Preek op 02-11-2025, Allerzielen, jaar C, Pastoor Frank Domen

Preek op 02-11-2025, Allerzielen, jaar C, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Beste familie en vrienden, medeparochianen, welkom allemaal op deze bijzondere dag van Allerzielen.

We zijn hier samen, als mensen van geloof en herinnering, met in ons hart de namen van hen, die we in het afgelopen jaar hebben moeten loslaten. Soms jonger, soms ouder, soms plotseling, soms na een lange weg. Elk afscheid was anders, maar in elk afscheid klonk hetzelfde verdriet — en dezelfde hoop.

Vandaag willen we die hoop opnieuw uitspreken. We willen de namen van onze dierbaren laten klinken in dit Godshuis, hun kruisje in ontvangst nemen, en het straks thuis een bijzonder plekje geven — als teken van liefde en verbondenheid, sterker dan de dood.

De woorden van het boek Wijsheid uit de eerste lezing mogen ons troosten: “De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand.”

Wat voor mensen soms lijkt op het einde, is in Gods ogen een nieuw begin. Hun leven is niet verdwenen, maar opgenomen in zijn licht, beproefd als goud in het vuur, aanvaard als een offer van liefde.

Moge deze viering ons helpen om met zachte ogen te kijken naar wat geweest is, met dankbaarheid te herinneren, en met vertrouwen te geloven, dat onze geliefden in vrede zijn — in Gods hand, voor eeuwig.

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

1. In Gods hand

Lieve familie en vrienden, medeparochianen, vandaag zijn wij hier samen om stil te staan bij de mensen, die wij in het afgelopen jaar moesten loslaten. Wij dragen hun namen in ons hart: een vader of moeder, een kind, een vriend, iemand uit de parochie. Misschien is het afscheid nog maar kort geleden, misschien al langer, maar het gemis blijft.

Allerzielen is geen dag van koude graven, maar een dag van warme herinnering. Wij, gelovigen, durven te zeggen, dat zij niet verloren zijn, maar geborgen in Gods hand. Dat is wat het boek Wijsheid ons vandaag zegt: “De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand, en geen foltering zal hen deren.” Die woorden rusten als een zachte hand op onze schouder. Ze vertellen ons, dat onze dierbaren niet het niets verdwenen zijn, maar opgenomen in het licht van Gods liefde.

2. Een doorgang, geen einde

Wij hebben allemaal momenten gekend waarop het verdriet groot was, wanneer de stoel leeg bleef, de stem stilviel en het huis te groot leek. In de ogen van de wereld lijkt de dood het einde, maar in Gods ogen is zij een doorgang, een poort naar het leven. Wat wij zien als afscheid, ziet God als thuiskomen. Het boek Wijsheid zegt, dat zij die beproefd zijn, door God als goud in het vuur zijn gelouterd en als een brandoffer aanvaard. Dat betekent, dat zelfs het lijden en de pijn niet zonder betekenis zijn, want in Gods hand wordt ook het donker licht.

3. Niets kan ons scheiden van Gods liefde

De woorden van de apostel Paulus zijn vandaag als een anker, dat ons vasthoudt: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?” Niet de dood, niet het verdriet, niet de afstand, want de liefde van Christus gaat verder dan alles wat wij kennen. Paulus zegt: “Over dit alles zegevieren wij glansrijk, dankzij Hem, die ons heeft liefgehad.” Wij mogen geloven, dat niets ons kan scheiden van die liefde. Ook onze geliefden niet. Zij zijn opgenomen in diezelfde liefde, die sterker is dan dood en tijd.

Die zekerheid maakt dat wij, hoe zwaar het gemis soms ook is, toch met hoop kunnen leven. God heeft zijn eigen Zoon niet gespaard; Hij heeft Hem aan ons gegeven als teken, dat zijn liefde nooit ophoudt. Wat wij in Jezus zien, geldt ook voor hen, die wij missen: de dood heeft niet het laatste woord.

4. De weg naar Emmaüs

In het evangelie lopen twee leerlingen van Jezus naar Emmaüs. Zij zijn bedroefd, ontgoocheld, hun hoop is gebroken. Zo lopen ook wij soms, na een afscheid, dat ons ontredderd heeft. Wij praten met elkaar over wat er gebeurd is, maar we weten niet goed wat we ermee aan moeten. En dan, net als bij de leerlingen, komt er iemand naast ons lopen. Iemand, die luistert, vragen stelt, woorden van leven spreekt. Vaak herkennen wij Hem niet meteen, maar Hij is er wel — Jezus zelf, de Onzichtbare, die met ons meegaat.

Hij luistert naar onze verhalen, Hij legt de Schriften uit, Hij verwarmt ons hart met hoop. Zoals de leerlingen pas later beseffen, dat het de Heer zelf was, die met hen meeliep, zo herkennen ook wij Hem soms pas achteraf — in het luisterend oor van een vriend, in een briefje met troost, in een onverwacht gevoel van vrede. En wanneer wij samen Eucharistie vieren en het brood breken, dan is het alsof Jezus opnieuw zegt: “Ik ben er. Blijf niet stilstaan bij het graf, want Ik leef, en jullie met Mij.”

5. Gedenken is geloven

Wanneer wij onze overledenen gedenken, geloven wij tegelijk, dat zij niet verloren zijn. Het kruisje, dat wij in ontvangst nemen, is een eenvoudig, maar krachtig teken. Het zegt, dat hun leven verbonden is met het kruis van Christus, en dat het kruis niet eindigt in de dood, maar in de verrijzenis. Wanneer wij dat kruisje straks thuis neerleggen of ophangen — bij een foto, een kaars, een bloem — dan zeggen wij: jullie horen nog bij ons, en wij bij jullie. De liefde houdt stand, over de grenzen van dood en tijd heen.

Gedenken betekent niet, dat wij vastzitten in het verleden. Het betekent dankbaar terugkijken op wat wij ontvangen hebben en met vertrouwen vooruitzien. Wij danken God voor de mensen, die ons gevormd hebben, die ons geleerd hebben lief te hebben, te lachen, vol te houden. In elk van hen hebben wij iets van Gods liefde gezien, een glimp van zijn eeuwigheid.

6. Hoop die blijft

Soms lijkt dat geloof moeilijk vast te houden, vooral als de dood te vroeg komt, als het onrechtvaardig voelt of als het verdriet overweldigend is. Dan klinken woorden als “eeuwig leven” ver weg. En toch is dat precies waar God ons wil raken: in onze kwetsbaarheid, in onze vragen, in onze pijn. Geloof betekent niet, dat wij alles begrijpen, maar dat wij durven vertrouwen, ook zonder zekerheid. Zoals de leerlingen van Emmaüs niet alles begrepen, maar hun hart voelden branden toen Jezus het brood brak, zo mogen ook wij ervaren, dat Hij ons voedt met zijn aanwezigheid.

Vandaag bidden wij niet alleen voor onze dierbaren, maar ook voor onszelf. Wij bidden, dat wij de kracht mogen vinden om verder te gaan, met hoop in het hart. Dat wij mogen geloven, dat niets ons kan scheiden van de liefde van God. De dood heeft niet het laatste woord, want God is trouw. Onze geliefden zijn niet verdwenen, zij zijn ons vooruitgegaan. Zij hebben de overkant bereikt, waar God hun tranen afwist en hun vreugde volmaakt maakt.

Allerzielen is daarom geen dag van wanhoop, maar van vertrouwen. Wij mogen rouwen, maar niet zonder hoop. Wij mogen hen missen, maar niet zonder geloof. Wij mogen huilen, maar weten, dat onze tranen in Gods hand vallen. Want onze geliefden leven in Hem, en Hij leeft in ons.

Moge dit geloof ons dragen, zoals het de Emmaüsgangers droeg. Moge ons hart blijven branden van hoop, omdat wij weten, dat wij onderweg niet alleen zijn. En moge de dag komen dat wij, aan Gods tafel, weer allen samen zullen zijn — in het licht, in de vrede, in de liefde, die nooit meer sterft. Amen.

Openingsgebed bij de voorbede

Goede God, Gij hebt ons beloofd dat niets ons kan scheiden van uw liefde en dat allen, die in U geloven in vrede zullen leven. Vandaag gedenken wij onze dierbaren, die ons zijn voorgegaan, in het vertrouwen dat zij geborgen zijn in uw hand. Met dat geloof en die hoop richten wij ons nu tot U en bidden wij voor allen, die uw nabijheid nodig hebben.

Slotgebed bij de voorbede

Goede God, Gij zijt de Bron van leven en de Heer van alle tijden. In uw liefde bewaren wij onze overledenen, en in uw barmhartigheid vinden wij zelf kracht om verder te gaan. Laat ons leven doordrongen zijn van geloof, en geef, dat wij eens samen met hen mogen delen in de volheid van uw licht en vrede. Door Christus, onze Heer. Amen.