Overweging ter voorbereiding van 04-02-2025, dinsdag in de 4e week door het jaar

Uit het commentaar van de heilige Ambrosius, bisschop van Milaan († 397), op het evangelie van Lucas

Alle macht komt God toe

Zie toch hoe alles van God komt. Immers, zonder God is er geen wereld, want ‘de wereld is door Hem geworden’ (Joh. 1, 10). Maar al heeft God de wereld gemaakt, toch zijn haar werken boos, omdat ‘de wereld in de macht van de boze ligt’ (1 Joh. 5, 19).

God heeft de wereld geordend, maar de werken van deze wereld ontspringen uit het kwaad. God heeft eveneens de verdeling van de machten ingesteld, maar het ongeregeld streven naar macht komt voort uit het kwaad. ‘Er is geen gezag dan van Godswege. Ook het bestaande gezag is door God ingesteld’ (Rom. 13, 1). Gezag is niet geschonken maar verordend. En ‘wie zich dus tegen het gezag verzet, verzet zich tegen Gods verordening’ (Rom. 13, 2).

Gezag als zodanig is niet slecht, maar wel het misbruik van dat gezag. Macht als zodanig is niet slecht, maar wel het ongeregeld streven naar macht. De instelling van macht en gezag gaat zozeer op God terug dat de mensen die ze goed gebruiken, dienaren van God zijn. ‘De overheid staat in dienst van God voor uw welzijn’ (Rom. 13, 4). Dat alles betekent dat niet het ambt schuld heeft maar de ambtsdrager; niet de ordening door God verdient afkeuring, maar het gedrag van degene die de macht uitoefent. Laten we deze hemelse dingen verduidelijken aan de hand van een aards voorbeeld. De keizer verleent een ereambt aan iemand en wordt daarvoor geprezen. Als nu de persoon in kwestie zijn ambt misbruikt, dan is niet de keizer schuldig maar de ambtsdrager zelf. Misdaden wijzen steeds op iemand die schuldig is, maar niet het gezag als zodanig, doch de manier waarop het wordt uitgeoefend is daar de oorzaak van.