Van onze correspondent

Van onze correspondent

Hier in Indonesië is het wereldkampioenschap voetbal (bola kaki) gaan leven. Er doet dit jaar, net als vorige wereldkampioenschappen, geen Indonesisch team mee. Iedereen heeft weer zijn eigen voorkeur voor een land. Blijkbaar is het voetbal volgen leuker als je een favoriet team hebt. Bij ons in de straat hangen de vlaggen van populaire landen buiten. Twee Argentijnse, een Braziliaanse en een Spaanse. “Kijk, een Nederlandse vlag”. “Nee, dat is een Franse.” Dat klopte, want de zus was met Fransman getrouwd. Er hangt ook een Nederlandse vlag, de tweede hangt bij ons. Al die verschillende vlaggen, dat kan allemaal probleemloos. Voordeel van geen eigen team in de competitie hebben, is dat niemand aanstoot neemt aan de vlag die buiten hangt. Bij mijn vrouw op het werk kunnen haar collega’s op tv de wedstrijden volgen. In Nederland was de wedstrijd Nederland-Marokko om drie uur ’s nachts. Bij ons in Tomohon was het zes uur later, dus om negen uur ’s morgens. Na de vorige wereldkampioenschappen (in 2022) waren Oranjeshirts in de aanbieding, had ik aangeschaft en een aantal daarvan aan collega’s van mijn vrouw uitgedeeld.

Nu zat, volgens mijn vrouw, iedereen dus keurig in het oranje Nederland-Marokko te kijken. Nederland is, misschien door mij, hier populair. Er was al eens eerder een voetbalwedstrijd bij mijn vrouw op het werk op tv. Ik heb nog nooit zo’n enthousiaste groep mensen zich zo voor de tv zien uitleven, alsof ze er bij waren. Ze voldeden bijna aan een definitie van manisch depressief, het ene moment juichen en dansen van pure vreugde, het andere stil en teruggetrokken van verdriet. Ik had al een donkerbruin vermoeden van de uitslag Nederland-Marokko, dus was thuisgebleven. Ik kan trouwens slecht tegen de spanning en houd bovendien niet van voetbal. Geef me de uitslag maar, dan weet ik genoeg. Tegen de middag kwam ik buiten en werd me al snel duidelijk gemaakt dat we hadden verloren. Nog geen tien minuten later heb ik onze vlag maar weer binnen gehaald. Vóór drie uur ’s middags waren alle Nederlandse vlaggen van het straatbeeld verdwenen, niet alleen die bij ons in de straat. Ik werd weliswaar geplaagd met ons verlies, maar alles ging met een lach. Geen kwetsende opmerkingen of zo. Dat deert me overigens weinig, ik versta ze toch niet of wil ze niet verstaan. Dat laatste is wel handig, soms heb ik helemaal geen zin in een praatje. Ik spreek dan ook ineens heel slecht Engels.

Simon van der Gulik