Paus Leo XIV: “Schreeuwen kan een ultieme vorm van gebed zijn”
Tijdens de algemene audiëntie van 10 september legde paus Leo XIV uit waarom schreeuwen niet altijd ongepast is, maar juist een teken van hoop kan zijn.
Vandaag overwegen we het hoogtepunt van Jezus’ leven in deze wereld: zijn dood aan het kruis. De Evangeliën vermelden een bijzonder detail dat het verdient om met gelovig te worden overwogen. Op het kruis sterft Jezus niet in stilte. Hij dooft niet langzaam uit als een licht dat opraakt, maar verlaat het leven met een schreeuw: “Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest” (Mc. 15,37).
Laatste teken van leven
Die schreeuw bevat alles: pijn, verlatenheid, geloof, overgave. Het is niet alleen de stem van een lichaam dat bezwijkt, maar het laatste teken van een leven dat zich volledig schenkt. De schreeuw van Jezus wordt voorafgegaan door een vraag, een van de meest verscheurende die men kan uitspreken: “Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?”
Het gaat niet om een geloofscrisis, maar om de laatste etappe van een liefde die zich tot het uiterste geeft. De schreeuw van Jezus is geen wanhoop, maar vertrouwen dat blijft bestaan, zelfs wanneer alles zwijgt.

Geloofsbelijdenis
Daar kunnen wij een God herkennen die niet op afstand blijft, maar ons lijden tot in de diepte doorstaat. Een Romeinse honderdman, een heiden, begrijpt het. Niet omdat hij een toespraak heeft gehoord, maar omdat hij zag hoe Jezus stierf: “Waarlijk, deze mens was een Zoon van God” (Mc. 15,39).
Dat is de eerste geloofsbelijdenis na Jezus’ dood. Het is de vrucht van een schreeuw die niet in de wind is vergaan, maar een hart heeft geraakt. Soms drukken we met een schreeuw uit wat we met woorden niet kunnen zeggen. Als het hart vol is, schreeuwt het.
“Je schreeuwt als je gelooft dat er nog iemand is die luistert. Je schreeuwt niet uit wanhoop, maar uit verlangen”
We zijn eraan gewend om schreeuwen als iets ongepast te zien, iets dat onderdrukt moet worden. Maar het Evangelie kent aan de schreeuw een immense waarde toe: het herinnert ons eraan dat het een smeekbede kan zijn, een protest, een verlangen, een overgave. Het kan zelfs de ultieme vorm van gebed zijn – wanneer we geen woorden meer hebben.
Verlangen
In die schreeuw legde Jezus alles wat Hij nog had: al zijn liefde, al zijn hoop. Ja, want ook dat zit in het schreeuwen: een hoop die zich niet gewonnen geeft. Je schreeuwt als je gelooft dat er nog iemand is die luistert. Je schreeuwt niet uit wanhoop, maar uit verlangen. Jezus schreeuwde niet tegen de Vader, maar naar Hem. Zelfs in de stilte was Hij ervan overtuigd dat de Vader daar was.
Schreeuwen wordt zo een spirituele daad. Het is niet alleen de eerste handeling van ons leven – we komen ter wereld met een kreet – het is ook een manier om levend te blijven. Je schreeuwt wanneer je lijdt, maar ook wanneer je liefhebt, roept, smeekt.
Bron van hoop
Jezus leert ons om niet bang te zijn voor de schreeuw, zolang die oprecht, nederig en gericht is tot de Vader. Als onze gekwelde menselijke stem – in vrijheid en vertrouwen uitgesproken als kinderen van God – zich verenigt met de stem van Christus, kan die een bron van hoop worden. Voor onszelf en voor wie naast ons staat. (Vertaling: Susanne Kurstjens)