Overweging in de tehuizen op 13-02-2026, 6e zondag door het jaar A, Jannie Ligthart

Overweging in de tehuizen op 13-02-2026, 6e zondag door het jaar A, Jannie Ligthart

Openingswoord

Beste medegelovigen, welkom in deze Woord- en Communieviering van de 6e zondag door het jaar.

In de eerste lezing verwoordt Jezus Sirach, dat het nodig is de geboden te onderhouden en te doen wat God van ons verlangt.

In het Evangelie horen we opnieuw een fragment uit de Bergrede.

Jezus maakt duidelijk dat het niet zijn bedoeling is om met de Joodse traditie te breken. Hij onderschrijft de wetten van Mozes helemaal. Maar Hij wil, als een nieuwe Mozes, de diepste betekenis van deze wetgeving aan het licht brengen. Hij nodigt ons uit niet te leven naar de letter, maar vanuit de geest van Liefde, en meer te doen dan het gewone. Leven naar Gods wil is een weg van vallen en opstaan.

Wij zijn kwetsbare mensen. Zonder verzoening met God en met elkaar kunnen wij er niet echt voor God en elkaar zijn. Maken wij het daarom stil in onszelf en bidden we samen de schuldbelijdenis, om de Heilige Communie waardig te kunnen ontvangen.

Overweging

Dierbare medegelovigen, van Jezus is bekend, dat Hij gedurende zijn openbare leven een aantal leerlingen rondom zich verzamelde en onderricht gaf zoals een rabbi, een joodse leermeester, dat deed.

Vanaf het begin was duidelijk dat Jezus voor honderd procent in de lijn stond van de geschriften van zijn joodse traditie. In het evangelie hoorden we Hem tegen zijn leerlingen zeggen: “Meent niet dat Ik gekomen ben om Wet of Profeten op te heffen, Ik zal er geen komma in veranderen.”

Jezus verandert niets, maar brengt de joodse geschriften tot vervulling. Hij brengt die overgeleverde woorden terug tot hun oorspronkelijke bedoeling.

Zo geeft Jezus de “Tien Geboden uit de tijd van Mozes” een bredere, diepere betekenis, en dat doet Hij zonder het concrete leven uit het oog te verliezen.

Jezus kijkt niet alleen naar wat wij kunnen doen, maar Hij kijkt naar wat er in ons hart leeft nog vóór we iets hebben gezegd of gedaan. Het onderhouden van de geboden volgens de letter is voor Jezus niet goed genoeg. In 1 Korintiërs 13, lezen we van Paulus: “Al sprak ik de talen van mensen en engelen: als ik geen liefde had, was ik niet meer dan een schetterende trompet”. Zonder de liefde is alles zinloos. Al zeg en doe je nog zoveel goede dingen, als je het zonder liefde doet, is het in de ogen van Jezus van weinig waarde.

Denken we er weleens over na, of we volgens de Tien Geboden leven? Hoe open is ons hart naar onze naaste? Want waar begint laster ? Is het pas wanneer je over je naaste roddelt, of begint het al, als je er in gedachten al veel mee bezig bent?

Waar begint onbetrouwbaarheid? Als er een eed nodig is om iemand ervan te overtuigen dat je betrouwbaar bent, is er dan niet al iets mis? Waar begint het doden van een ander, is dat als je dat daadwerkelijk doet, of begint het al als je iemand doodzwijgt, of monddood maakt? Jezus zegt: wees duidelijk en radicaal, laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee.

In dat onderricht van Jezus voel je telkens die spanning tussen het concrete leven en de overgeleverde geloofstraditie. Met beide voeten in het dagelijkse leven, laat Jezus zich door de overgeleverde woorden van Mozes aanspreken. In die spanning tussen Woord en leven wil Hij staan, en hij roept ook ons vandaag op, om in die spanning van de geloofstraditie en het navolgen ervan in het concrete leven, te staan.

En intussen vindt Jezus dat wie Hem volgt verder moet gaan en tot méér in staat moet zijn dan alleen maar voorschriften, regels en reglementen na te leven.

Natuurlijk moeten bestaande wetten gevolgd worden, anders wordt het samenleven onmogelijk. Maar je kan verder gaan, zegt Jezus, en meer doen dan wat moet. En méér doen dan wat moet, is je te laten leiden door de Liefde van God. Door Gods liefde voor ons te beantwoorden, door met Zijn liefde in ons er voor de medemens te zijn, zijn we tot meer in staat.

Het meest verrassende is wel dat hoe meer we ons leven afstemmen op de Liefde van God, hoe dichter wij bij onszelf komen. Als we niet beseffen dat Gods liefde voor ieder van ons onvoorwaardelijk groot is, blijven we aan de oppervlakte. Maar nu helpt Zijn Liefde ons onszelf beter te kennen en meer aandacht te hebben voor onze medemens. Jezus deed het ons voor. Hij kon het goede dat in mensen sluimerde, tot leven roepen, en Hij kon mensen die schoorvoetend en kwetsbaar iets van hun leven probeerden te maken, moed geven. Jezus koos voor de machtelozen en verdrukten, en werd zelf een uitgestotene, kwetsbaar en weerloos als een arme. Zij hebben Hem uitgescholden, vervolgd en van allerlei kwaad beticht. Maar Zijn Liefde voor ons bleef onwankelbaar.

Als Gods Liefde zo ook in ons leven tot zijn recht komt, dan kun je in jezelf een kracht ontdekken, die nee zegt tegen alle onrecht.

Je hoort weleens in gesprekken, als iemand zegt iets verkeerd te hebben gedaan: “wat maakt het uit, het gebeurt zoveel.” Maar Jezus zegt: “Ook al scheldt de ander, we worden uitgenodigd het niet te doen; ook al liegt de ander, we worden opgeroepen het niet te doen; ook al steelt de ander, we worden uitgedaagd het niet te doen.”

En dat alles kunnen we, omdat wij Gods beminde kinderen zijn, en wij Hem liefhebben. Het Jezus proberen te volgen kan niet afgedwongen worden door wetten. Geen wet kan iemand dwingen verzoeningsgezind te zijn, je broeder en zuster niet te minachten, in je hart trouw te blijven. Maar we kunnen het als we bereid zijn, ons door Gods Liefde en door Zijn Woord, aan te laten aanspreken. God geeft ons de kracht en de ruimte. Amen.