Overweging in de tehuizen b.g.v. de 24e zondag door het jaar A, Johan Gierlings

Overweging in de tehuizen b.g.v. de 24e zondag door het jaar A, Johan Gierlings

Vergeven: God werkt het willen werken in ons uit.

Ik heb een klein stadstuintje, en daar groeit een hele mooie kamperfoelie waar ik erg van geniet. Vorige jaar had mijn tuinman de Kamperfoeli weggesnoeid omdat hij dacht dat het onkruid was. De schade leek onherstelbaar. Ik was boos, hij bood nog zijn excuses aan en ik zei zo nonchalant mogelijk “oh dat kan gebeuren”, maar was van binnen heel erg boos en wrokkig. ik kon maar moeilijk vergeven mijn mooie kamperfoeli zomaar weggesnoeid. Het bleef maar terugkomen in mijn gedachten. En ze rook zo lekker als die in bloei stond. Herkent u dat, dat iemand iets stukmaakt waar jij heel erg aan gehecht bent? En kunt u dan makkelijk vergeven? Ik vind het nog best moeilijk. Over enkele minuten zal het u duidelijk zijn dat God ons juist uitdaagt, en wil helpen om onze medemens te vergeven als hij of zij tegen ons gezondigd heeft. Het begint in het kleine en mag uitgroeien tot vergevensgezindheid tot het uiterste toe in navolging van Jezus Christus.

De slechte rentmeester

De evangelielezing schets ons een man die een grote schuld bij zijn Heer heeft, het gaat om tienduizend talenten. In de griekssprekende wereld uit die tijd was tienduizend het hoogste getal en een talent was de grootste munteenheid in die tijd, het gaat om een absurd hoog bedrag vergelijkbaar met 37 miljard euro in deze tijd. De Heer krijgt medelijden en weet dat hij het nooit terugbetalen kan en scheldt hem de hele som kwijt. Een daad van barmhartigheid. Dan zou je verwachten dat de man dankbaar was maar die is nog niet buiten en loopt een medeslaaf tegen het lijf die hem 100 tienlingen schuldig is omgerekend ongeveer 180 euro. De medeslaaf vraagt om genade maar de andere slaaf grijpt hem bij de keel en laat hem gevangen zetten. Zoveel onrechtvaardigheid is de omstanders teveel en zij gaan naar de Heer toe die de kwijtgescholden schuld terugeist en de slechte slaaf gevangen laat zetten.

Wie is wie in deze gelijkenis: de Heer is God die oordeelt en ons onze enorme schuld die wij tegenover Hem hebben barmhartig kwijtscheldt. Wij zijn de slaaf dienaar. Door ons doopsel is ons alles kwijtgescholden en krijgen we eeuwig leven. De andere slaaf is onze medemens die ons wat kleins schuldig is in het kwaad dat hij of zij tegen ons gedaan heeft. En de boodschap is: wat God ons kwijtgescholden heeft is vele malen meer dan wat onze medemens tegen ons schuldig is en er wordt van ons gevraagd onze naasten te vergeven, anders wordt ons onze schuld niet vergeven. De gevangenis zou je kunnen zien als de wrok en bitterheid die een mens verteren.

We horen hier het zinnetje uit het onze vader doorklinken: “vergeef ons onze schuld zoals wij onze schuldenaren vergeven.”

Of zoals Jezus Sirach uit de eerste lezing: “Vergeef uw naaste zijn onrecht; dan worden, wanneer gij erom bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden.”

Klinkt heel eenvoudig, maar de dagelijkse praktijk is vaak weerbarstig. Wat is een kleine schuld? Zoals de theoloog Alain Verheij schrijft: “als je altijd kunt vergeven heb je of nog niet veel van de wereld gezien of je bent een heilige en ik ben geen van beide zegt hij”. Herkenbaar?

In het kleine gaat het meestal nog wel, maar wat als er iets tegen je misdaan is wat jij ervaart als groot onrecht, wat doe je dan met deze twee lezingen? Dan schuurt het misschien wel, moet ik dan ook vergeven? We kunnen denken aan kinderen die niet meer thuiskomen vanwege pijn bij de opvoeding, broers en zussen die niet meer op een verjaardag komen vanwege een erfeniskwestie of dat ene voorval. We zien het op tv bij de rijdende rechter waarin er een conflict kan zijn over de erfscheiding of zelfs in de kerk waarin mensen elkaar groot onrecht aan kunnen doen, moet je dan ook vergeven?

Het is misschien mooi om te realiseren dat God ons wil helpen en ook recht wil doen. In de eerste plaats komt Hem het uiteindelijke oordeel toe. Hij is barmhartig, toch kan vergeven een complex gebeuren zijn, een werkwoord waarin je ook tijd nodig hebt, vergeven kan ook een wenteltrap zijn waarin je in kringetjes draait, om steeds dichter bij totale vergeving te komen. En … vergeven hoeft niet altijd verzoening te betekenen. Het belangrijkste is geen wrok te koesteren en zelf geen wraak te nemen, maar dat is soms nog best moeilijk, we mogen daarom God om hulp vragen; als wij het niet meer kunnen wil God ons helpen. Wij mogen onze hand in zijn hand leggen om verder te gaan nadat ons onrecht aangedaan is. De apostel Paulus zegt heel mooi in de brief aan de Filipenzen, dat God het willen en werken in ons bewerkt. Wij mogen met onze onmacht naar Hem toegaan en zeggen “ik wil het wel, geeft u mij de kracht om te doen waar ik het zelf niet kan.”

Ik moest mijn tuinman vergeven nadat hij mijn kamperfoelie stukgesnoeid had, het was voor mij een oefening om daarna de mensen te gaan vergeven die vele ergere dingen tegen mij gedaan hadden. Dat is een proces waarin ikzelf nog steeds in zit, werk in uitvoering zullen we maar zeggen, maar ik heb mij innerlijk met mijn tuinman verzoend.

En weet u wat het mooie is, deze zomer keek ik in mijn tuin naar een heel andere plek en wat denkt u? Mijn kamperfoelie bloeide weer, ik zag de mooie bloemen weer, en ik dacht zo kan dat met relaties ook als wij vergeven, kan er misschien soms in de relatie op een heel andere manier weer iets moois bloeien tussen mensen.

We gaan zo dadelijk naar de geloofsbelijdenis, maar eerst zou ik u willen vragen of u kort uw ogen wilt sluiten en eens na wilt denken aan iemand die u heel erg gekwetst heeft, misschien kunt u vandaag proberen om die persoon te vergeven. We zullen even een kort moment stil zijn. Amen.