Overweging op 10-04-2026 in de tehuizen, 2e zondag van Pasen jaar A, Jannie Ligthart
Openingswoord
Beste medegelovigen, welkom in deze Woord- en Communieviering op de 2e zondag van Pasen, ook wel Beloken Pasen genoemd. Hiermee wordt aangegeven dat de paasweek, de acht dagen na Pasen, afgesloten is.
Sinds het Jubeljaar 2000 wordt de tweede paaszondag ook Barmhartigheidszondag genoemd of “Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid”. Dan houden we ons voor ogen, dat God elke zondaar die berouw heeft, zal vergeven. Aanleiding voor dit feest was de grote achting van paus Johannes Paulus II voor de Poolse zuster-zieneres Maria Faustina Kowalska, die zei, dat Christus aan haar verschenen was en zich bekend maakte als de Goddelijke Barmhartigheid.
In de visioenen die zuster Faustina Kowalska kreeg, liet God zuster Faustina weten, dat de mensheid Zijn barmhartigheid uit het oog heeft verloren. Na haar heiligverklaring op 30 april 2000, is de 2e paaszondag door paus Johannes Paulus ll, vastgesteld als de jaarlijkse zondag van de Goddelijke Barmhartigheid.
In de eerste lezing, uit de handelingen van de apostelen, horen we over de eenheid, en de saamhorigheid van de eerste volgelingen van Jezus. Het is voor ons een goed voorbeeld.
In het Evangelie heeft Jezus geduld met Thomas, die niet kon geloven, en ontdekken wij, hoe de leerlingen elkaar steunden in het omgaan en verwerken, van alles wat ze hadden meegemaakt. Elke keer als Jezus bij hen kwam was zijn groet: “Vrede zij U.”
Omdat we nog vaak tekort schieten, in ons doen en laten, willen we dit belijden aan God en elkaar, om de Heilige Communie straks waardig te kunnen ontvangen. Daartoe bidden we samen de schuldbelijdenis.
Overweging
Beste medegelovigen, lieve medemens, bij het lezen van de eerste lezing, kreeg ik het gevoel dat ik bij de Jonge Kerk had willen zijn, en ik dacht ook, waarom hebben we dit niet volgehouden. Ze bezaten alles gemeenschappelijk, verdeelden hun bezit naar ieders behoeften, bezochten trouw en eensgezind de tempel, braken het Brood in een of ander huis, hielden maaltijd, blij en eenvoudig, loofden God en stonden bij heel het volk in de gunst. Men leefde zoals God het bedoelt in Zijn Koninkrijk op aarde. Wat wil je nog meer. En ze hadden nog succes ook, want elke dag kwamen er meer bij.
Was dit allemaal heel bijzonder of is het iets wat je wel vaker ziet?
Wanneer een groep vol enthousiasme ergens aan begint, vol vuur is en gelijkgestemd, ja dan gaat dat vaak zo. Maar helaas komen er later vaak problemen, als het eerste vuur over is, als de karakters gaan botsen, als er meer belangen in het spel zijn, dan is het ineens allemaal niet zo idyllisch meer.
Het enthousiasme van de eerste Christenen is te verklaren, door alles wat ze met en door Jezus meemaakten. Het gaf een grote verandering in hun geloof, hun denken, en doen en laten.
In het Evangelie lezen we. “Op de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats gesloten waren uit vrees voor de Judeeërs, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u”. Wat een ervaring.
De dode Jezus verschijnt levend en wel aan zijn leerlingen. Heel de reactie van Thomas is één grote geloofsbelijdenis:” Mijn Heer en mijn God”. Jezus leeft werkelijk, Hij is dezelfde is die aan het kruis hing.
Thomas kon Zijn wonden nog voelen, zag dat Jezus toch echt leeft, hij kon Hem aanraken, zag dat Hij dezelfde Jezus is. Jezus die aanwezig is, terwijl de deuren dicht zijn. Het is deze ervaring dat hen enthousiast heeft gemaakt. Deze ervaring heeft voor hen de angst voor de dood overwonnen. Hun verslagenheid en ontgoocheling, maakten plaats voor enthousiasme. Zo heeft Jezus hen begeesterd om mee te bouwen aan dat rijk van Vrede dat Hij heeft verkondigd.
Het was zo vredig bij die eerste Christenen, doordat zij nog zo dicht bij die ervaring van de levende Jezus stonden. Zij hadden zijn voorbeeld nog helder voor ogen en spanden zich in om zelf ook zo te leven, om Zijn vrede in het hart te bewaren, om echt Kind van God te zijn, zo goed als Jezus.
Zij konden de vrede van Christus in hun hart bewaren omdat ze zich herinnerden, dat als Jezus over vrede spreekt, Hij ook het belang van de wederzijdse vergeving benoemt.
Vrede en Vergeving, koppelt Jezus aan elkaar. Geen vrede zonder vergeving. Geen vrede tussen mensen zonder vergeving. Geen vrede tussen landen zonder vergeving. Geen vrede tussen de mens en God, zonder vergeving.
Jezus koppelt de vrede aan de opdracht om de zonden te vergeven.
Jezus geeft zijn leerlingen hier een opdracht: “Ontvang de Heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven”. Die opdracht geeft Hij aan zijn apostelen, die hebben het doorgegeven aan de bisschoppen en priesters en nog steeds geeft de Kerk dat door. Jezus geeft het sacrament van Boete en Verzoening, de biecht, aan ons. Jezus biedt de wereld vergiffenis van zonden aan. Jezus is Barmhartig, meer dan barmhartig. Iedere mens die spijt heeft, die berouw toont, krijgt van Hem vergiffenis.
Als wij om vergeving vragen en elkaar vergeven, zoals we in het Onze Vader bidden, en dit volhouden in ons eigen leven, kan de vrede zich uitbreiden, tot de vrede en het enthousiasme van de eerste Christenen, tot in heel Gods Koninkrijk op aarde. Vrede zij u. Amen.