Heilige Bonifatius (5 juni): missionaris worden waar wij leven
Op vrijdag 5 juni vieren wij de gedachtenis van de heilige Bonifatius. Voor Nederland is hij een belangrijke heilige. Zijn naam is verbonden met Dokkum, met de verkondiging van het Evangelie in onze streken, met moed, trouw en missionaire kracht. Maar Bonifatius is niet alleen iemand uit een ver verleden. Hij is geen heilige die wij veilig in een geschiedenisboek kunnen laten zitten. Zijn leven stelt ons vandaag een heel directe vraag: wat doen wij met het geloof dat wij ontvangen hebben?
Van klooster naar missie
Bonifatius werd geboren in Engeland en heette oorspronkelijk Winfrid. Al jong voelde hij zich aangetrokken tot God. Hij ging het klooster in, studeerde, bad, leerde de Schrift kennen en groeide in wijsheid. Hij had daar kunnen blijven. Een klooster kon in die tijd een veilige plek zijn: regelmaat, gebed, broederschap, stilte, studie. Dat is prachtig en waardevol. Maar in Bonifatius brandde nog iets anders. Hij wilde dat mensen Christus leerden kennen. Hij wilde niet alleen zelf dicht bij God leven; hij wilde anderen meenemen.
Dat is meteen een eerste les voor ons. Geloof is nooit alleen een privébezit. Natuurlijk begint het persoonlijk: wij bidden, wij zoeken God, wij laten ons raken door zijn Woord, wij ontvangen Christus in de Eucharistie. Maar echt geloof wil doorgegeven worden. Liefde die wij alleen voor onszelf houden, wordt klein. Het Evangelie wil naar buiten. Niet agressief, niet opdringerig, niet met een vinger omhoog, maar wel helder, warm en moedig.

Christus was voor hem alles
Bonifatius trok naar het vasteland van Europa. Hij werd missionaris onder volkeren die het christelijk geloof nog niet of nauwelijks kenden. Hij reisde door gebieden die wij nu kennen als delen van Duitsland en Nederland. Dat was geen romantisch avontuur. Reizen was zwaar en gevaarlijk. Mensen zaten niet altijd op zijn boodschap te wachten. Oude gewoonten, angst voor goden en geesten, stamtradities en machtsbelangen speelden allemaal mee. Toch ging Bonifatius door. Niet omdat hij zichzelf zo geweldig vond, maar omdat Christus voor hem alles was.
Zijn leven laat zien dat heiligheid niet betekent dat je een kleurloos mens wordt. Soms denken mensen bij “heilig” aan braaf, saai, voorzichtig en wereldvreemd. Maar bij Bonifatius zien wij het tegenovergestelde. Heiligheid is vuur. Heiligheid is richting. Heiligheid is liefde die in beweging komt. Een heilige is iemand die zijn talenten, karakter, kracht en zwakheid in Gods handen legt. Bonifatius had moed, verstand, doorzettingsvermogen en leiderschap. Hij gebruikte dat niet voor zijn eigen eer, maar voor het Koninkrijk van God.
Durven geloven in je eigen omgeving
Daarmee wordt hij een sterke heilige voor jongeren. Want ook jongeren leven in een wereld waar geloof niet altijd vanzelfsprekend is. Op school, in de vriendengroep, online, op de sportclub of op het werk kun je merken dat mensen weinig met de Kerk hebben. Soms wordt er lacherig gedaan over geloof. Soms weet iemand bijna niets meer van Jezus. Soms is er wel belangstelling, maar durft niemand de eerste vraag te stellen. Juist daar begint missionair leven. Niet door ineens grote toespraken te houden, maar door zichtbaar christen te zijn: eerlijk, vriendelijk, trouw, hoopvol, zuiver van hart, bereid om te helpen, niet bang om te zeggen: “Ik geloof in God.”
Ook volwassenen kunnen veel van Bonifatius leren. Wij kunnen gewend raken aan het geloof. Wij gaan naar de kerk, wij kennen de gebeden, wij weten hoe de Mis verloopt. Maar gewenning kan ook slaap brengen. Dan wordt het geloof iets dat bij het weekend hoort, of bij vroeger, of bij de familie, maar niet meer echt ons hart in vuur zet. Bonifatius schudt ons wakker. Hij vraagt ons: geef je het geloof nog door? Spreek je thuis over God? Bid je met je kinderen of kleinkinderen? Nodig je iemand uit om mee naar de kerk te gaan? Durf je op je werk of in je omgeving een goed woord te zeggen over Christus en zijn Kerk?
Missionaris zijn begint dichtbij
Missionaris zijn in onze eigen omgeving hoeft niet ingewikkeld te beginnen. Het kan beginnen met één uitnodiging: “Ga eens mee naar de Mis.” Het kan beginnen met één gebed voor iemand die het moeilijk heeft. Het kan beginnen met een kruisje voor het eten, ook als anderen erbij zijn. Het kan beginnen met een vriendelijk antwoord wanneer iemand kritisch vraagt: “Waarom geloof jij eigenlijk?” Veel mensen komen niet tot geloof door een discussie die zij verliezen, maar door een mens die zij vertrouwen. Een rustige, vreugdevolle christen kan meer doen dan duizend mooie woorden.
Bonifatius bouwde ook aan de Kerk. Hij was niet alleen een losse prediker die hier en daar iets zei. Hij stichtte kloosters, vormde mensen, bracht structuur aan, hielp de Kerk groeien. Ook dat is belangrijk. Het christelijk geloof leeft niet alleen van bijzondere momenten. Het heeft gemeenschap nodig, vorming, liturgie, trouw, mensen die verantwoordelijkheid nemen. Een parochie leeft niet vanzelf. Zij leeft wanneer mensen meebidden, meedoen, meedragen, meezingen, helpen, uitnodigen, dienen en volhouden.
God gebruikt gewone mensen
Wij kunnen soms denken: “Wat kan ik nu betekenen? Ik ben maar één mens.” Maar de geschiedenis van de Kerk zit vol met mensen die klein begonnen. Een woord. Een keuze. Een gebed. Een stap. Een jongere die serieus werk maakt van zijn geloof. Een ouder die thuis weer begint met bidden. Een vrijwilliger die niet moppert, maar opbouwt. Een parochiaan die een nieuw iemand welkom heet. Een priester, diaken, religieus of catecheet die trouw blijft zaaien. God gebruikt vaak gewone mensen om buitengewone dingen te doen.
Het leven van Bonifatius eindigde bij Dokkum, waar hij als martelaar stierf. Dat klinkt zwaar, en dat is het ook. Hij gaf zijn leven tot het uiterste. Maar christelijk gezien is dat geen verhaal van mislukking. Hij heeft gezaaid, en God heeft de oogst gegeven. Bonifatius kon niet alles overzien. Hij wist niet hoe de Kerk zich later zou ontwikkelen. Hij zag niet alle vruchten van zijn werk. Maar hij vertrouwde erop dat geen enkel offer voor Christus verloren gaat.
Ook wij mogen zaaien
Dat is voor ons een bemoediging. Ook wij zien niet altijd resultaat. Wij bidden voor iemand, maar merken weinig verandering. Wij nodigen iemand uit, maar die zegt nee. Wij proberen goed te leven, maar anderen lijken het niet te zien. Toch is missionair leven nooit zinloos. God ziet wat in stilte gebeurt. God gebruikt ook kleine daden. Soms wordt een zaadje pas jaren later zichtbaar.
De heilige Bonifatius nodigt ons uit om groter te denken over ons eigen leven. Wij zijn niet op aarde om een beetje netjes door de dagen heen te komen. Wij zijn geroepen tot heiligheid. Dat betekent: steeds meer van Christus worden, steeds meer liefhebben, steeds vrijer worden van angst, lauwheid en gemakzucht. Heilig worden is niet alleen iets voor mensen met beelden in de kerk. Het is onze roeping. Vandaag. Hier. In onze huizen, scholen, straten, gezinnen, werkplekken en parochie.
Nederland heeft opnieuw missionarissen nodig
Laten wij daarom op zijn feestdag vragen om zijn voorspraak. Dat wij iets van zijn moed krijgen. Iets van zijn geloof. Iets van zijn vurige liefde voor Christus. Dat wij niet zwijgen uit schaamte, maar spreken met zachtheid en overtuiging. Dat wij niet klagen over een wereld die God vergeet, maar zelf licht brengen. Dat wij niet wachten tot iemand anders begint, maar vandaag onze eigen kleine missie opnemen.
Want Nederland heeft opnieuw missionarissen nodig. Niet alleen mensen die ver weg trekken, maar ook jongeren en volwassenen die dichtbij beginnen. Mensen die Christus kennen, Hem liefhebben en Hem durven doorgeven. Bonifatius ging op weg met het Evangelie. Nu is het aan ons om in zijn spoor verder te gaan.