Preek op 02-04-2026, Witte Donderdag, jaar A, Pastoor Frank Domen

Preek op 02-04-2026, Witte Donderdag, jaar A, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Beste medegelovigen, van harte welkom bij deze bijzondere viering van Witte Donderdag. Vanavond stappen wij als het ware een heilig geheim binnen. Wij komen niet alleen samen om iets te herdenken, maar om er zelf deel van uit te gaan maken. Want wat Jezus Christus tijdens het Laatste Avondmaal speelt door tot op de dag van vandaag.

Wij gaan God vragen, dat wij in dit grote mysterie de bron van liefde en leven mogen vinden. God wil er dus niet alleen later in de hemel voor ons zijn, maar nú al. Hij wil ons vandaag al voeden, versterken en nieuw leven geven, zoals Hij toen voor de apostelen deed.

In de eerste lezing zullen wij horen hoe het volk Israël het Paasmaal vierde: met een lam, met brood, met haast – klaar om op weg te gaan. Het was een maaltijd, die redde, een teken, dat God zijn volk zou bevrijden en beschermen. Het bloed aan de deurposten – normaal een teken van dood – werd een teken van leven, van redding.

Vanavond zullen wij ontdekken hoe Jezus Christus dit oude Paasfeest vervult en verdiept. Hij geeft zichzelf als het ware Lam. Hij nodigt ons uit aan zijn tafel, niet als toeschouwers, maar als mensen, die mee mogen doen, die mee mogen leven van zijn liefde.

Laten wij ons hart openen voor dit mysterie en ons klaarmaken door eerst onze zonden te belijden.

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, wij herdenken en vieren het heilig Avondmaal, toen uw eniggeboren Zoon het nieuwe offer en de maaltijd van zijn liefde voor altijd aan de Kerk heeft toevertrouwd, voordat Hij zich overleverde aan de dood. Wij vragen U: mogen wij in dit grote mysterie de bron vinden van liefde en leven in overvloed. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Preek

Witte Donderdag: durven ontvangen

Lieve Kerkfamilie, vanavond nemen wij plaats aan een bijzondere tafel, het altaar van de Heer, niet voor een gewone maaltijd, maar voor een moment waarop Jezus Christus Zichzelf aan ons geeft. En misschien denken wij: dat kennen we wel, we horen dit elk jaar, maar als we eerlijk zijn, raakt het ons misschien niet altijd meer zo diep, en toch … vanavond gebeurt er iets dat alles verandert.

Petrus: eerst weerstand, dan overgave

We zien Petrus, herkenbaar, misschien wel meer dan we denken. Eerst zegt hij: “Nooit zult Gij mij de voeten wassen.” Dat klinkt sterk, stoer, misschien zelfs respectvol – zo van “U bent te goed om mij de voeten te wassen” – maar er kan ook iets anders onder zitten: hij wil het misschien wel zelf doen, hij wil niet klein zijn, niet afhankelijk.

En zeker dat herkennen wij, want ook wij willen het leven zo veel mogelijk zelf in de hand houden, wij lossen onze problemen zelf wel op. Wij zeggen: “Het gaat wel,” en wij vinden het lastig om hulp te ontvangen, van anderen en soms ook van God.

Maar dan zegt Jezus Christus iets indringends: “Als Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij.” Daarmee zegt Hij eigenlijk: als wij niet durven of willen ontvangen, kunnen wij ook niet echt met Hem leven, zoals kleine kinderen onmogelijk kunnen leven buiten het huis van hun vader en moeder.

De ommekeer van Petrus

En dan gebeurt er iets moois: Petrus slaat om. Hij zegt niet meer: “Nee,” maar ineens: “Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!”

Dat is typisch Petrus: eerst dicht, dan helemaal open, en misschien is dat precies de weg van geloof: niet honderd procent goed zijn, maar ons laten raken en dan open gaan. Wij hoeven niet eerst goed genoeg te worden voor God, wij mogen ons laten wassen zoals wij zijn.

De Eucharistie: ontvangen wat wij niet zelf kunnen maken

Dat is wat wij in de heilige Eucharistie doen. Wij komen niet hier, omdat wij alles op orde hebben, maar omdat wij kunnen en mogen ontvangen. Brood dat Lichaam wordt, wijn die Bloed wordt, liefde die tastbaar wordt.

Wij kunnen die Communie – die gemeenschap met de Heer – nu eenmaal niet zelf maken, wij kunnen het alleen ontvangen. Zoals iemand, die na een lange dag thuiskomt en merkt, dat er al voor hem of haar is gekookt, zodat hij of zij alleen maar hoeft aan te schuiven en niet eerst alles hoeft te verdienen. Zo nodigt Jezus Christus ons vanavond uit: kom, neem en eet, niet omdat je al zo goed bent, maar omdat Ik van je houd.

Liefde tot het uiterste

Het evangelie zegt: Jezus Christus had de zijnen lief “tot het uiterste toe.” Dat betekent, dat Hij niet half van ons houdt, niet een beetje of af en toe, en zeker niet alleen als wij het goed doen, maar helemaal, tot het uiterste. Dat zien we in het gebaar van de voetwassing: de Heer knielt, Hij dient, Hij raakt het stof van ons leven aan, en volgens middeleeuwse spiritualiteit en mystieke tradities kuste Hij hun voeten – en dat doet Hij nog steeds, ook in ons gewone leven. Wanneer wij moe zijn, wij ons onzeker voelen, wanneer wij fouten maken, komt Hij niet met verwijten, maar met water en liefde.

Van ontvangen naar doen

Maar daar stopt het niet, want Jezus Christus zegt: “Zoals Ik u heb gedaan, zo moeten ook jullie doen.” Dus wat wij ontvangen, mogen – en móéten – wij weer doorgeven, niet groots en ingewikkeld, maar klein en concreet is al heel fijn, bijvoorbeeld door echt te luisteren naar iemand, die zijn verhaal kwijt wil, door geduld te hebben als iemand ons irriteert, door een vriendelijk woord te spreken waar we normaal zouden zwijgen. Dat zijn momenten waarop we als het ware elkaars voeten wassen.

Geloof dat ons leven raakt

Witte Donderdag is dus geen verhaal van lang geleden, het gaat over ons alledaagse leven, over de vraag of wij durven en willen ontvangen, of wij ons laten dienen door Jezus Christus, of wij ons openen zoals Petrus, en van daaruit of wij zelf dienstbaar durven te worden.

Aan tafel met Jezus Christus

Vanavond zitten wij dus aan tafel met Hem, niet als mensen, die alles al weten en kunnen, maar als leerlingen, dat zijn – uiteraard – mensen, die nog mogen en willen leren, nieuwe ervaringen opdoen, soms aarzelend, twijfelend, of enthousiast en onstuimig, zoals Petrus, en dat is genoeg, als wij ons maar laten raken en zeggen: “Heer, kom in mijn leven,” want dan gebeurt er iets, dan groeit er iets, wordt ons geloof levend, en zo gaan wij stap voor stap meer lijken op Hem, die ons liefheeft tot het uiterste toe. Amen.