Uit een preek van de heilige Caesarius, bisschop van Arles († 542), over de martelaren en de genade van God
Gerechtigheid en erbarmen
Luisteren we naar wat de apostel Paulus te zeggen heeft. Toen het lijden hem overviel, sprak hij vol vertrouwen over de krans die voor hem klaarlag: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid, waarmee de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst’ (2 Tim. 4, 7-8). De Heer zal mij als rechtvaardige rechter de krans schenken! Op die wijze is Hij verschuldigd wat Hij geven zal. En Hij zal dit doen als rechtvaardige rechter. Als Hij de werken ziet, kan Hij het loon niet weigeren.
Welke werken ziet de Heer? ‘Ik heb de goede strijd gestreden’ is een werk. ‘Ik heb de wedloop voleind’ is een werk. ‘Ik heb het geloof bewaard’ is een werk. ‘De krans der gerechtigheid wacht’ is het loon. Het loon echter hangt niet van u af, en het werk doet gij niet alleen. Uw kroon komt van Hem. Uw werk is wel van u, maar niet zonder de hulp van de Heer.
Toen de apostel Paulus nog Saulus was, de wrede en woeste vervolger, verdiende hij in het geheel niets goeds, maar enkel kwaad. Hij verdiende verworpen te worden, niet uitverkoren te worden. Wat zien we echter? Al deed hij alleen wat kwaad was en stapelde hij enkel slechte verdiensten op, hij werd toch door die éne stem uit de hemel op de grond geworpen om bode van God te zijn. De vervolger werd geveld, de verkondiger opgericht. Luister naar wat hijzelf belijdt: ‘Hoewel ik eertijds een godslasteraar was, een vervolger en geweldenaar, is mij barmhartigheid bewezen’ (1 Tim. 1, 13).
Had hij niet elders gezegd: ‘Hij zal mij als een rechtvaardige rechter belonen’ (2 Tim. 4, 8)? Nu zegt hij: ‘Mij is barmhartigheid bewezen’ (1 Tim. 1, 13). Ik verdiende alleen kwaad en ontving het goede! ‘Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen’ (Ps. 103 (102), 10). Mij is barmhartigheid bewezen. Ik ben niet vergolden naar mijn schuld, want anders was straf mijn deel geweest. Ik heb dus niet gekregen wat ik verdiende: mij is barmhartigheid bewezen! ‘Hij handelt met ons niet zoals wij verdienen.’