Preek op 14-06-2026, 11e zondag door het jaar A, Pastoor Frank Domen

Preek op 14-06-2026, 11e zondag door het jaar A, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Welkom allemaal in deze heilige Mis. Wij komen hier samen, omdat God ons roept, draagt en telkens weer nieuw wil maken. Hij is onze barmhartige Vader. Hij kent ons leven: onze vreugde, onze zorgen, en ook ons verlangen naar zijn genade. Hij wil onze God zijn, en Hij nodigt ons uit om opnieuw, heel bewust, zijn volk te zijn.

Zoals Hij Israël op arendsvleugelen gedragen heeft en bij Zich bracht, zo draagt Hij ook ons, juist in de tijd waarin wij leven.

Laten wij daarom ons hart openen voor zijn erbarmen. Laten wij luisteren naar zijn stem en ons verbond met Hem vernieuwen. Belijden wij samen onze schuld voor God en voor elkaar.

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, barmhartige Vader, onze hulpbehoevendheid gaat U ter harte en steeds hebt Gij uw erbarmen getoond. Blijf met uw genade om ons heen; zo zult Gij onze God zijn en wij uw volk voor eeuwig. Door onze Heer … Amen.

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek

Geroepen vóór wij worden uitgezonden

Jezus roept zijn leerlingen bij zich. Daar begint het evangelie mee. Niet met een opdracht. Niet met een schema. Niet met: “Jullie moeten nu de wereld redden.” Eerst roept Hij hen bij zich.

Vóórdat zij spreken, genezen of bevrijden, zijn zij éérst bij Jezus. De zending begint niet met drukte, maar met nabijheid. Wie bij Christus blijft, gaat anders kijken. Minder snel hard. Minder snel veroordelend. Wij leren anders omgaan met macht, anders spreken over geloof, en ook anders omgaan met onze eigen kwetsbaarheid en die van anderen.

Daarna geeft Jezus zijn leerlingen macht: macht om onreine geesten uit te drijven en zieken te genezen. Dat kan ver weg klinken. Alsof het alleen gaat over wonderen uit de tijd van Jezus. Maar het evangelie staat midden in ons leven. Ook vandaag zijn er krachten, die mensen klein maken: angst, verslaving, bitterheid, jaloezie, schaamte, wanhoop, het gevoel dat niemand op je zit te wachten. Achter zulke kwade krachten kan een duivelse geest schuilgaan. Jezus wil niet dat mensen daardoor beheerst worden. Hij komt om vrij te maken.

Macht die geneest

De macht die Jezus geeft, is geen macht om boven anderen te staan. Het is geen macht van de harde stem, het snelle oordeel of de scherpe opmerking. De leerlingen krijgen geen troon. Zij krijgen een opdracht. Zij mogen doen wat Jezus zelf doet: mensen oprichten, het kwaad terugdringen, zieken nabij zijn, hoop brengen waar het donker is.

Onze wereld heeft die genezende macht hard nodig. Wij zien het in Oekraïne en Gaza, in het Midden-Oosten, in sommige Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen waar mensen leven met geweld, angst en verlies.

Maar ook dichterbij verharden gesprekken gemakkelijk. Over vluchtelingen, politiek en geldzorgen, over woningen en verschillen tussen mensen. Op sociale media kan één boze zin al genoeg zijn om iemand publiekelijk klein te maken.

Kijk maar naar de kwestie rond de eerste toespraak van een D66-commissielid in Dijk en Waard. Ik ben persoonlijk allesbehalve fan van D66. Maar dat geeft ons nog geen recht om haatteksten te publiceren. Wij mogen stevig van mening verschillen. Natuurlijk. Maar een christen doet niet mee met het beschadigen van mensen.

Jongeren dragen soms een druk die volwassenen niet altijd zien. De druk om mee te doen, leuk gevonden te worden, niets verkeerds te zeggen, altijd sterk te lijken. En volwassenen kunnen moe worden van zorgen, nieuwsberichten, onzekerheid en wantrouwen. Soms kom ik mensen tegen, die niet meer naar het journaal kijken.

Juist in zo’n wereld zendt Christus zijn leerlingen uit. Niet met vuisten. Niet met woorden die afbreken. Maar met handen die oprichten en woorden die ruimte maken voor vrede.

Wij leven van genade

Paulus zegt dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zwak waren. Dat is de kern. God wacht niet tot wij sterk genoeg zijn. Hij komt naar ons toe in onze zwakheid. Daarom kan de Kerk nooit een groep mensen zijn die op anderen neerkijkt. Wij leven zelf van genade. Wij staan hier omdat Christus ons heeft gezocht, verzoend en opgericht.

Vanuit die genade worden wij gezonden. Niet iedereen zal zieken genezen zoals de apostelen dat deden. Maar ieder van ons kan iets doorgeven van Christus’ genezende nabijheid. Een jongere die op school niet meedoet met het kleineren van een ander, maakt ruimte voor vrijheid. Een volwassene die thuis niet meteen terugslaat met een vlijmscherpe opmerking, maar de vrede bewaart, laat zien dat Christus sterker kan zijn dan trots of boosheid.

Zulke keuzes veranderen de sfeer waarin mensen leven. In een klas en in een gezin, op het werk en in de parochie.

Ook in de Kerk hebben wij deze zending nodig. Er zijn mensen die ontmoedigd zijn, mensen die het geloof kwijt zijn geraakt, mensen die zich niet meer thuis voelen, mensen die verlangen naar een woord dat niet veroordeelt maar uitnodigt. Onze verkondiging hoeft niet spectaculair te zijn. Christus plaatst ons ergens, en daar mogen wij beginnen: met aandacht, gebed, trouw, vergeving en moed.

Om niet ontvangen

Jezus zegt verderop in dit evangelie: “Om niet hebt gij ontvangen, om niet moet gij geven.” Om niet betekent: gratis. Wij hoeven Gods liefde niet te verkopen, niet op te dringen en niet te gebruiken om onszelf belangrijk te maken. Wij mogen haar vrij doorgeven, omdat wij haar zelf vrij ontvangen hebben.

Hier, in de Eucharistie, roept Christus ons opnieuw bij zich. Hij voedt ons met zijn Woord en met zijn Lichaam. Hij geeft ons geen zakelijk programma mee. Hij geeft ons zichzelf: zijn Hart, zijn leven, zijn liefde.

Laten wij bij Hem komen met alles wat in ons leeft. En laten wij ons door Hem uitzenden, met vertrouwen. Jezus Christus roept ons niet om hard te worden, maar om mee te werken aan zijn genezende liefde voor de mensen in onze wereld vandaag. Amen.