Preek op 22-02-2026, eerste zondag van de Veertigdagentijd, jaar A, pastoor Frank Domen
Openingswoord
Broeders en zusters, welkom. Aswoensdag zijn we als Katholieke Kerk begonnen met de Veertigdagentijd, een tijd van inkeer, versobering en van hernieuwde aandacht voor Gods stem en voor mensen in nood.
In het openingsgebed zullen wij bidden, dat wij niet leven van brood alleen, maar vooral van het woord van God. Dat is niet enkel een vrome gedachte, maar een levensles.
We zullen horen hoe God de mens boetseert uit stof en hem zijn levensadem inblaast. Wij zijn geschapen uit aarde, maar bezield door God. En toch luisteren wij soms, net als Adam en Eva, eerder naar de influisteringen van de slang dan naar het woord van de Heer. Wij laten ons verleiden door wat aantrekkelijk lijkt, maar vergeten dan even Wie ons het leven gaf.
De Vasten nodigt ons uit terug te keren naar de Gods tuin, terug naar Gods woord.
In de kerk zien wij langzaam tekenen van herstel. Gisteravond ben ik nog een paar uur wezen biechthoren op een tienerkamp in Heiloo, samen met vijf andere priesters; er waren wel 60 tieners en tientallen jonge begeleiders. En de mensen, die kwamen biechten waren geen heiligen, maar wel heel oprecht, en dat is waar God van houdt. Maar in de wereld lijkt het kwaad van oorlog en geweld, ook natuurgeweld, zich steeds meer uit te breiden.
Laten wij daarom in de schuldbelijdenis oprecht erkennen waar wij tekortgeschoten zijn en samen bidden om Gods ontferming. Bidden wij, dat ook door de nood van de wereld weer méér mensen God mogen gaan zoeken en vinden. En dan is die ten minste nog ergens goed voor.
Openingsgebed
Laat ons bidden. Almachtige God, leer ons in deze veertigdagentijd met meer toeleg en vroomheid het evangelie te beleven, en beter te begrijpen, dat wij niet leven van brood alleen, maar van elk woord, dat Gij ook spreekt in deze tijd. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen.
Vandaag géén PeuterWoordDienst
Kinder- en TienerWoordDienst
Preek
1. De woestijn: geen straf, maar een begin
Beste medegelovigen, wij horen vandaag, dat Jezus door de Geest naar de woestijn wordt geleid. Let op: niet per ongeluk, niet omdat Hij verdwaald is, maar door de heilige Geest van God. De woestijn hoort blijkbaar bij het leven van een gelovige.
En wij kennen allemaal onze eigen woestijnen. Dat kan een drukke agenda zijn waarin wij geen rust meer vinden. Of zorgen om gezondheid. Of spanning in het gezin. Of dat lege gevoel terwijl alles er aan de buitenkant goed uitziet. Het kan om eenzaamheid gaan.
De woestijn is die plek waar wij honger krijgen. Niet zozeer lichamelijke honger, maar honger naar zin, naar richting, naar God, honger naar gemeenschap.
De vastentijd is geen sombere periode. Het is een uitnodiging om de woestijn niet uit de weg te gaan, maar er samen met Jezus doorheen te lopen.
2. Niet van brood alleen
De eerste bekoring is zo herkenbaar: “Maak van deze stenen brood.” Doe iets spectaculairs. Los je honger meteen op. Regel het zelf.
Hoe vaak doen wij dat niet? Wij voelen ons moe en verveeld – en grijpen naar onze telefoon. Wij voelen ons onzeker – en zoeken bevestiging. Wij voelen ons leeg – en vullen het met kopen, eten, scrollen, werken.
Maar Jezus zegt: “Niet van brood alleen leeft de mens.” Wij zijn meer dan consumenten. Wij zijn kinderen van God. Wij leven van Zijn woord.
Wat zou er gebeuren als wij deze veertig dagen elke dag vijf minuten het evangelie lezen? Of als wij vóór een moeilijke beslissing even stil worden en zeggen: “Heer, wat wilt U dat ik doe?” Dan kan er iets veranderen, want dan leven wij niet van brood alleen, maar van vertrouwen.
3. God niet op de proef stellen
De tweede bekoring gaat over spektakel. “Spring naar beneden. Bewijs wie je bent.” Ook dat kennen wij. Wij willen zekerheid. Wij willen bewijzen.“Als U bestaat, God, dan moet U dit – liefst vandaag – even oplossen.”
Maar Jezus weigert de satan. Hij vertrouwt de Vader zonder voorwaarden.
Misschien is dat voor ons wel een van de mooiste lessen van de vastentijd: wij hoeven God niet te testen. Wij mogen Hem vertrouwen. Ook als wij het niet begrijpen, als het anders loopt dan wij hadden gehoopt.
In het dagelijks leven betekent dat: trouw blijven in kleine dingen. Blijven bidden, ook als wij niets voelen. Blijven vergeven, ook als het pijn doet. Blijven hopen, ook als het donker is. Dat is geen zwakte. Dat is kracht.
4. Aan wie geven wij ons hart?
De derde bekoring is misschien de grootste: macht, succes, invloed. “Dat alles zal ik U geven.” Hoe verleidelijk is dat. Want dan Jezus niet aan het kruis hoeven te sterven.
Wij leven in een wereld waarin succes telt. Aanzien. Likes. Resultaten. Maar Jezus zegt: “De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.”
De vraag voor ons is eenvoudig en tegelijk diep: aan wie geven wij ons hart? Waar knielen wij voor? Knielen wij voor geld? Voor onze agenda? Voor ons imago? Of knielen wij voor God?
Daar kunnen we aan denken als we in de kerk neerknielen, richting Tabernakel: God, zoals ik hier voor U neerkniel, zo wil ik bij alle zorgen en problemen voor U neerknielen. U bent groter dan mijn zorgen en problemen.
Wanneer wij kiezen voor God, verliezen wij niets. Integendeel. Paulus zegt in de tweede lezing: waar de zonde heeft gewoekerd, daar is de genade overvloediger geworden. Dat is de kern van het evangelie. Onze misstappen zijn niet het laatste woord. Gods genade is altijd groter.
5. Van Adam naar Christus
Paulus vergelijkt Adam en Christus. Door één mens kwamen de zonde en de dood binnen. Door Eén komt het leven.
Wij herkennen Adam – en Eva – in onszelf. Ook wij maken fouten. Wij kiezen soms verkeerd. Wij luisteren naar verkeerde stemmen.
Maar wij zijn niet opgesloten in dat verhaal.
Er is een nieuw begin. Waar Adam en Eva ongehoorzaam waren is Jezus gehoorzaam. Hij vertrouwt waar wij twijfelen. Hij blijft staan waar wij vallen.
En het prachtige wonder is: wij mogen delen in Zijn overwinning. Niet omdat wij zo sterk zijn, maar omdat Hij sterk is voor ons.
6. Hoe ziet dat er concreet uit?
Die overwinning kan er heel eenvoudig uit zien.
Dat wij in deze vastentijd iemand opbellen met wie het contact verwaterd is.
Dat wij eerlijker worden in ons werk.
Dat wij thuis wat geduldiger reageren.
Dat wij minder mopperen en meer danken.
Dat wij bewust tijd maken voor gebed.
Het zijn kleine keuzes, maar zij kunnen als een klein zaadje nieuw leven openen.
En als wij struikelen? Dan staan wij gewoon weer op. Want Gods genade is overvloediger dan onze zonde.
7. Een tijd van groei
De vastentijd is geen dieet van somberheid. Het is een training van het hart. Zoals de olympische sporters trainen om sneller en sterker te worden, zo trainen wij ons hart om vrijer te worden.
Vrij van verslaving aan comfort.
Vrij van angst.
Vrij van wat ons klein houdt.
En vrij om oprecht lief te hebben.
Jezus komt uit de woestijn, niet uitgeput, maar gesterkt. Engelen dienen Hem. Zo zal het ook met ons zijn. Als wij met Hem meegaan, ontdekken wij, dat wij niet minder, maar méér mens worden, méér christelijk.
Broeders en zusters, ouderen en jongeren, dit is onze kans. Veertig dagen om opnieuw te kiezen. Om vuriger te geloven. Om dieper te vertrouwen. Om vrijer te leven. De woestijn is niet het einde. Het is het begin van Pasen. Amen.