Overweging in de tehuizen op 19-06-2026, 12e zondag door het jaar A, Jannie Ligthart
Openingswoord
Beste medegelovigen, welkom in deze Woord- en Communieviering op de 12e zondag door het jaar. Het is fijn om weer bij elkaar te zijn, om de tijd en de rust te nemen voor ons geloof in God. Deze momenten helpen ons, om God op de eerste plaats in ons leven te zetten en te houden.
God op de eerste plaats zetten deed ook de apostel Paulus. Paulus, reisde na zijn bekering de wereld rond om het Evangelie te verkondigen. En hij deed dat omdat hij zelf had ervaren, hoe belangrijk het is om Jezus Christus te kennen als zijn Heer en Redder.
In de eerste lezing, uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de Romeinen, geeft Paulus aan, dat de genade van God en de genadegave van de ene mens Jezus Christus, voor velen overvloedig zal zijn. De genade, die wij allen ontvangen, is groter dan de zonden die we doen. Paulus wilde dit goede nieuws ook met anderen en nu met ons delen.
Het Evangelie vandaag is een deel van de tekst uit het Matteüsevangelie, waarin Jezus zijn twaalf leerlingen op weg zendt. Hij zendt zijn leerlingen op weg met geen gemakkelijke opdracht. Jezus was zich er goed van bewust, dat zijn boodschap, naast vrede ook verdeeldheid kon zaaien. Jezus zendt zijn leerlingen op weg en spreekt hen tegelijkertijd moed en vertrouwen in. Zij en ook wij, mogen vertrouwen op de aandacht en goede zorg van God.
Omdat we nog vaak tekortschieten, in ons doen en laten, we vergeten, dat God ons leven wil leiden, willen we dit belijden aan God en elkaar, om de heilige Communie waardig te kunnen ontvangen.
Overweging
Lieve medemens, in het evangelie horen we Jezus zeggen: “Weest niet bevreesd voor de mensen”. Ga de mensen vertellen wat Ik jullie geleerd heb. Wees niet bang voor de weerstand die je zult ondervinden.
Het was een moeilijke tijd voor de jonge kerk. Jezus’ volgelingen werden vervolgd. Voor dit nieuwe geloof uitkomen had iets bedreigends. Velen hielden zich het liefst maar een beetje stilletjes op de achtergrond. Anderen hadden de moed om er openlijk voor uit te komen, soms moesten ze dat met de dood bekopen.
De leerlingen waren doodsbang. Het was ook allemaal nieuw voor hen. Ze hadden Jezus ontmoet en Jezus had hen gevraagd Hem te volgen. Ze waren geraakt door wat Jezus hen allemaal vertelde en ze waren onder de indruk van de wonderen die Hij deed. Ze waren eigenlijk pas zelf tot geloof gekomen.
Jezus volgen, Zijn kennis mogen delen en genieten van het samenzijn met Hem, was één ding. Maar, zonder de veilige band van Zijn lichamelijke aanwezigheid, Zijn boodschap brengen aan mannen en vrouwen die vijandig stonden tegenover Zijn Blijde Boodschap, dat was iets anders. Ze waren zich bewust van de tegenstand, en ze waren nog geschokt als ze eraan dachten hoe het Jezus zelf was vergaan.
Tegen die achtergrond klonken Jezus’ woorden als een indringende oproep om toch trouw te blijven: Durf voor je overtuiging uit te komen, wees niet bang voor de mensen, ze kunnen je wel een hoop narigheid bezorgen, maar uiteindelijke ben je helemaal in Gods hand.
In de maatschappij waarin wij nu leven is er vrijheid van meningsuiting. Er wordt veel geuit, maar er wordt amper nog naar elkaar geluisterd. Er wordt vaak direct een andere mening over je uitgestort, of nog erger, je wordt buitengesloten en je mening/overtuiging wordt genegeerd.
Wij, christenen, hebben hier ook mee te maken. Onze overtuiging is ons geloof in Jezus Christus. Wij proberen in doen en laten te leven zoals Jezus het ons heeft voorgedaan. We hebben al Jezus’ raadgevingen in de Bijbel gelezen, maar we vergeten vaak dat wij, door onze verbondenheid met Hem, dan ook uitgezonden worden, gelijk als zijn eerste leerlingen, om de Blijde Boodschap verder de wereld in te brengen.
Jezus zendt zijn leerlingen, dat zijn wij ook, op weg en spreekt hen/ons tegelijkertijd moed en vertrouwen in. Het: “weest niet bevreesd”, lezen we vaak in de Bijbel. Het betekent, dat we altijd kunnen vertrouwen op de aandacht en goede zorg van God.
Die aandacht en zorg wordt in deze lezing uitgedrukt m.b.v. twee mussen. Als God aandacht en zorg heeft voor een mus, hoeveel te meer heeft God dan niet zorg voor ieder van ons. Immers een mus is eigenlijk de meest eenvoudige, onooglijke en meest gewone vogel onder alle vogels. Zelfs voor het meest eenvoudige, zoals een mus, heeft God zorg en aandacht. Hoeveel te meer aandacht en zorg heeft God dan voor ons, zeker in situaties wanneer wij weerstand ondervinden.
Wat betekent deze boodschap nu voor ons? Zoals Jezus zijn leerlingen op weg gezet heeft, zo ook worden wij uitgedaagd om op weg te gaan.
Als wij het echt aandurven, wat betekent onze zending dan? Is dat alleen aan de mensen laten weten, dat je weleens naar de kerk gaat of is dat daadwerkelijk iets doen met het woord van God? Zoals opstaan tegen onrecht en geweld, tegen de arrogantie van de macht, tegen onverschilligheid van mensen onder elkaar. Kunnen wij werkelijk ieder mens zien als zuster en broeder?
Als we eerlijk trouw zijn aan onze christelijke overtuiging, dan moeten ook wij dat uitspreken. Maar hebben wij de moed om er altijd voor uit te komen dat ons geloof, ons bidden, dat God onze hemelse Vader, belangrijk voor ons is? Om eerlijk te zijn heb ik te vaak mijn mond gehouden, heb ik me laten wegzetten. Maar dat is over. Het lukt me nu beter. Want ook tegen ons zegt Jezus: “Blijf trouw aan je overtuiging, je bent in Gods hand”.
Wees trouw aan jezelf, aan je geloof, aan God, en wees niet bang voor de mensen, wat zij ervan zeggen. De Blijde Boodschap van Jezus is ook voor ons in deze tijd nog heel actueel en belangrijk. Als wij meer durven te getuigen zal het Rijk van God, hier op aarde, werkelijkheid worden. Het is de verantwoordelijkheid van elke christen. Amen.