Overweging op 17-07-2026 in Zorgcentrum Hugo-Waard, 16e zondag door het jaar A, Jannie Ligthart

Overweging op 17-07-2026 in Zorgcentrum Hugo-Waard, 16e zondag door het jaar A, Jannie Ligthart

Openingswoord

Beste medegelovigen, welkom in deze Woord- en Communieviering op de 16e zondag door het jaar.

Het is fijn om weer bij elkaar te zijn, om de tijd en de rust te nemen voor ons geloof in God. Deze momenten helpen ons, om God op de eerste plaats in ons leven te zetten en te houden.

In deze vakantieperiode, waarin de natuur volop groeit en bloeit, horen we over gelijkenissen die allemaal uit de natuur zijn genomen.

In de lezing uit het boek Wijsheid lezen we dat God zorg draagt voor alles en iedereen, dat Hij geduldig, mild en met zachtheid over ons oordeelt.

In de Evangelielezing vertelt Jezus enkele gelijkenissen die Hij nadien uitlegt, opdat het voor ons een voorbeeld en een houvast voor onze levenshouding kan zijn.

Door die gelijkenissen probeert Hij ons de ogen te openen. Leert Hij ons te kijken met Zijn ogen. Jezus kijkt met de ogen van Zijn hart. In de gelijkenis van vandaag, geeft God alle gewassen, het vruchtdragende en het onkruid gelijke kansen.

Hij geeft onze goede en onze slechte eigenschappen gelijke kansen. Tot onze laatste ademtocht hebben we de kans om onze goede eigenschappen voorrang te geven, door ons naar God te keren, en te proberen ons af te keren van onze slechte eigenschappen. De boodschap van vandaag voor ons is dan ook : Wees zo goed voor elkaar als God voor ons is, en geef elkaar en jezelf altijd een nieuwe kans.

Vóór elke nieuwe kans, vóór elk nieuw begin, moeten we wel erkennen, dat we geneigd zijn ons naar onze slechte kanten te keren, met andere woorden, dat we ons afkeren van God. Maar zoals Jezus zijn leerlingen steeds moed en vertrouwen geeft, zo zal Hij ons met geduld, zachtheid en mildheid beoordelen.

Omdat we nog vaak tekortschieten, in ons doen en laten, willen we dit belijden aan God en elkaar, om de heilige Communie waardig te kunnen ontvangen.

Overweging

Dierbare medegelovigen, lieve medemens, we horen Jezus vaak in gelijkenissen tot de mensen en Zijn leerlingen spreken.

Vorige week hoorden we zijn leerlingen Hem vragen: “Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen”. Jezus antwoordde, dat Hij in gelijkenissen spreekt omdat veel mensen die luisteren, hun hart niet geopend hebben voor zijn Woord, en dan niet horen, en niet begrijpen wat er gezegd wordt.

Met andere woorden geeft Jezus aan, dat, als wij naar zijn Woord luisteren, we met ons hele hart er bij moeten zijn, en we ervoor moeten zorgen dat ons hart er klaar voor is, dat het goede grond is, waarin het zaad van zijn Woord kan groeien, en vrucht dragen.

Jezus gebruikte vaak voorbeelden uit hun dagelijks leven. Ook in de tijd van Jezus moest er gezaaid en geoogst worden. Ze wisten hoe een mosterdzaadje zich kon ontwikkelen tot een grote boom, en ze wisten wat gist doet in het deeg.

Toch vroegen zij Jezus nog uitleg over de gelijkenis van het zaad en het onkruid in de akker. Zij bekeken het zoals wij zouden doen in onze tuin. Als er onkruid in de tuin of moestuin staat, trekken we het uit. We vinden het niet netjes staan en het gaat ook de mooie planten overwoekeren. Het mooie moet toch de ruimte hebben?

Zo zouden we dat ook met het onkruid in de wereld, het kwaad, het onrecht, de armoede, en met het onkruid in ons hart willen doen. Omdat we in ons het verlangen hebben, dat het leven er voor iedereen mooi en netjes uitziet, zouden we het liefst al het onkruid uit willen rukken en verbranden.

In de gelijkenis zegt Jezus tegen de leerlingen: “Laat het zaad en het onkruid samen opgroeien tot de oogst, en na de oogst zal ik de tarwe opslaan en het onkruid ervan scheiden en dan pas vernietigen.”

Jezus heeft geduld met het onkruid in ons leven, met onze zwakheid, met ons afkeren van de smalle weg om Hem te volgen.

In deze gelijkenis wil Jezus ons duidelijk maken dat God geduldig en met mildheid naar onze zwakke kanten, naar ons onvermogen ziet. Maar ook dat we door dit geduld van God de kans hebben om aan onze zwakke kanten te werken, en dat hoeven we niet alleen te doen. Gods Geest, die voor alles zorg draagt, zal ons hiermee wil helpen.

We worden opgeroepen om goed zaad te zijn, maar ook om geduld te hebben, verdraagzaam te zijn en vol te houden. Als we moedeloos worden over onze eigen onmacht, horen we Jezus ook tegen ons zeggen: “Stil maar, wacht maar. Ruk het onkruid niet uit, geef je zwakheid niet al je aandacht, laat het maar aan Mij over. Houdt je aandacht bij wat goed gaat, Ik blijf van je houden, en blijf Mij te volgen.”

Als wij, mensen, niet waakzaam en alert zijn op de werking van de H. Geest, kan er ruimte ontstaan voor onze zwakheden die steeds meer ruimte zullen innemen. Dat is tijd en ruimte die aan het goede in onszelf onttrokken wordt. Als wij bij onszelf merken en erkennen, dat er veel tijd van de dag in uiterlijke en materiele zaken gaat zitten, en er weinig tijd over blijft voor ons innerlijk, onze naaste en voor God, kunnen we de verzuchting slaken van: “het lukt me nooit om het goed te doen.”

Ook dan zegt Jezus: “Stil maar wacht maar”. Maak je niet ongerust als je oog in oog staat met je eigen zwakheid, draag het maar, wees maar zwak, laat het er zijn, maar blijf samen met mijn Geest werken aan het goede dat Ik in je gezaaid heb.

Wij zijn allen geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, en dus is het goede zaad ook in ons gezaaid, en vanuit dit kleine zaad kan iets moois groeien.

Om in de geest van Jezus het goede te doen en daarin te groeien, om sterker en krachtdadiger Zijn weg te gaan, heeft Jezus ons leren bidden. Ook al weten we vaak zelf niet hoe te bidden, we kunnen erop vertrouwen dat Gods Geest in ons bidt. Hierop te mogen vertrouwen geeft ons zoveel kracht en moed dat we onze oogst, aan het eind van ons leven met een gerust hart aan God over kunnen geven. We hoeven geen angst te hebben voor het onkruid dat in ons is meegegroeid. Als we ons elke dag door zijn Geest laten leiden, kunnen we ons, na ons lichamelijk leven, vol vertrouwen aan onze barmhartige en rechtvaardige Hemelse Vader overgeven. Amen.