Preek op 01-03-2026, tweede zondag van de Vasten, jaar A, pastoor Frank Domen

Preek op 01-03-2026, tweede zondag van de Vasten, jaar A, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, welkom! Op deze tweede zondag van de Veertigdagentijd worden wij uitgenodigd om met nieuwe ogen naar God en naar ons eigen leven te kijken.

In het evangelie horen wij hoe God Jezus Christus op de berg Tabor openbaart als zijn geliefde Zoon, groter dan alle profeten, en hoe wij mogen leren luisteren naar zijn Woord.

Luisteren vraagt echter beweging: loskomen van waaraan we vastzitten, vertrouwen durven hebben, een weg gaan, die wij nog niet volledig kennen.

Dat zien we ook in de eerste lezing. Abram hoort Gods stem en wordt geroepen om weg te trekken uit zijn vertrouwde omgeving. Hij weet niet waarheen, máár … hij heeft vertrouwen in God. En juist daardoor wordt hij voor velen tot zegen.

Ook wij zijn in deze Veertigdagentijd geroepen om op weg te gaan: weg uit gemakzucht, twijfel of geslotenheid, uit al die zaken waarover we hopelijk in het meegenomen gewetensonderzoek aan het lezen zijn, op weg naar God, die ons leven wil vernieuwen.

Laten wij daarom eerst in eerlijkheid naar onszelf kijken en in de schuldbelijdenis samen bidden om Gods barmhartigheid.

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, op de berg hebt Gij Jezus ons geopenbaard als uw Zoon, groter dan de grootste der profeten. Leer ons luisteren naar zijn Woord, en schenk ons inzicht in het mysterie van zijn lijden en verheerlijking. Hij die met U leeft en heerst … .

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

1. Even de berg op

Vandaag neemt Jezus Christus drie leerlingen mee de berg op. Even weg uit de drukte. Even afstand van het gewone leven. Net op tijd. Het is de laatste dag van de vakantie. Maar er gebeurt daar iets heel bijzonders: Jezus Christus verandert van gedaante. Zijn gezicht straalt, zijn kleren worden licht. De hemel gaat als het ware even open.

Wij herkennen dat verlangen wel. Soms willen wij ook even de berg op. Even rust. Even duidelijkheid. Even voelen: God is dichtbij.

Dat kan gebeuren tijdens een mooie Mis, een stil moment in de kerk, een wandeling, een gesprek dat je raakt, of gewoon wanneer je ineens diepe vrede ervaart.

En Petrus zegt precies wat wij ook zouden zeggen: “Heer, het is goed dat wij hier zijn.”
Hij wil het moment vasthouden. Tentjes bouwen. Hier blijven.

Maar dat kan niet. Want geloof is niet bedoeld om alleen boven op de berg te blijven. Geloof moet mee naar beneden. Het gewone leven in.

2. Luisteren naar Jezus Christus

Uit de wolk klinkt Gods stem: “Dit is mijn geliefde Zoon … luistert naar Hem.” Dat is eigenlijk de kern van de Veertigdagentijd. Niet méér regels. Niet alleen minder eten of snoepen. Maar: opnieuw leren luisteren.

Want eerlijk gezegd: hoe vaak luisteren wij eigenlijk echt naar Jezus Christus? Wij luisteren naar nieuws, meningen, zorgen, agenda’s, telefoons die piepen … maar Jezus Christus’ stem raakt soms ondergesneeuwd. En toch spreekt Hij juist midden in ons dagelijks leven.

Wanneer wij geduld bewaren, terwijl we eigenlijk willen uitvallen. Wanneer wij iemand vergeven, terwijl het moeilijk is. Wanneer wij tijd maken voor iemand, die eenzaam is. Dan klinkt zijn stem: doe wat Ik, Jezus Christus, zou doen.

3. Geloof vraagt moed

Paulus zegt in de tweede lezing iets opvallends: “Draag uw deel in het lijden voor het Evangelie.”

Dat klinkt niet meteen vrolijk. Maar Paulus bedoelt dit: geloof is geen makkelijke weg, maar wel een zinvolle.

Wij kennen allemaal momenten waarop geloven moeite kost.

Een jongere, die op school niet mee wil doen met roddelen of pesten.
Een ouder, die probeert het geloof door te geven terwijl kinderen afhaken.
Een oudere, die met ziekte of eenzaamheid leeft en toch blijft bidden.

Dat zijn geen spectaculaire momenten. Maar juist daar wordt geloof echt. Niet omdat wij zo sterk zijn, zegt Paulus, maar omdat Gods kracht in ons werkt.

4. Een voorbeeld uit het gewone leven

Stel je iemand voor die na een lange werkdag thuiskomt. Moe. Het hoofd vol zorgen. Onderweg misschien irritatie gehad, files, drukte, allemaal gedoe.

En thuis begint het echte leven pas: aandacht geven, luisteren, helpen, koken, zorgen.

Op zo’n moment kun je twee dingen doen. Je kunt alles laten bepalen door vermoeidheid. Of je kunt heel bewust denken: hier mag ik vandaag liefde geven.

Niemand ziet dat misschien. Er klinkt geen applaus. Geen compliment. Maar precies daar leeft het Evangelie.

De ervaring op de berg Tabor gebeurt niet alleen bij grote wonderen. Soms gebeurt ze wanneer wij kiezen voor goedheid, terwijl niemand kijkt.

5. Jezus Christus raakt ons aan

De leerlingen worden bang van de stem uit de hemel. Ze vallen neer. Het is allemaal te groot. En wat doet Jezus Christus? Hij houdt geen preek. Hij discussieert niet. Hij komt dichtbij, raakt hen aan en zegt: “Sta op en wees niet bang.” Dat is misschien wel de mooiste zin van vandaag. Want hoeveel angst dragen wij mee?

Angst voor de toekomst.
Voor gezondheid.
Voor veranderingen in Kerk en wereld.
Angst voor ouder worden.
Voor falen.

En Jezus Christus zegt niet: alles wordt gemakkelijk.
Hij zegt: Ik ben bij je. Sta maar op.

Dat is christelijk geloof: niet dat er geen duisternis bestaat, maar wij hoeven er niet alleen doorheen te gaan.

6. We moeten weer naar beneden

Na dit toch prachtige moment moeten de leerlingen de berg weer af. Terug naar de zieken en de twijfelaars, de conflicten, het kruis en het lijden.

Ook wij gaan straks weer naar huis. Eerst – hopelijk – naar de rust van de zondag, maar dan weer naar werk, gezin, stilte of drukte. Maar we gaan anders terug. Want wie Jezus Christus heeft gezien – al is het maar een beetje – kijkt anders naar het leven.

Dan wordt vasten geen sombere tijd, maar een oefentijd.
Een tijd om lichter te worden. Vrijer.
Meer gericht op wat echt telt.
Misschien minder haast.
Vaker bidden.
Misschien iemand bellen, die we te lang vergeten zijn.
Of opnieuw beginnen waar iets vastgelopen is.

7. Het licht meenemen

De leerlingen zien uiteindelijk “niemand dan Jezus Christus alleen”. Dat is genoeg. Niet duizend zekerheden. Niet alle antwoorden. Maar Jezus Christus. En dat is ook voor ons genoeg.

Want Hij heeft, zegt Paulus, de dood vernietigd en het leven aan het licht gebracht. Ons geloof gaat uiteindelijk niet over regels of verplichtingen, maar over het leven. Echt leven. Leven dat sterker is dan alles wat ons klein maakt.

De Veertigdagentijd is daarom geen weg naar minder, maar naar méér:
méér vertrouwen,
méér liefde,
méér innerlijke vrijheid.

Beste medeparochianen, we mogen vandaag opnieuw horen: Sta op. Wees niet bang. Ga verder. En neem het licht van Jezus Christus mee – gewoon het leven in van morgen. Amen.