Overweging in de tehuizen op 15-08-2025, Maria Tenhemelopneming, Jannie Ligthart
Openingswoord
Dierbare medegelovigen, welkom in de Woord- en Communieviering, waarin we het hoogfeest van “Maria Tenhemelopneming” vieren. Het in de volksmond gebruikte “Maria Hemelvaart” is volgens het katholieke geloof niet correct omdat Maria niet zelf ten hemel opsteeg maar door God in de hemel werd opgenomen. Maria werd opgenomen door Gods Almacht, als aanhoudend teken van Gods genade.
Het is dankzij Gods genade, dat Maria, een nederig meisje uit het gehucht Nazareth, haar fiat kon geven op de vraag van de engel Gabriël. Het “Mij geschiede naar Uw Woord” door de 14-jarige joodse Maria, kunnen we zien als de meest beslissende geloofsdaad in de kerkgeschiedenis. Maria gaf zich over aan de wil van God, zonder maar te kunnen bedenken, wat voor haar de gevolgen zouden kunnen zijn. Haar geloofsleven is een krachtig voorbeeld voor ons. Het geeft aan, hoe ook wij, vol vertrouwen kunnen geloven, en gehoor kunnen geven aan Gods bedoelingen met ons leven, als we open staan voor Gods overvloedige genade.
Maria heeft het ons voorgeleefd, dat we, door te blijven vertrouwen in Gods genade en aanwezigheid, tegenslagen en beproevingen kunnen doorstaan, om eens in Gods Koninkrijk te worden opgenomen.
Om de H. Communie waardig te kunnen ontvangen, vragen we, voor de keren dat we niet openstonden voor Gods Liefde en Genade, vergeving, door het samen bidden van de schuldbelijdenis.
Overweging
Lieve medegelovigen, lieve medemens, we eren vandaag onze hemelse Moeder, de heilige Maagd Maria. We willen haar eren en daardoor ook beter leren kennen.
Maria leefde op de helling van de heuvels in het noorden van Palestina. Ze leidde een armoedig, nederig en gelovig leven. Ze was nog maar 14 jaar oud, toen God haar vroeg om de moeder van Jezus te worden. En zij heeft het moederschap van Gods Zoon, ten volle volbracht.
Wij allen hier, hebben allemaal een moeder gehad. Ik hoop dat zij belangrijk voor u was. Toen wij jong waren, was moeder altijd thuis. Van mezelf weet ik dat dat gewoon fijn was. Als ik vragen had, was ze er, wilde ik wat, dan was ze er, werd ik op school geplaagd, ze kwam voor me op. Kinderen, die iets wilden, wisten meestal feilloos hoe ze dat het beste eerst bij moeder konden aankaarten, dan hadden ze goede kans dat vader het uiteindelijk ook goed vond.

Die positie heeft ook Maria de eeuwen door ingenomen in de geloofsbeleving van grote groepen mensen. God, onze Vader in de hemel, is natuurlijk de grote baas, maar in moeder Maria, hebben we in de hemel, een voorspreekster. Dat ging, en gaat soms nog zover, dat veel mensen meer vertrouwen hadden en hebben in Maria’s voorspraak dan dat zij vertrouwen hadden en hebben in Gods goedheid en zorg. En ergens is dat heel begrijpelijk. Maria lijkt voor ons veel dichter, dan die almachtige grote God, die zo ongrijpbaar is, zo eindeloos ver weg in zijn glorie.
Maar het moet nooit zo zijn, dat we alleen eerbied en aandacht hebben voor Maria, en God er een beetje bij geloven. Maria kan God ook niet vervangen, dat wil ze zelf ook beslist niet.
Dat hoorden we in het Magnificat, de tekst die we zojuist in het evangelie gehoord hebben. In het Magnificat vestigt Maria heel duidelijk de aandacht op God, zij zelf betekende niets, ze was maar de kleine dienstmaagd. Het is God, haar redder, die alles bewerkt heeft. Niet zij, maar God daar gaat het om. Misschien moeten we, als we Maria vereren daar wat meer aandenken.
Natuurlijk, Maria mag een hoogverheven plaats innemen in onze verering. Ze mag als moeder delen in de hoogverheven plaats van haar Zoon, Jezus, de volmaakte mens, waarlijk Zoon van God, en als zodanig mocht Hij ook delen in de volheid van Gods glorie. En Maria mag je in dat licht zien als de gezegende onder de vrouwen, als het toonbeeld van de volmaakte vrouw en daarom mocht zij ook delen in de volheid, met lichaam en ziel, van Gods glorie. Dat is precies de betekenis van het feest van vandaag.
Maar, en dat blijkt ook uit de woorden van het Magnificat, Maria’s grootheid is geen eigen verdienste maar puur genade. Het is God die haar uitgekozen heeft en verheven.
Haar grootheid ligt in het feit dat zij ja gezegd heeft op die uitverkiezing. Haar grootheid ligt in haar geloof in Gods werkzaamheid.
In het evangelie hoorden we hoe Elisabeth dat heel juist formuleerde: “zalig zij die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is.” Om dat geloof is zij hoogverheven en is het juist dat wij haar vereren, maar daar mag het niet bij blijven.
Als je grote bewondering voor iemand hebt, als je die persoon ook wilt eren, dan doe je dat op de eerste plaats door die persoon na te doen, na te volgen. En Maria navolgen in je leven betekent heel concreet: je eigen kleinheid en geringheid bewust zijn en tegelijk geloven dat je een instrument kunt en moet zijn in Gods handen. Maria, de dienstmaagd des Heren, gaf dat gestalte door dienstbaar te zijn aan de mensen, aan Elisabeth, aan haar eigen gezin. Zo moeten ook wij ons geloof in God beleven, in dienstbaarheid aan de mensen om ons heen, overal waar we samen leven en werken. Dat is de voornaamste manier waarop we Maria kunnen vereren, dat we zoveel mogelijk op haar proberen te gelijken, in het “ja” zeggen op hetgeen God van ons wil in ons leven en juist ook in die dienstbaarheid. Amen.