Overweging in de tehuizen op 08-05-2026, 6e zondag van Pasen, Jannie Ligthart
Openingswoord
Beste medegelovigen, welkom in deze Woord- en Communieviering in het weekend van de 6e zondag van Pasen.
In de eerste lezing, uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus, worden wij ertoe uitgenodigd, om ook in moeilijke omstandigheden, getuigenis af te leggen van ons geloof in Jezus Christus en van de hoop die in ons leeft. Petrus zegt ons, dat wij niet bang moeten zijn om van ons geloof en van ons vertrouwen in de Blijde Boodschap, te getuigen. Het is de roeping van elke christen om hier open over te zijn, ondanks dat door het getuigen van ons geloof in Jezus Christus, die de Weg, de Waarheid en het Leven is, mensen ons niet begrijpen, we vaak raar worden aangekeken, en soms zelfs worden genegeerd.
In het Evangelie geeft Jezus het belang aan van het onderhouden van Zijn geboden. Jezus zegt: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.” Omdat Jezus de wereld gaat verlaten, belooft Hij aan de leerlingen en aan ons een andere Helper, de Heilige Geest. Jezus bereidt de leerlingen erop voor dat ze tegenwerking zullen ervaren. Dat de mensheid niet openstaat voor de Blijde Boodschap, maar dat de heilige Geest aan de apostelen, en nu aan ons, de kracht en de wijsheid zal geven om trouw te blijven aan onze liefde voor Jezus, in het onderhouden van de geboden en in het getuigen van ons geloof.
Omdat we hierin nog vaak tekortschieten, te weinig op de bijstand van de heilige Geest vertrouwen, maken wij het even stil in onszelf en bidden we samen de schuldbelijdenis, om de Heilige Communie waardig te kunnen ontvangen.
Overweging
Lieve medegelovige, lieve medemens, we horen vandaag de afscheidsrede van Jezus aan zijn leerlingen.
Het evangelie van vandaag begint met de woorden: “Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Om het goed te kunnen begrijpen, kan je deze zin, het beste zo omschrijven: alleen als je een hele hechte, liefdevolle band met Jezus hebt, dan kun je Zijn geboden onderhouden, en zal het je lukken om te leven zoals Jezus het ons heeft voorgedaan. We moeten dicht bij Jezus blijven om zijn weg te gaan.
Als Jezus en Zijn boodschap heel veel voor ons betekenen, alleen dan zullen we de moed kunnen opbrengen, om niet de weg van de wereld te gaan, de weg van de minste weerstand. Dan kunnen we ons laten leiden door de Geest van de Waarheid, die wij bij onze doop in ons hart hebben gekregen.
Over een evangelietekst van Johannes moet je vaak wat meer nadenken. Hij legt Jezus van die diepzinnige woorden in de mond, waar we geen raad mee weten.
En toch, als je je erin verdiept, dan hebben ook die moeilijke teksten van Johannes ons veel te zeggen. Johannes spreekt vaak over de wereld, de wereld die niet ontvankelijk is voor de Geest van de waarheid, die Jezus zal zenden. Als Johannes het over de wereld heeft, dan gaat het hem niet om die aardbol met al zijn landen en naties, en het gaat hem ook niet om de mensheid, nee, bij hem staat het wereldse voor, egoïsme materialisme, onrechtvaardigheid, machtsmisbruik, dus voor alle situaties waarin mensen de waarheid en de waardigheid van de ander geweld aandoen.
Wij leven in een tijd waarin je een mentaliteit bemerkt, die het niet zo nauw neemt met de regels. Er is een vervagend normbesef, waarin oneerlijkheid gewoon wordt; men denkt, iedereen moet kunnen doen waar hij/zij zin in heeft, en het moet vooral leuk zijn. Nog erger: als ik het maar leuk heb!
Die wereld is dicht om ons heen, we hebben er elke dag mee te maken. In die wereld komen we onherroepelijk alle verleidingen tegen, die ons afleiden van het opvolgen van de Tien Geboden. Daarom is het belangrijk, dat we er ons iedere dag, eigenlijk ieder moment van de dag, bewust van moeten zijn, dat we christen zijn.
En wij mogen ons bevoorrecht voelen, en gelukkig zijn, dat we volgelingen van Jezus zijn, d.w.z. wij zijn mensen, die niet de weg van de wereld willen gaan, maar de weg van Jezus Christus, die van zichzelf zei: “Ik ben de Weg de Waarheid en het Leven.” Jezus zei: Ik ben niet van de wereld en Jezus wil ook dat wij, als zijn volgelingen, niet van de wereld zijn. En dat is juist de grote bekoring waaraan we allemaal bloot staan.
De verleiding om toch maar mee te doen met de wereld, mee te gaan met de grote stroom, dat lijkt toch altijd het gemakkelijkst. Je zou kunnen denken: “Iedereen doet het toch”, dus waarom zou ik het niet doen? Maar zo komen wij christenen er niet van af.
We moeten ons steeds beseffen, dat we door ons doopsel kind van God zijn, en we de Heilige Geest als Helper hebben gekregen. Als we eraan denken dat we, als kind van God, de meest liefhebbende Vader hebben, dan komt er in ons een verlangen, om als overtuigd christen te willen leven. Dan moet je het ook aandurven tegen de stroom in te gaan als de weg van Christus dat van je vraagt, de weg die de Geest van de waarheid ons wijst. En dat is heus niet altijd zo eenvoudig. Er is moed voor nodig om al die dingen die op ons pad komen te beoordelen in het licht van Jezus’ boodschap.
Het is zo gemakkelijk van: iedereen doet het toch, dus waarom zou ik het niet doen. In een wereld die steeds oppervlakkiger lijkt te worden, wordt het ook steeds moeilijker om als overtuigd en trouw christen te leven. Daarom bidden wij:
God, onze Vader in de hemel, uw liefde gaat uit naar ieder mens op aarde, maar het zijn wel onze handen, die uw liefde moeten doorgeven aan elkaar. Het zijn onze ogen, die moeten zien waar U door ons zorg kunt geven. Het zijn onze oren, die moeten horen de noodkreten van mensen voor U bestemd.
God, onze Vader, in de hemel, help ons dat wij steeds in uw Geest ons hart laten spreken om uw liefde waar te maken in de praktijk van ons leven. Amen.
