Donderdag na het hoogfeest van de Allerheiligste Drie-eenheid
SACRAMENTSDAG – ALLERHEILIGST SACRAMENT
VAN HET LICHAAM EN BLOED VAN CHRISTUS
Hoogfeest
Waar het hoogfeest van Sacramentsdag geen verplichte feestdag is, wordt het verplaatst
naar de zondag na het feest van de Allerheiligste Drie-eenheid. Deze zondag wordt dan
de eigen dag van dit feest.
EERSTE LEZING
Deut. 8, 2-3. 14b-16a
Hij gaf u voedsel
dat gij noch uw vaderen ooit hadden gekend.
Lezing uit het Boek Deuteronomium
Mozes sprak tot het volk en zei:
“Blijf denken aan heel de tocht van deze veertig jaar,
die de Heer uw God u in de woestijn heeft laten maken
om u te vernederen,
op de proef te stellen
en om de gezindheid van uw hart te leren kennen,
of gij zijn geboden zoudt onderhouden of niet.
Hij heeft u vernederd en u honger laten lijden,
maar u ook het manna te eten gegeven,
dat gij noch uw vaderen ooit hadden gekend.
Hij wilde u daardoor laten weten,
dat de mens niet leeft van brood alleen,
maar van alles wat uit de mond van de Heer komt.
Vergeet de Heer uw God niet,
die u deed uitgaan uit het land Egypte,
uit het slavenhuis;
die u door die grote en verschrikkelijke woestijn heeft gevoerd,
vol giftige slangen en schorpioenen,
door dat dorstige land zonder water;
die uit de keiharde rots water voor u liet ontspringen;
die u in de woestijn het manna te eten gaf,
dat uw vaderen nooit hadden gekend.”
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.
ANTWOORDPSALM Ps. 147, 12-13. 14-15. 19-20 (R. 12a)
R. Loof de Heer, Jeruzalem.
Of: Alleluia.
Loof de Heer, Jeruzalem,
prijs uw God, Sion!
Want Hij versterkt de grendels van uw poorten,
Hij zegent uw kinderen binnen uw muren. R.
Hij brengt vrede in uw land
en verzadigt u met de beste tarwe.
Hij zendt zijn opdracht uit naar de aarde
en haastig snelt zijn woord vooruit. R.
Aan Jakob verkondigt Hij zijn woord,
zijn voorschriften en wetten aan Israël.
Met geen ander volk heeft Hij zo gehandeld,
zijn wetten leerde Hij hun niet. R.
TWEEDE LEZING
I Kor. 10, 16-17
Omdat het Brood één is,
vormen wij, de velen, één Lichaam.
Lezing uit de Eerste brief van de heilige apostel Paulus
aan de Korintiërs
Broeders en zusters,
Geeft niet de kelk van de zegening die wij zegenen,
gemeenschap met het Bloed van Christus?
Geeft niet het brood dat wij breken,
gemeenschap met het Lichaam van Christus?
Omdat het Brood één is,
vormen wij, de velen, één Lichaam,
want allen hebben wij deel aan het ene Brood.
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.
SEQUENTIE
(De volgende facultatieve sequentie kan worden gezongen of gezegd, in de volledige
vorm dan wel in de korte vorm vanaf de woorden: * Zie het Brood.)
Loof, o Sion, uw Verlosser,
loof uw Leidsman en uw Herder
in gezang en liederen.
Loof Hem luid, naar best vermogen:
Hij gaat alle lof te boven,
loven kunt gij nooit genoeg.
Laten wij met name heden
zingen van het onvolprezen
levend Brood, dat leven geeft.
Dat de Heer, zoals wij weten,
aan de twaalf heeft willen geven
bij het heilig Avondmaal.
Vol en krachtig zij ons loflied,
waarin blij en schoon weerklinke
heel de jubel van ons hart.
Want wij vieren plechtig,
dat de Heer dit heilig feestmaal
liefdevol heeft ingesteld.
Dit nieuw paasmaal, dat de Koning
van het Nieuw Verbond bereid heeft,
sluit het oude Pasen af.
Zo doet nieuwheid oudheid wijken,
doet vervulling schaduw vluchten,
licht verdrijft de duist’re nacht.
Hetgeen Christus bij die maaltijd
deed, gebood Hij te herhalen
te zijner gedachtenis.
Onderricht door deze lering,
heiligen wij brood en wijn tot
offer van ons eeuwig heil.
’t Is geloofspunt voor de christen:
hier wordt brood in ’t Vlees des Heren,
wijn veranderd in zijn Bloed.
Wat gij niet begrijpt of zien kunt,
wordt in diep geloof beleden,
buiten de orde der natuur.
Onder tweeërlei gedaanten,
die slechts tekens zijn, geen wezen,
schuilt verheven werkelijkheid.
Vlees is spijs en Bloed is drank, maar
onder iedere gedaante
blijft de Christus ongedeeld.
Door wie eet, wordt Hij ontvangen,
ongedeeld en ongebroken:
elk ontvangt Hem heel en al.
Of er één of duizend eten,
evenveel ontvangt eenieder:
Hij wordt daardoor niet verteerd.
Goeden eten, bozen eten:
maar hun lot is zeer verschillend:
leven of tenondergang.
Dood den bozen, goeden ‘t leven:
beiden nuttigen hetzelfde,
maar bemerk met welk verschil.
Wordt het Sacrament gebroken,
wil niet weifelen, maar weten,
dat in elk deel zoveel schuil gaat
als er is in het geheel.
Breken kan men niet het wezen,
maar alleen het zichtbaar teken.
Ongeschonden blijft de staat en
de gestalte van de Heer.
* Zie, het Brood dat Engelen eten,
wordt de spijs van aardse pelgrims,
waarlijk, brood der kind’ren is het,
dat men niet voor honden werpt.
Voorbeduid werd het in beelden,
toen eens Isaak werd geofferd,
toen de Joden paasmaal vierden,
toen het manna voor hen viel.
Goede Herder, Brood des levens,
Jezus, toon ons uw ontferming:
wil ons weiden, ons geleiden
naar de zalige aanschouwing
in het land der levenden.
Gij, alwetend en almachtig,
hier de spijs van stervelingen,
maak ons daar tot disgenoten,
mede-erfgenamen, mede-
burgers van uw eeuwig Rijk.
Ofwel:
Lauda Sion, Salvatorem
lauda ducem et pastorem
in hymnis et canticis.
Quantum potes, tantum aude:
quia maior omni laude,
nec laudare sufficis.
Laudis thema specialis,
panis vivus et vitalis,
hodie proponitur.
Quem in sacrae mensa cenae,
turbae fratrum duodenae
datum non ambigitur.
Sit laus plena, sit sonora,
sit iucunda, sit decora
mentis iubilatio.
Dies enim sollemnis agitur,
in qua mensae prima recolitur
huius institutio.
In hac mensa novi Regis,
novum Pascha novae legis,
Phase vetus terminat.
Vetustatem novitas,
umbram fugat veritas,
noctem lux eliminat.
Quod in cena Christus gessit,
faciendum hoc expressit
in sui memoriam.
Docti sacris institutis,
panem, vinum, in salutis
consecramus hostiam.
Dogma datur christianis,
quod in carnem transit panis,
et vinum in sanguinem.
Quod non capis, quod non vides,
animosa firmat fides,
praeter rerum ordinem.
Sub diversis speciebus,
signis tantum, et non rebus,
latent res exímiae.
Caro cibus, sanguis potus:
manet tamen Christus totus,
sub utraque specie.
A sumente non concisus,
non confractus, non divisus:
integer accipitur.
Sumit unus, sumunt mille:
quantum isti, tantum ille:
nec sumptus consumitur.
Sumunt boni, sumunt mali:
sorte tamen inaequali,
vitae vel interitus.
Mors est malis, vita bonis:
vide paris sumptionis
quam sit dispar exitus.
Fracto demum sacramento,
ne vacilles, sed memento,
tantum esse sub fragmento,
quantum toto tegitur.
Nulla rei fit scissura:
signi tantum fit fractura:
qua nec status nec statura
signati minuitur.
* Ecce panis angelorum,
factus cibus viatorum:
vere panis filiorum,
non mittendus canibus.
In figuris praesignatur,
cum Isaac immolatur:
agnus paschae deputatur,
datur manna patribus.
Bone Pastor, panis vere,
Iesu, nostri miserere:
tu nos pasce, nos tuere:
tu nos bona fac videre
in terra viventium.
Tu, qui cuncta scis et vales,
qui nos pascis hic mortales:
tuos ibi commensales,
coheredes et sodales
fac sanctorum civium.
ALLELUIA: Joh. 6, 51
R. Alleluia.
Ik ben het levende Brood, dat uit de hemel is neergedaald,
zegt de Heer;
als iemand van dit Brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.
R. Alleluia.
EVANGELIE
Joh. 6, 51-58
Mijn Vlees is waarlijk voedsel
en mijn Bloed is waarlijk drank.
Lezing uit het heilig Evangelie volgens Johannes
In die tijd zei Jezus tot de menigte van de Joden:
“Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald.
Als iemand van dit Brood eet,
zal hij leven in eeuwigheid.
Het Brood dat Ik zal geven, is mijn Vlees
voor het leven van de wereld.”
Toen twistten de Joden onderling en zeiden:
“Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?”
Jezus zei daarop tot hen:
“Amen, amen, Ik zeg u:
als gij het Vlees van de Mensenzoon niet eet
en zijn Bloed niet drinkt.
hebt gij het leven niet in u.
Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt, heeft eeuwig leven
en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
Want mijn Vlees is waarlijk voedsel
en mijn Bloed is waarlijk drank.
Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt,
blijft in Mij en Ik in hem.
Zoals de Vader die leeft, Mij gezonden heeft
en Ik leef door de Vader,
zo zal ook degene die Mij eet,
leven door Mij.
Dit is het Brood, dat uit de hemel is neergedaald.
Het is niet zoals bij de vaderen.
die gegeten hebben en gestorven zijn:
wie dit Brood eet, zal leven in eeuwigheid.”
Woord van de Heer.
allen: Wij danken God.