Achtergrondinformatie voor predikanten bij het feest van Kruisverheffing – zondag 14-09-2025

Achtergrondinformatie voor predikanten bij het feest van Kruisverheffing – zondag 14-09-2025

Overweging bij het feest van Kruisverheffing

Inleiding

Het feest van de Kruisverheffing, gevierd op 14 september, is op het eerste gezicht een merkwaardige liturgische viering. Wij vieren geen gebeurtenis uit het leven van Jezus of een feest van een heilige, maar de “verheffing” van het kruis zelf. Het kruis: instrument van marteling en schande, door de Romeinen bedacht om mensen niet alleen te doden maar ook te vernederen. En toch wordt juist dit kruis in de liturgie verheven als teken van redding, als troon van de verheerlijkte Christus, als teken van Gods liefde tot het uiterste. De drie lezingen van deze dag werpen licht op dit mysterie en helpen ons het kruis niet te beschouwen als een nederlaag, maar als bron van leven en verlossing.


1. De eerste lezing: Num. 21, 4-9 – De bronzen slang

De episode uit Numeri vormt een dramatische achtergrond. Het volk is onderweg uit de slavernij van Egypte, maar hun vertrouwen op God verdampt in de woestijn. Hun klachten zijn herkenbaar: “Geen brood, geen water, en dit minderwaardige eten staat ons tegen.” Het manna, ooit ervaren als geschenk van God, wordt nu afgedaan als minderwaardig. Achter de woorden klinkt ondankbaarheid, maar ook een diepe existentiële angst: de woestijn confronteert hen met honger, dorst en dood. In die existentiële crisis keert men zich tegen God.

Dan verschijnen de vurige slangen. Ze symboliseren zowel het kwaad dat de mens bedreigt als de gevolgen van ongeloof en zonde. Wie door een slang gebeten wordt, sterft. Maar in Gods barmhartigheid biedt Hij een weg tot genezing: Mozes moet een bronzen slang oprichten. Het volk dat opkijkt naar dit teken, blijft leven.

De paradox springt in het oog: een beeld van datgene wat dood veroorzaakt (de slang) wordt, door Gods gebod, een instrument van leven. Genezing komt niet uit eigen kracht of medisch middel, maar uit het gelovig opzien naar het teken dat God gegeven heeft.

Voor ons is dit een voorafbeelding van Christus aan het kruis. Zoals de Israëliet die in geloof opkeek naar de bronzen slang, zo vindt de christen leven door in geloof op te zien naar de gekruisigde Christus. In beide gevallen gaat het om een paradox: leven uit datgene wat dood lijkt.


2. De tweede lezing: Fil. 2, 6-11 – De zelfontlediging van Christus

De hymne uit de Filippenzenbrief behoort tot de oudste geloofsbelijdenissen van de Kerk. Paulus citeert een gezang dat wellicht in de liturgie van de eerste christenen werd gebruikt. Het beschrijft in krachtige poëtische taal de weg van Christus: van goddelijke majesteit naar de diepste vernedering, en van die vernedering naar de hoogste verhoging.

Christus heeft zich niet vastgeklampt aan zijn goddelijke status. Hij heeft zichzelf ontledigd – kenosis – en de gestalte van een slaaf aangenomen. Hij werd aan ons gelijk, een mens onder de mensen. En als mens heeft Hij zich vernederd, gehoorzaam tot in de dood, ja, tot de dood aan het kruis.

De reactie van God de Vader is verhoging: juist door die radicale gehoorzaamheid wordt Jezus verheven boven alle namen. Op het eerste gezicht lijkt het kruis slechts een vernedering; maar in Gods plan wordt dit het instrument waardoor Christus verheven wordt tot Heer van hemel en aarde.

Deze paradox – vernedering leidt tot verheffing – is een sleutel om het feest van vandaag te verstaan. Het kruis is geen eindpunt van mislukking, maar de weg naar de heerlijkheid van God. Voor de prediking is het belangrijk te benadrukken dat het christelijk geloof nooit los te maken is van deze logica: pas door de weg van zelfgave, van gehoorzaamheid, van liefde tot het uiterste, wordt de ware verheffing gevonden.


3. Het evangelie: Joh. 3, 13-17 – De Mensenzoon omhoog geheven

Jezus spreekt hier met Nicodemus, de farizeeër die in de nacht bij Hem komt. Hij gebruikt de vergelijking met de bronzen slang in de woestijn: de Mensenzoon moet omhoog worden geheven, zodat ieder die gelooft eeuwig leven zal hebben.

Het “omhoog geheven worden” (hypsoun) heeft in Johannes een dubbele betekenis: fysiek omhoog geheven aan het kruis, en tegelijk verheven in heerlijkheid. Het kruis is bij Johannes geen plaats van louter lijden en schande, maar de plaats van openbaring: daar toont Jezus ten volle wie Hij is, de Zoon die in liefde gehoorzaam is aan de Vader, de Redder die zijn leven geeft voor de wereld.

Centraal staat hier Joh. 3,16 – het zogeheten “evangelie in een notendop”: “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben.” Het kruis is dus bovenal het ultieme teken van Gods liefde. Niet de mens offert zich op om God gunstig te stemmen, maar God zelf geeft zijn Zoon, opdat wij leven zouden hebben.


4. Het kruis als paradoxaal teken

Wanneer we de drie lezingen samenleggen, ontstaat een duidelijk patroon:

  • In Numeri wordt een teken dat symbool staat voor dood (de slang) door God gegeven als instrument van leven.

  • In Filippenzen wordt de vernedering van het kruis de reden voor de hoogste verhoging van Christus.

  • In Johannes is het kruis tegelijk de plek van verhoging én de openbaring van Gods liefde.

Het kruis wordt zo een paradoxaal teken: instrument van dood, maar tegelijk bron van leven; symbool van vernedering, maar tegelijk teken van heerlijkheid; plaats van geweld en haat, maar tegelijk openbaring van liefde en vergeving.

Dit maakt het kruis ook tot een mysterie dat nooit volledig door de menselijke rede te bevatten is. Het vraagt om contemplatie, aanbidding, en steeds opnieuw: gelovig opzien.


5. Het kruis in de liturgie en devotie

Het feest van de Kruisverheffing ontstond in de vierde eeuw, toen in Jeruzalem de basiliek van het Heilig Graf werd ingewijd (14 september 335). Daarbij werd ook het kruis dat door Helena, de moeder van keizer Constantijn, gevonden zou zijn, plechtig vereerd. Sindsdien heeft dit feest zich verbreid in de Kerk.

In de liturgie van Goede Vrijdag knielen wij bij het kruis en vereren wij het als “hout dat het leven draagt”. In het kruis-teken dat wij maken bij gebed, in processies, of bij het zegenen, erkennen wij steeds opnieuw dat dit teken ons leven bepaalt. Voor priesters is het kruis bovendien dagelijks aanwezig op het altaar: elke Eucharistie is immers het tegenwoordig stellen van het ene offer van Christus op Golgotha.

Het feest van vandaag nodigt uit om ons eigen kruis niet te verloochenen, maar te verbinden met dat van Christus. In pastorale praktijk betekent dit dat wij mensen helpen hun lijden en moeite niet als zinloos te ervaren, maar in geloof te verbinden met de liefde van Christus.


6. Het kruis en het priesterlijk leven

Voor priesters heeft het kruis nog een bijzondere dimensie. In de wijdingsliturgie wordt gezegd dat wij geroepen zijn om “met Christus één te worden in zijn offer.” Het dragen van het kruis hoort wezenlijk bij de navolging van Christus in het priesterschap. Dat betekent: bereidheid tot zelfgave, soms ook tot lijden, altijd tot liefde en vergeving.

Het kruis herinnert ons eraan dat vruchtbaarheid in de pastorale dienst niet voortkomt uit menselijke efficiëntie of organisatorisch talent, maar uit deelname aan het kruis en de verrijzenis van Christus. “Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk,” zegt Paulus (2 Kor. 12,10). Voor priesters geldt: juist in onze beperktheid, ons falen, onze moeite, kan Gods kracht zich openbaren.

Daarom is het heilzaam regelmatig stil te staan bij het kruis, niet alleen als object van devotie, maar als hermeneutische sleutel van ons eigen leven en dienstwerk. Het kruis helpt ons te verstaan dat onze weg, hoe moeilijk soms ook, verbonden is met die van de Heer.


7. Pastorale lijnen voor de prediking

Uit deze overweging kunnen enkele pastorale accenten voor de prediking worden getrokken:

  1. Het kruis als bron van leven. Net als de bronzen slang wordt het kruis, een symbool van dood, door God omgevormd tot bron van genezing. Wie opkijkt naar Christus aan het kruis, ontvangt leven.

  2. Vernedering en verheffing. Het kruis is het dieptepunt van vernedering, maar tegelijk de weg naar de hoogste verheffing. Dit leert ons dat ware grootheid ligt in zelfgave en gehoorzaamheid.

  3. Teken van Gods liefde. Het kruis is bovenal het ultieme bewijs dat God de wereld liefheeft. Christus sterft niet om Gods toorn te stillen, maar om Gods liefde te openbaren.

  4. Uitnodiging tot navolging. Voor de gelovige betekent dit: ook wij worden geroepen ons kruis te dragen, lijden en moeite te verbinden met Christus, en zo te delen in zijn heerlijkheid.

  5. Het kruis in het priesterlijk leven. Voor priesters is het kruis een blijvende herinnering dat hun dienst vruchtbaar wordt door deelname aan het offer van Christus, niet door menselijke berekening.


Slot

Het feest van de Kruisverheffing nodigt ons uit het kruis niet te reduceren tot een ornament of een religieus symbool onder vele, maar te zien als het hart van ons geloof. Zoals Mozes de slang omhoog hief in de woestijn, zo is Christus omhoog geheven, opdat ieder die gelooft eeuwig leven heeft.

Voor priesters betekent dit: telkens opnieuw onze blik richten op de Gekruisigde, ons eigen leven met zijn kruis verbinden, en zo getuigen van de paradoxale wijsheid van God. Want wat voor de wereld dwaasheid lijkt, is voor ons de kracht van God (1 Kor. 1,18).