Een mooi gebed van John Henry kardinaal Newman ter voorbereiding van Pinksteren

Een mooi gebed van John Henry kardinaal Newman ter voorbereiding van Pinksteren

Uit de geschriften van John Henry kardinaal Newman († 1890)

Gebed tot de heilige Geest.

Mijn God, heilige Geest, ik erken U als de gever van die grote gave die alleen bij machte is ons te redden: de goddelijke liefde.

De mens is van nature blind en ongevoelig voor alle geestelijke zaken. Hoe kan hij dan de hemel bereiken? Dat is mogelijk door de vlam van uw genade, die hem verteert om hem tot een nieuw schepsel te maken; zo is hij in staat die dingen te genieten waarin hij zonder U geen smaak zou vinden.

Gij alleen, almachtige Helper, Gij waart en zijt de sterkte, de levenskracht en de volharding van de martelaar te midden van zijn folteringen. Gij zijt de steun van de belijder bij zijn langdurig, pijnlijk en vernederend zwoegen. Gij zijt het vuur waardoor de geloofsverkondiger, onbaatzuchtig bij zijn missiewerk, zielen voor God wint.

Door U staan wij op uit de dood van de zonde om de verafgoding van het schepsel te ruilen voor een zuivere liefde tot de Schepper. Door U stellen wij daden van geloof, hoop, liefde en rouwmoedigheid. Door U leven wij in deze aardse atmosfeer, en zijn wij bestand tegen haar besmetting.

Door U zijn wij bekwaam ons aan de geestelijke bediening te wijden en de ontzaglijke verplichtingen daarvan te volbrengen. Door het vuur dat Gij in ons ontstoken hebt, bidden en overwegen wij en doen wij boete. Zoals ons lichaam niet zou kunnen leven wanneer de zon niet meer zou schijnen, kan onze ziel niet blijven leven als Gij afwezig zijt.

Ik aanbid U, mijn Heer en God, eeuwige Helper, één in wezen met de Vader en de Zoon. Ik aanbid U als het leven van alles wat leven heeft.

Door U wordt heel het stoffelijk heelal in zijn innerlijke samenhang bijeengehouden; door U blijft het op zijn plaats en beweegt het zich in zijn verschillende onderdelen overeenkomstig hun orde en onderlinge verhoudingen.

Door U werd de aarde in haar tegenwoordige toestand gebracht en rijpte zij in zes dagen tot een woonplaats voor de mens. Door U komen alle bomen, gewassen en vruchten tot ontwikkeling en voltooiing.

Door U volgt op de winter weer de lente die alles vernieuwt. Dit wonderlijke, heerlijke, onweerstaanbare uitbreken in nieuw leven, in weerwil van alle hindernissen, deze geweldige triomf van de natuur is niets anders dan uw luisterrijke aanwezigheid.

Door U leven, dag na dag, de vele soorten redeloze dieren; zij ontvangen hun levensadem van U. Gij zijt het leven van heel de schepping. En als dit geldt voor de dierlijke en stoffelijke wereld, hoeveel te meer dan voor de geestelijke.

Door U, almachtige Heer, zingen de engelen en heiligen in de hemel uw lof. Door U komt onze dode ziel weer tot leven om U te dienen. Aan U danken wij elke goede gedachte, ieder goed verlangen en voornemen, iedere goede poging en de goede afloop hiervan. Ja, door U worden zondaars veranderd in heiligen.

Door U wordt de kerk vernieuwd en gesterkt. Door U vervolgen kampioenen hun loopbaan en worden martelaars tot hun zegekrans gebracht. Door U komen nieuwe kloosterorden en nieuwe vormen van vroomheid in de kerk op. Door U worden nieuwe landstreken voor het geloof gewonnen. Door U wordt de oude apostolische geloofsbelijdenis op nieuwe wijze tot uitdrukking gebracht en belicht.

Ik loof U en aanbid U, mijn hoogste Heer en God, heilige Geest!