Overweging op 31/7 en 01/8 In Zuyder Waert en Hugo Waard op de 18e zondag door het jaar C, Jannie Ligthart
Openingswoord
Dierbare medegelovigen, welkom in de viering in het 18e weekend door het jaar.
Op Aswoensdag horen we altijd die bekende woorden “gedenk, mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren”. Het is een oproep om stil te staan bij de betrekkelijkheid van ons leven en van allerlei zaken waarmee we ons leven proberen te vullen. Diezelfde oproep kunnen we ook beluisteren in het evangelie van vandaag. Materiële zaken, materiële welvaart is natuurlijk best belangrijk, en daar mogen we ook gerust voor werken. Maar een geestelijke welvaart, een leven in vrede, een leven vol liefde en genegenheid, maakt ons pas echt gelukkig als mens. En in de werkelijkheid van het leven wordt dat vaak vergeten, met het gevolg dat er veel mis gaat in onze samenleving. Er is vaak te weinig aandacht voor de manier van leven, zoals Jezus het ons heeft voorgedaan. Daar ligt de oorzaak van een hoop narigheid in de samenleving.
De heilige apostel Paulus is daarin heel duidelijk. Hij roept ons op om stil te staan bij het leven, om ons leven in het juiste perspectief te zien, om te willen leven als de nieuwe mens. Hoe te leven als een nieuwe mens werkt Paulus uit in het vervolg van zijn brief. Wie als christen wil leven moet breken met de vroegere manier van leven waarin het materiële, de ondeugden en het egoïsme een grote plaats inneemt. Het nieuwe leven als christen heeft geen uiterlijkheden nodig. Het nieuwe leven heeft een innerlijk leven nodig dat verbonden is met God.
Om de H. Communie waardig te kunnen ontvangen, vragen we, voor de keren dat het ons niet lukte het Woord van God in praktijk te brengen, vergeving, door het samen bidden van de schuldbelijdenis.
Overweging
Lieve medegelovigen, lieve medemens, “Rijke dwaas – zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God “, horen we in het Evangelie.
Het lijkt wel of Jezus iets tegen rijke mensen heeft, alsof je van Hem niet rijk mag zijn. En in de Bijbel lezen we meer uitspraken in deze richting.
Maria zingt het zelfs al vóór Jezus’ geboorte in haar lofzang: “Rijken stuurt Hij heen met lege handen”.
Jezus zegt: “Wee, jullie rijken, wat jullie troost geeft, heb je al ontvangen”. Hij vertelt het in gelijkenissen en geeft voorbeelden: “Er was eens een rijk man die in purper en fijn linnen gekleed ging, en niets van zijn rijkdom aan de arme zwerver Lazarus gaf. In de onderwereld, ten prooi aan vele pijnen, zag hij Abraham en Lazarus in Gods Koninkrijk”.
En er staat : “Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van de naald te gaan, dan voor een rijke om in het Rijk Gods te komen”. Zo zijn er nog meer voorbeelden. En al die gelijkenissen kunnen we op ons eigen leven leggen.
Hoe zou het klinken als Jezus deze parabel nu zou vertellen: Er was eens een tuinder die de laatste jaren zo formidabel gedraaid had, dat hij besloot zijn tuin te verkopen. Het was de gunstige tijd en hij kreeg een enorme meerwaarde. Hij belegde zijn geld in een aantal waardevaste fondsen en zei tegen zichzelf: “Man je hebt het gemaakt, je hebt een pensioen geregeld waar anderen jaloers op kunnen zijn. Geniet nu van de jaren die komen, je kunt het ervan nemen en ga leuke dingen doen.” Maar God sprak tot hem: “Dwaas, nog dit jaar beland je in het ziekenhuis en krijg je te horen dat de artsen niets meer voor je kunnen doen. Wat heb je dan nog aan die mooie financiële reserve?” Jezus wijst ons erop dat ‘bezit’ heel relatief is: je kunt heel wat bezitten, maar niet je leven.
Vroeg of laat ga je dood en kan al dat bezit jou, het leven niet teruggeven.
Jezus heeft niets tegen de rijken, maar Jezus vraagt aan ons, dat we verder kijken dan ons aardse leven. Dat we ons doel van het leven voor ogen moeten houden, het toekomstige leven in Gods Hemels Koninkrijk.
De man is geobsedeerd door de ruzie over de erfenis. Hij loopt er de hele dag aan te denken. Hij komt bij Jezus en het enige wat hij tegen Jezus kan zeggen is: “Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt”. Is er voor die man dan niets belangrijkers, om over te praten met Jezus? Er zal zeker een stuk onrecht zijn, en die broer heeft misschien misbruik gemaakt van zijn positie als oudste zoon of zo. Maar waar gaat het hier om? Laten we kijken naar het voorbeeld van Jezus.
Toen Jezus nog bij de Vader in de hemel was, was Hij rijk, rijk bij God, zijn en onze hemelse Vader. Maar Hij werd arm, toen Hij werd geboren in een stal. Zijn armoede werd totaal toen Hij stierf aan het kruis. Hij gaf alles weg, zijn Lichaam en Bloed in de Eucharistie, zijn moeder, de heilige maagd Maria, aan de Kerk. Jezus gaf alles. Hij die rijk was is voor ons arm geworden, die Heer is, is voor ons slaaf geworden, die onze Meester is, is voor ons dienaar geworden, Hij die boven ons staat, valt onder het kruis.
Dat is Jezus. En uitgerekend aan Jezus komt iemand vragen: “Meester, zeg aan mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt”. De reactie van Jezus is bij deze man het zelfde als bij de rijke jongeling. Tegen hem zegt Jezus: “Ga heen, verkoop wat je bezit, deel het uit aan de armen en kom dan terug om Mij te volgen”. Die rijke jongeling moet eerst loskomen van zijn bezit, hij moet vrij worden, om rijk voor God te worden. Vrij worden door los te laten. Dan pas kan hij deel krijgen aan een andere rijkdom, aan de rijkdom van Gods aanwezigheid.
Jezus kijkt door Gods ogen naar deze wereld en zijn antwoord is altijd een “wake up call.” Je wordt weer even wakker geschud. De rijke tollenaars lieten zich wakker schudden. Zacheüs deelde zijn bezit met anderen. Hij ontdekte hoe hij rijk kon zijn bij God, hoe hij een schat in de hemel kon verwerven. Die uitnodiging richt Jezus ook tot ons. Amen.