Preek op 01-02-2026, vierde zondag door het jaar A, Pastoor Frank Domen

Preek op 01-02-2026, vierde zondag door het jaar A, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Broeders en zusters, jonger en ouder, wij komen hier samen als mensen met lege handen en een open hart. Niet onze prestaties of onze kracht staan centraal, maar Gods liefde voor wie klein en kwetsbaar durft te zijn. Hij kijkt juist naar wie hongert naar gerechtigheid, naar wie zachtmoedig en eerlijk wil leven.

Vandaag worden wij uitgenodigd om ruimte te maken in onszelf: minder grootspraak, meer vertrouwen; minder eigen gelijk, meer openheid voor God. Als wij ons hart ontvankelijk maken, kan zijn woord in ons groeien en vrucht dragen voor een leven, dat sterker is dan alle angst.

Laten wij nu ons hart onderzoeken, onze onzuiverheid en dubbelheid erkennen en God om ontferming vragen, opdat Hij ons hart nieuw en zuiver maakt.

Openingsgebed

Laat ons bidden. Heer onze God, uw liefde gaat uit naar armen en hongerigen, naar dorstigen en bedroefden. Gij roept ons op te leven in ontvankelijkheid en armoede van geest en niet groot te gaan op eigen kracht. Wij bidden U: maak ruimte in ons hart, openheid in ons leven: dat uw boodschap niet tevergeefs weerklinkt, maar vruchten draagt voor een leven dat geen einde kent. Door Onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen.

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

Lieve medeparochianen, we hoorden zojuist de acht Zaligsprekingen als onderdeel van de Bergrede van de evangelist Matteüs. We zouden ze alle acht kort kunnen overdenken, maar dan hebben we eigenlijk acht keer niks. We nemen er één, en wel de lastigste, zeker in deze tijd: “Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.”

Wat betekent dat: zuiver van hart? Gaat het alleen over seksualiteit? Of over brave gedachten hebben? Of nooit iets verkeerds doen?

Ik denk, dat Jezus hier spreekt over ons hart, over de kern van wie wij zijn. Over wat er leeft achter onze woorden, onze keuzes, onze verlangens. Een zuiver hart is geen volmaakt hart, maar een eerlijk hart. Een hart, dat niet dubbel is; dat niet aan de ene kant God zoekt, en aan de andere kant blijft hangen in egoïsme, misbruik of verborgen ontrouw.

Van de Tien Geboden van God horen daar het zesde én het negende gebod bij. Niet alleen: “Gij zult niet echtbreken”, maar ook: “Gij zult niet begeren wat van een ander is.” Dus niet alleen ons handelen telt, maar ook onze blik, onze fantasie, onze innerlijke houding.

En laten we eerlijk zijn: juist daar gaat het vandaag de dag vaak mis. We leven in een wereld waarin alles zichtbaar en beschikbaar lijkt. Met één klik staan beelden op ons scherm, die mensen tot een object omlaaghalen. Relaties worden soms ingeruild alsof het om producten gaat. Trouw lijkt ouderwets, grenzen lastig. En ondertussen groeit er een stille leegte.

Jezus veroordeelt ons echter niet, zoals Hij niet oordeelde over de overspelige vrouw. Hij roept ons op. Hij zegt niet: “Zalig wie nooit valt”, maar zijn woorden betekenen: “Zalig wie met een oprecht hart blijft zoeken naar liefde, die echt is.” Zuiver van hart betekent: leren kijken naar de ander … als mens, niet als middel. Leren liefhebben … zonder te bezitten. Leren verlangen … zonder te grijpen.

Dat vraagt strijd, zeker. Maar Paulus zegt ons vandaag iets bevrijdends: God kiest niet de sterken, niet de perfecte of indrukwekkende mensen. Hij kiest juist wat zwak is in de ogen van de wereld. Hij kiest mensen zoals wij, met onze kwetsbaarheid en onze fouten.

We weten inmiddels wat dat betekent: we hoeven niet eerst zelf vlekkeloos te worden om bij God te mogen horen. Het is dankzij Hem, dat wij in Jezus Christus mogen leven. Hij is onze wijsheid, onze gerechtigheid, onze heiliging. Niet wijzelf.

Een zuiver hart maken we dus niet alleen. Dat láten we maken. Door steeds weer terug te keren naar Hem. Door eerlijk te durven zeggen: “Heer, mijn hart is soms verdeeld. Maak het één.”

Zuiverheid is niet kil of preuts. Integendeel. Het is warm en vrij. Het is liefde zonder dubbele agenda. Het is trouw, die niet verstikt, maar ruimte geeft. Het is kijken naar iemand en denken: jij bent een kind van God, geen gebruiksvoorwerp.

Voor jongeren betekent dat: durven wachten, grenzen durven stellen, niet meegaan in groepsdruk, die zegt dat alles maar moet kunnen. Voor ouderen kan het betekenen: trouw blijven in een lange relatie, ook als gevoelens veranderen; respectvol omgaan met anderen, ook in gedachten en woorden.

En voor ons allemaal: oppassen dat ons hart niet langzaam vervuilt door bitterheid, door stiekeme jaloezie, door het steeds vergelijken met anderen. Het negende gebod raakt daar precies aan: niet blijven kijken naar wat van een ander is, maar dankbaar leren zijn met wat ons gegeven is.

Want wie voortdurend begeert wat hij niet heeft, ziet uiteindelijk niets meer van wat hij wél heeft. En wie zo leeft, kan God moeilijk zien, omdat zijn blik vertroebeld raakt.

“Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien.”

God zien begint hier al. Wanneer we iemand recht in de ogen kunnen aankijken zonder verborgen bedoelingen. Wanneer we vergeving durven vragen en schenken. Wanneer we kiezen voor eerlijkheid in plaats van voor een leugentje dat ons beter doet lijken.

Dan wordt ons hart doorzichtig. En in dat doorzichtige hart kan Gods licht weerkaatsen.

Misschien voelen we ons bij dit alles eerder zwak dan sterk. Maar juist dat is hoopvol. Want wat zwak is, heeft God uitgekozen. Niet om ons klein te houden, maar om te laten zien, dat echte zuiverheid genade is.

We hoeven onszelf dus niet op schouder te kloppen. Zoals Paulus zegt: als we ergens over willen roemen, laat het dan over de Heer zijn. Over wat Hij in ons kan doen.

Een zuiver hart groeit waar wij klein durven worden, waar wij eerlijk durven worden, waar wij ons laten aanraken door Gods barmhartigheid. In de hemel zullen we uiteindelijk perfecte mensen zijn, maar hier op aarde kunnen we wel doorzichtige mensen worden, mensen bij wie binnen en buiten steeds meer samenvallen.

En zulke mensen, zegt Jezus, zullen God zien.

Niet alleen ooit, ver weg in de hemel. Maar nu al, in elke echte blik van liefde, in elke trouwe keuze, in elke overwinning op ons eigen ego.

Zalig wij, als wij dat pad blijven zoeken. Want wie zo leert kijken met een zuiver hart, ontdekt stap voor stap, dat God al die tijd dichterbij was dan we dachten. Amen.