Overweging op 05-06-2026 in de tehuizen, Sacramentsdag, jaar A, Jannie Ligthart
Openingswoord
Dierbare medegelovigen, welkom in de Woord- en Communieviering in het weekend, waarin we, het Hoogfeest van het “Heilig Sacrament van het Lichaam en Bloed van Christus”, Sacramentsdag vieren. Sacramentsdag is het hoogfeest waarin we de “werkelijke tegenwoordigheid” van Christus in de Eucharistie, centraal stellen.
Christus geeft ons, in de Eucharistie, een blijvend teken van Zijn aanwezigheid.
Het vieren van deze feestdag, is door paus Urbanus in 1264 ingesteld.
We vieren dat Jezus Christus zichzelf, onder de gedaante van brood en wijn aan ons gelovigen wil geven, en zo voortdurend onder ons wil blijven door middel van zijn waarachtige tegenwoordigheid in de geconsacreerde offergaven.
We mogen niet vergeten dat deze aanwezigheid de vrucht is van de ultieme liefdesdaad van zelfgave door Jezus, zijn leven, lijden, sterven en verrijzen. De eerbied die de Katholieke Kerk, en alle christenen die daar bij horen, voor de geconsacreerde heilige Hostie heeft, wordt op deze feestdag tot uitdrukking gebracht.
De keren dat we te weinig aandacht en eerbied voor de aanwezigheid van Jezus in de H. Communie hebben gehad, we niet dankbaar waren voor zijn Liefde voor ons, willen we aan God en elkaar belijden door samen de schuldbelijdenis te bidden.
Overweging
Beste medegelovigen, lieve medemens, wij vieren vandaag Sacramentsdag. Zoals op Witte Donderdag, staat vandaag het Sacrament van de Eucharistie centraal in onze aandacht. In het Eucharistisch Sacrament geeft de Heer zich aan ons en nodigt ons uit onszelf aan Hem te geven.
De eerste lezing, een brief van de heilige apostel Paulus aan de Korintiërs, kun je lezen als een aanmoediging om aan de Eucharistie deel te nemen. Om samen het Eucharistisch Brood te nuttigen. Paulus zegt: “Geeft niet het brood dat wij breken, gemeenschap met het Lichaam van Christus? Omdat het Brood één is vormen wij, de velen, één Lichaam, want allen hebben wij deel aan het ene Brood, zijn we één in Christus. Het is daarom zo fijn, dat we elkaar vanavond weer ontmoeten in deze viering.
In het Lucasevangelie, vers 19 lezen we: “Jezus nam een brood, sprak een dankgebed, brak het brood in stukken en gaf het hun, en zei: “Dit is mij lichaam; het wordt voor jullie gegeven. Blijft die doen om Mij te gedenken”. Dit kunnen we lezen als een verlangen van Jezus en een opdracht aan zijn leerlingen toen en nu. In het brood dat Zijn lichaam is en in de wijn die Zijn bloed is in het Nieuwe Verbond, verlangt Jezus van ons, dat we dit blijven doen tot Zijn gedachtenis. In wezen is het Jezus verlangen en is het Zijn belofte dat Hij steeds in ons leven aanwezig wil zijn.
Jezus weet, dat Hij na het avondmaal verraden wordt, en dat zijn lijdensweg, onomkeerbaar is. Door Jezus’ offer gaan de offers van het Oude Verbond over in het éne offer van het Nieuwe Verbond. Daarom zijn de afscheidswoorden van Jezus, bij het avondmaal op Witte Donderdag zo belangrijk: “Blijf dit doen om Mij te gedenken”, “doet dit tot mijn gedachtenis”. “Vergeet niet de liefde te bewaren, bewaar de eenheid, vergeet niet wat Ik voor jullie heb gedaan. Alles wat Ik heb gedaan, is een teken van Mijn mateloze, onvoorwaardelijke liefde voor jullie, doet datzelfde voor elkaar”.
“Doe dit tot mijn gedachtenis”, horen we de priester bij de consecratie zeggen. Het is goed dat we dan ons ook dit verlangen van Jezus herinneren, zeker op Sacramentsdag, het hoogfeest van de heilige Eucharistie. Jezus verlangt er steeds naar, om op deze speciale manier bij ons te komen. Hoe zit het met ons verlangen.
Wat betekent het ontvangen van de heilige Hostie in deze Woord- en Communieviering voor onszelf. Is het voor mij, voor u inderdaad een ontmoeting met Jezus Christus, die zegt: “Blijf dit doen om Mij te gedenken, Ik heb uit Liefde mijn leven voor jullie gegeven, en wil Mijzelf steeds weer aan jullie geven, opdat jullie kunnen naleven zoals Ik het heb voorgedaan.”
Lieve mensen, in onze relatie met Jezus, moeten we ons steeds afvragen, wat doen we met de woorden en daden van Jezus? Hoe kunnen we Hem naleven. Wat verlangt Jezus van ons. En we kunnen ons afvragen, waar staan we zelf, in het vervullen van Zijn verlangens? We komen naar de viering, we bidden en zingen mee, maar het mag daar niet blij blijven.
De heilige Eucharistie, en het daardoor kunnen en mogen ontvangen van het heilig Brood, Jezus Christus zelf, is het hart van ons christen zijn. Het is het bewustzijn, dat Jezus in ons leeft. Het is, het beleven en gedenken van Jezus onvoorwaardelijke Liefde voor ieder van ons.
Soms kun je in het “stille Communiemoment” Zijn liefde voor jou persoonlijk ervaren.
Tegelijk kunnen we ons afvragen hoe groot onze liefde voor Hem is, en vragen we ons af hoe we dat vorm kunnen geven. En laten we dan ook de dankbaarheid naar Hem uitspreken. De dankbaarheid, dat door het leven, lijden, sterven en de verrijzenis van Jezus, wij een toekomst hebben na ons aardse leven. En dat Jezus steeds met ons mee wil gaan op onze levensweg, om Hem te volgen en om te leven zoals Hij ons heeft voorgedaan. Hij gaat met ons mee, en zijn helper de heilige Geest zal ons ook helpen, om te leven met aandacht voor onze medemens, vanuit aandacht en tijd voor God.
Laten we doen wat God, wat Jezus van ons verlangt. Amen.