitleggen.
Nieuw deeg worden
In de tweede lezing zegt Paulus: “Doet het oude zuurdesem weg om nieuw deeg te worden.” Dat klinkt misschien vreemd, maar het beeld is heel eenvoudig. Zuurdesem – dat is bijna hetzelfde als gist, maar dringt dieper door de toevoeging van melkzuurbacteriën – zuurdesem beïnvloedt alles. Een klein beetje maakt het hele deeg anders.
Zo werkt het ook in ons leven. Kleine dingen kunnen ons helemaal bepalen. Een beetje bitterheid kan ons hart verharden. Jaloezie kan ons blik vertroebelen. Egoïsme kan relaties stuk maken.
Dan Paulus zegt: laat dat oude los. Wij zijn nieuw geworden. Christus is ons Paaslam. Leef als nieuwe mensen, in oprechtheid en waarheid.
Dat betekent niet, dat wij ineens de allerbeste mensen zijn, maar wel dat wij telkens opnieuw mogen kiezen. Bijvoorbeeld wanneer wij de kans hebben om iemand te helpen en we doen het, ook al kost het moeite. Of wanneer wij eerlijk blijven, terwijl het makkelijker zou zijn om eronderuit te komen. Dan leven wij als nieuw deeg, als mensen van Pasen.
Verrijzenis: toekomst én vandaag
Wij zullen eens zullen verrijzen met Christus. Dat leert de geloofsbelijdenis. De dood is niet het einde. Ons leven gaat verder bij God.
Maar Pasen is niet alleen iets voor later. Het begint nu al mogen nu al leven als verrezen mensen.
Wat betekent dat? Dat wij niet blijven hangen in wat dood is: oude fouten …van onszelf of van anderen, niet in wrok of moedeloosheid. Dat wij durven opstaan, telkens opnieuw.
Denk aan iemand, die na een conflict de eerste stap zet om het goed te maken. Dat is een kleine verrijzenis. Of iemand, die na een teleurstelling toch weer vertrouwen krijgt en opnieuw begint. Dat is ook verrijzenis.
Of wanneer wij in een druk en vol leven toch tijd maken voor gebed, voor stilte, voor God. Dan laten wij zien: er is meer dan alleen maar werken. Er is leven met God.
De Verrezen Heer ontvangen
En dan is er nog iets bijzonders. Iedere keer, dat wij de heilige Communie ontvangen, ontvangen wij geen brood, maar de Verrezen Christus zelf.
Dat betekent, dat Pasen heel dichtbij komt. Niet als een verhaal, maar als een ontmoeting. Hij komt in ons hart. Hij wil ons leven van binnenuit vernieuwen.
En misschien voelen wij dat niet altijd meteen. Misschien voelen wij niet altijd iets bijzonders. Maar toch gebeurt er iets. Zoals voedsel ons lichaam voedt en daar vanbinnen zijn werk doet, zo voedt Hij onze ziel.
En van daaruit kunnen wij anders gaan leven. Met meer geduld, meer liefde, meer hoop. Niet omdat wij zo sterk zijn, maar omdat Hij in ons leeft.
Leven als mensen van Pasen
Pasen vraagt ons anders te kijken. Niet alleen naar wat moeilijk is, maar ook naar wat groeit. Niet alleen naar wat ontbreekt, maar naar wat God nu al geeft.
Wanneer wij ’s morgens de dag beginnen met een gebed, dan zetten wij de toon: deze dag is van God. Wanneer wij iemand aandacht geven, ook al hebben wij het druk, laten wij iets zien van Gods liefde. Wanneer wij dankbaar zijn voor kleine dingen, een gesprek, een zonnestraal, een moment van rust, leven wij als mensen van Pasen. Dan wordt ons gewone leven een plek waar de verrijzenis zichtbaar wordt.
Wij mogen getuigen zijn
Petrus zegt: “Wij zijn getuigen.” Dat geldt ook voor ons. Wij hoeven geen grote preken te houden. Maar mogen wel laten zien, dat ons geloof voor ons iets betekent. Door hoe wij spreken, hoe wij omgaan met anderen, door hoe wij keuzes maken.
En misschien merkt iemand dan: er is iets anders aan jou. Door jou is er hoop, vertrouwen. Er is licht.
En dan gebeurt het: dan gaat Pasen verder, van mens tot mens.
Op weg met de Verrezen Heer
Broeders en zusters, Pasen is begonnen, maar het is nog niet klaar. Wij zijn onderweg. Wij leren stap voor stap wat het betekent om te leven met de Verrezen Heer.
Soms gaat dat gemakkelijk, soms kost het moeite. Maar wij hoeven het niet alleen te doen. Hij gaat met ons mee.
En telkens weer mogen wij terugkomen bij Hem. In het gebed. In de Eucharistie. In de liefde, die wij geven en ontvangen.
Zo groeit in ons dat nieuwe leven. Het leven van Pasen. Het leven dat sterker is dan de dood. Het leven dat God ons vandaag al wil geven. Amen. Zalig Pasen!