Overweging ter voorbereiding van 13-02-2026, vrijdag 13 februari 2026

Uit een homilie van de priester Origenes († 253/254) over het boek Genesis

Over de honger om het woord van de Heer te horen

‘Zie de dagen komen – zo luidt de godsspraak van God de Heer – dat Ik honger breng in het land, geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar honger en dorst om het woord van de Heer te horen’ (Am. 8, 11).

Zie je nu welk een honger de zondaars kwelt? Zie je nu welk een hongersnood de aarde teistert? Want zij die van de aarde zijn en hun zinnen hebben gezet op het aardse en niet kunnen aanvaarden wat komt van de Geest van God, zij lijden honger naar het woord van God, zij kunnen de geboden van de wet niet verstaan, zij slaan de waarschuwingen van de profeten in de wind, zij zijn onbekend met de bemoedigende woorden van de apostelen en bemerken de geneeskracht van het evangelie niet.

Maar voor de rechtvaardigen en voor hen die dag en nacht de wet des Heren overwegen, richt de wijsheid haar tafel aan, slacht zij haar vee, mengt zij in het mengvat haar wijn, en roept zij met luide stem, niet om allen te laten komen, niet om de welgestelden of de rijken of de wijzen van de wereld naar zich toe te halen maar, zoals de Schrift zegt: ‘Zij die onervaren zijn, zij komen tot mij’ (Spr. 9, 4), dat wil zeggen: zij komen die ‘nederig van hart zijn’, die van Christus geleerd hebben ‘zachtmoedig en nederig van hart’ te zijn (vgl. Mt. 11, 29) – wat elders heet: ‘arm van geest’ (Mt. 5, 3), maar rijk aan geloof. Zij komen samen voor de maaltijd van de wijsheid en, gesterkt door haar voedsel, verdrijven zij de honger die de aarde teistert.

Daarom moeten ook wij er ons voor hoeden dat wij niet een van die Egyptenaren blijken te zijn en dat de honger ons kwelt, en dat wij niet, in beslag genomen door wereldse bezigheden, verstrikt in gierigheid of overgegeven aan wellust, vervreemden van het voedsel van de wijsheid, dat altijd in de kerken van God wordt aangeboden.

Want als wij onze oren sluiten voor wat in de kerk wordt voorgelezen of uiteengezet, zullen wij zonder twijfel honger lijden naar het woord van God. Maar als wij behoren tot het geslacht van Abraham en de adel van het Israëlitische volk bewaren, dan weidt ons altijd de wet, dan voeden ons de profeten en geven ook de apostelen ons maaltijden in overvloed.

In de schoot van Abraham, Isaak en Jakob, in het rijk van de Vader zullen wij, zoals de evangeliën ons uitnodigen, aanliggen om te eten van de boom des levens en de wijn te drinken van de ware wijnstok, de nieuwe wijn met Christus in het rijk van zijn Vader. Want de zonen van de bruidegom kunnen zich niet onthouden van die spijzen of honger lijden, zolang de bruidegom bij hen is.