Simon en Judas: gewone mensen met een buitengewone opdracht

Simon en Judas: gewone mensen met een buitengewone opdracht

Op woensdag 28 oktober vieren wij het feest van de heilige apostelen Simon en Judas. Twee namen die minder bekend zijn dan Petrus en Johannes, maar twee mensen die Jezus zelf heeft uitgekozen. Hun feest nodigt ons uit om met nieuwe ogen naar ons eigen leven te kijken: ook wij kunnen Gods liefde zichtbaar maken, precies op de plaats waar wij leven.

Geroepen om bij Jezus te horen

Simon en Judas leefden in de eerste eeuw en behoorden tot de twaalf apostelen. Het evangelie van Lucas vertelt dat Jezus een nacht doorbracht in gebed voordat Hij deze twaalf uitkoos. Hun roeping begon dus bij zijn verbondenheid met de Vader. Vervolgens mochten zij met Jezus optrekken, naar Hem luisteren en ontdekken hoe Hij mensen tegemoettrad.

Het woord ‘apostel’ betekent ‘gezondene’. Zij kregen de opdracht zijn boodschap verder te dragen. Eerst waren zij leerlingen: mensen die moesten groeien, vragen hadden en niet alles begrepen. Dat maakt hen herkenbaar. Ook wij hoeven niet alles te weten voordat wij iets voor God kunnen betekenen. Wij mogen onderweg leren, zolang wij bereid blijven naar Jezus te luisteren.

Simon: een hart vol vuur

Deze Simon is niet Simon Petrus. Hij wordt ‘de Zeloot’ genoemd, oftewel ‘de IJveraar’. Die bijnaam wijst op vurige toewijding. Of hij werkelijk behoorde tot een politieke beweging die zich tegen de Romeinse overheersing verzette, weten wij niet zeker. Wij moeten daarom voorzichtig zijn met verhalen waarin hij zonder meer als een gewapende verzetsstrijder wordt voorgesteld.

Zijn bijnaam stelt ons wel een mooie vraag: waarvoor loopt ons hart warm? Wij kunnen enthousiast zijn over sport, muziek, werk of een hobby. Mag ook ons geloof iets van dat enthousiasme krijgen? Simon nodigt ons uit om onze liefde voor God werkelijk ruimte te geven.

Daarbij heeft onze ijver richting nodig. Enthousiasme kan ongeduld worden wanneer anderen anders denken of langzamer gaan. In de leerschool van Jezus leren wij dat overtuiging en zachtmoedigheid samengaan. Wie voor Christus wil opkomen, mag ook zijn geduld en vriendelijkheid laten zien.

Judas: de leerling die durfde te vragen

Judas wordt ook Taddeüs genoemd. Hij moet duidelijk worden onderscheiden van Judas Iskariot, die Jezus heeft verraden. Tijdens het Laatste Avondmaal stelt hij een vraag: waarom zal Jezus zich aan zijn leerlingen openbaren en niet aan de wereld? Jezus antwoordt dat wie Hem liefheeft zijn woord zal onderhouden; de Vader en Hij zullen bij die mens wonen (Johannes 14,22-23).

Wat een hoopvolle gedachte: God wil bij mensen wonen. Wij hoeven Hem niet uitsluitend te zoeken op bijzondere plaatsen of tijdens uitzonderlijke ervaringen. Wij mogen Hem ontvangen in ons gewone bestaan, wanneer wij zijn woorden serieus nemen.

Judas laat bovendien zien dat vragen stellen bij geloven hoort. Jongeren mogen vragen waarom God verdriet toelaat. Ouderen mogen uitspreken dat bidden soms moeilijk is geworden. Een eerlijke vraag kan een deur openen. Wij hoeven ons tegenover Jezus niet sterker of zekerder voor te doen dan wij zijn.

Wat weten wij over hun verdere leven?

Over het werk van Simon en Judas na Pinksteren beschikken wij over weinig zekere historische gegevens. Latere overleveringen vertellen dat zij het evangelie verkondigden in gebieden ten oosten van het Romeinse Rijk, onder meer in Perzië, en daar de marteldood ondergingen. Hun gezamenlijke optreden en sterven worden traditioneel verbonden met hun gezamenlijke feestdag. De precieze reisroutes en omstandigheden kunnen wij niet met zekerheid vaststellen.

Dat onderscheid tussen Bijbel, geschiedenis en overlevering doet niets af aan hun betekenis. De Kerk vereert hen als apostelen en martelaren: getuigen die hun leven aan Christus hebben verbonden. Hun boodschap was groter dan hun eigen naam.

Van hoeveel mensen die ons geloof hebben doorgegeven, kennen wij eigenlijk de levensgeschiedenis? Een grootmoeder die met ons bad, een catecheet die geduldig uitleg gaf, iemand die ons meenam naar de kerk: hun invloed kan blijven, terwijl hun naam nauwelijks ergens wordt opgeschreven.

Judas en de hoop die volhoudt

De heilige Judas Taddeüs wordt bijzonder aangeroepen in moeilijke en schijnbaar uitzichtloze omstandigheden. Daarom is hij voor veel gelovigen een vertrouwde heilige geworden.

Wij vragen zijn voorspraak: of hij met ons en voor ons tot God wil bidden. Daarbij mogen wij alles neerleggen wat ons bezighoudt, ook wanneer wij zelf nauwelijks woorden vinden.

Dat gebed is geen garantie dat alles precies verloopt zoals wij wensen. Christelijke hoop gaat dieper. Zij vertrouwt erop dat God ons niet loslaat, ook wanneer een oplossing uitblijft. Soms ontvangen wij nieuwe mogelijkheden, soms vooral kracht om de volgende dag tegemoet te gaan.

Denk aan een gezin waarin het contact met een kind is vastgelopen. Wij kunnen blijven bidden en tegelijk een klein teken van liefde geven: een vriendelijk bericht, zonder verwijt, zonder druk. Hoop krijgt handen en voeten wanneer wij de deur naar de ander openhouden.

Geloof dat zichtbaar wordt

In het Nieuwe Testament staat ook een korte brief van Judas, die traditioneel met deze apostel wordt verbonden. Over het precieze auteurschap bestaat discussie. De brief roept gelovigen op om te groeien in geloof, te bidden en in Gods liefde te blijven.

Dat zijn eenvoudige woorden, maar zij vragen dagelijkse oefening. Wij groeien door tijd voor God vrij te maken, het evangelie te lezen en de Eucharistie mee te vieren. Wat wij ontvangen, mag vervolgens doorwerken in onze omgang met mensen.

Op school of op het werk kan iemand steeds buiten de groep vallen. Wij hoeven dan geen grote toespraak te houden. Naast die persoon gaan zitten, belangstelling tonen en niet meelachen om een kwetsende opmerking kunnen al veel betekenen. Zo wordt ons geloof herkenbaar zonder dat wij onszelf op de voorgrond zetten.

Ook wij zijn geroepen

Simon en Judas herinneren ons eraan dat Gods Koninkrijk mede groeit door mensen van wie weinig wordt verteld. Wij hoeven geen beroemde spreker, deskundige of held te zijn. Wel kunnen wij beschikbaar zijn.

Misschien beginnen wij op hun feestdag met een eenvoudig gebed: Heer Jezus, geef ons het vuur van Simon en het vertrouwen dat wij met Judas verbinden. Open onze ogen voor iemand die ons nodig heeft.

Dan blijft hun feest niet opgesloten in een ver verleden. Hun opdracht gaat verder in ons: luisteren naar Christus, leven uit zijn liefde en die liefde doorgeven. Daarvoor is niemand te jong, te oud of te onbelangrijk.