Overweging ter voorbereiding van 26-06-2025, donderdag in de 12e week door het jaar

Uit het commentaar van de heilige paus Gregorius de Grote († 604) op het eerste boek Samuël

De kerk, moeder van vele kinderen

Hanna spreekt: ‘De onvruchtbare baart vele malen, de kinderrijke verwelkt’ (1 Sam. 2, 5). Wat anders wordt er nu met deze zogenaamd onvruchtbare vrouw bedoeld dan de stad Jeruzalem waarvan Paulus zegt: ‘Het Jeruzalem van omhoog is vrij, en dat is onze moeder’ (Gal. 4, 26)? Daarom ook past hij even verder de profetie van Jesaja op deze stad toe en zegt: ‘Er staat geschreven: verheug u, onvruchtbare, gij die niet baart, breek los in gejuich, gij die geen weeën kent. Want de kinderen van de eenzame zullen talrijker zijn dan de kinderen van haar die de man heeft’ (Gal. 4, 27; vgl. Jes. 54, 1).

Maar hoe moet men verstaan dat de stad Jeruzalem, die heilige gemeenschap van gelukzalige engelen, onvruchtbaar is? Uit de altijddurende vreugde die voortkomt uit het eeuwige vredesvisioen – want dat betekent haar naam – blijkt toch dat zij vruchtbaar is! Maar als zij de moeder is van de uitverkoren mensen, dan was zij eerst inderdaad onvruchtbaar, aangezien het mensengeslacht in Adam te gronde was gegaan. Zij kon immers als het ware geen kinderen krijgen, omdat zij, ten gevolge van de ingevingen van de gevallen geest, Adam als haar man verloren had door wiens toedoen haar schoot vrucht had moeten dragen. We hebben de krachtige bijstand van de nederige engelen zo lang nodig, totdat alle mensen die bestemd zijn voor het eeuwig leven, verzameld zijn, dit is: tot aan het einde van de wereld. De Mensenzoon zal namelijk zijn engelen uitzenden en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken (vgl. Mt. 24, 31). Slechts diegenen voeren zij immers in het koninkrijk tezamen, die zij nu met kracht omgorden en hun bij stand verlenen (vgl. 1 Sam. 2, 5).

Terecht ook wordt er gezegd: ‘De onvruchtbare baart vele malen’, want niet alle mensen, maar alleen de uitverkorenen worden geleid tot de eeuwige vreugde.