Preek op 11-10-2024, 28e zondag door het jaar B, in verpleeghuis Zuyder Waert, pastoor Frank Domen

Preek op 11-10-2024, 28e zondag door het jaar B, in verpleeghuis Zuyder Waert, pastoor Frank Domen

Openingswoord

Lieve mensen, welkom bij deze viering. Vandaag horen we in de eerste lezing iets heel bijzonders uit het boek Wijsheid. Koning Salomo, die dit heeft geschreven, vertelt hoe hij bad om wijsheid. In plaats van te vragen om rijkdom, macht of lange levensjaren, vroeg hij God om wijsheid. En wat gebeurde er? God gaf hem niet alleen wijsheid, maar ook al die andere dingen, die hij niet had gevraagd!

Wijsheid is een heel mooi geschenk van God. Het helpt ons om de goede keuzes te maken, om het verschil te zien tussen wat goed en fout is. Soms is dat moeilijk. Bijvoorbeeld, als we onenigheid hebben met een familielid of medebewoner of wanneer we moeten kiezen of we iemand helpen of niet. Wijsheid van God helpt ons te begrijpen wat liefdevol is en wat God van ons wil.

Salomo zegt ook, dat wijsheid belangrijker is dan goud en zilver, belangrijker dan juwelen. Dat is best bijzonder, want veel mensen in de wereld denken, dat rijk zijn het allerbelangrijkste is. Maar Salomo laat ons zien, dat wijsheid meer waard is dan alle schatten van de wereld. Want met wijsheid kunnen we goed leven en dicht bij God blijven.

Als we bidden, kunnen we net als Salomo aan God vragen om wijsheid, zodat we altijd goede keuzes maken en leren wat echt belangrijk is in het leven: God liefhebben, voor elkaar zorgen, en altijd het goede proberen te doen.

Laten we God vandaag vragen om ons die wijsheid te geven.

Openingsgebed

Laat ons bidden. Almachtige en eeuwige God, voor wie U eert en oog heeft voor de naaste, is het geloof het zuiverste gewin, de grootste schat. Geef ons de ware vrijheid die niet gebonden is aan eer of geld. Breng ons de hoogste wijsheid bij: alles op te offeren en Christus na te volgen. Die met U leeft en heerst … Amen.

Preek

Beste medegelovigen, zojuist hebben we een prachtig verhaal gehoord uit het Evangelie van Marcus, waarin Jezus een ontmoeting heeft met een rijke man. Deze kwam naar Jezus toegelopen en stelde Hem een heel belangrijke vraag: “Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?”

Dat is een grote vraag, toch? De rijke man wilde weten hoe hij bij God kon komen en voor altijd gelukkig kon zijn. Jezus begon door hem te herinneren aan de geboden: niet stelen, niet liegen, eerbiedig zijn voor je ouders. En de man zei, dat hij altijd al zijn best had gedaan om die geboden te volgen.

“Wat is in mijn leven de weg waarop God mij roept?”

Maar dan gebeurt er iets bijzonders. Jezus kijkt de man liefdevol aan en zegt, dat er nog één ding is dat hij moet doen. Hij moet alles wat hij heeft verkopen en het geld aan de armen geven. Daarna moest hij Jezus volgen.

Nu werd de man erg verdrietig, want hij was heel rijk en had veel spullen. Hij wilde graag bij God horen, maar hij vond het te moeilijk om zijn rijkdom op te geven. Hij ging bedroefd weg, omdat hij niet los kon laten wat hij had.

Jezus gebruikt dit moment om iets belangrijks te leren aan Zijn leerlingen – en ook aan ons! Hij zegt: “Hoe moeilijk is het voor mensen, die rijk zijn om het Koninkrijk van God binnen te gaan!” Hij vergelijkt het zelfs met een kameel, die door het oog van een naald moet kruipen. Dat klinkt onmogelijk, toch?

De leerlingen waren verbaasd en vroegen: “Maar wie kan dan nog gered worden?” Jezus antwoordt dat het onmogelijk lijkt voor mensen, maar “voor God is alles mogelijk.”

Dit verhaal laat ons zien, dat rijkdom en spullen in ons leven niet het allerbelangrijkste zijn. Natuurlijk zijn spullen handig, maar Jezus leert ons dat er iets veel belangrijker is: God liefhebben en anderen helpen. Soms kunnen onze spullen ons afleiden van wat echt belangrijk is. De rijke man dacht, dat zijn spullen hem gelukkig maakten, maar eigenlijk hielden ze hem weg van het volgen van Jezus.

Jezus vraagt ons niet altijd om letterlijk alles te verkopen, maar Hij vraagt ons wel om niet te veel gehecht te raken aan materiële dingen. Hij wil, dat we ons hart openstellen voor anderen en ons – naar vermogen – inzetten om goed te doen.

Een mooi voorbeeld hiervan is delen. Stellen wij ons voor, dat we van onze kinderen een heel grote doos ‘Merci’ hebben gekregen, van die heerlijke chocolaatjes, en we zien een medebewoner, die niets heeft. Als we al die lekkernijen voor onszelf houden, voelen wij ons misschien even blij, maar het echte geluk komt als we delen en anderen blij maken.

Aan het einde van het verhaal belooft Jezus, dat iedereen, die dingen opgeeft voor Hem, honderd keer zoveel zal ontvangen. Dat betekent niet, dat we letterlijk honderd huizen of honderd dozen “Merci” krijgen, maar dat God ons overvloedig zal zegenen met liefde, vreugde en vrede.

Dus, lieve mensen, onthouden wij dit: het allerbelangrijkste is niet hoeveel je bezit, maar hoe we leven. Volgen wij Jezus; helpen wij anderen waar hoe we kunnen, en houden wij van God met heel ons hart. Dat is wat ons echt gelukkig maakt! Amen.