Uit de preek van een onbekend schrijver uit de tweede eeuw
De levende kerk is het lichaam van Christus
De Heer zegt: ‘Gedurig wordt mijn Naam bespot onder alle volkeren’, en ook: ‘Wee aan hem door wie mijn Naam bespot wordt’ (Rom. 2, 24). Waarom wordt Hij bespot? Omdat wij niet doen wat wij zeggen. Als de heidenen de woorden van God uit onze mond horen, staan ze vol bewondering en vinden ze die mooi en verheven. Maar als ze daarna bevinden dat onze daden niet overeenkomen met onze woorden, beginnen ze ons te bespotten en zeggen zij dat onze woorden fabeltjes en bedrog zijn. Als ze van ons horen: als gij bemint die u beminnen, hebt ge geen recht op dank. Ge hebt slechts recht op dank als ge uw vijanden en de mensen die u haten, bemint. Als ze dat van ons horen, staan ze in bewondering voor de overmaat van goedheid. Maar als ze dan zien dat we niet beminnen de mensen die ons haten, en zelfs niet de mensen die ons beminnen, dan lachen ze ons uit en wordt Gods naam bespot. Broeders en zusters, als we de wil van onze Vader doen, behoren we bij de eerste, de geestelijke kerk, die vóór de zon en de maan geschapen is. Maar als we de wil van de Heer niet doen, geldt voor ons de Schrift die zegt: ‘Mijn huis is een rovershol geworden’ (Jer. 7, 11).
Laten we dan liever behoren tot de kerk van het leven om gered te worden. Ik denk niet dat het u ontgaat dat de levende kerk het lichaam van Christus is. De Schrift zegt immers: ‘God schiep de mens man en vrouw’ (Gen. 1, 27). De man is Christus; de vrouw is de kerk. En de boeken van de profeten en de apostelen zeggen dat de kerk niet slechts van nu is, maar van oudsher. De kerk was geestelijk, zoals onze Heer Jezus geestelijk was. Maar aan het eind der tijden is Hij zichtbaar geworden om ons te redden. En zo werd ook de geestelijke kerk zichtbaar in het vlees van Christus. Daarmee maakte ze ons duidelijk dat we, indien we haar in ere houden in het vlees zonder haar te schenden, we haar in de heilige Geest zullen ontvangen, want dat vlees is een beeld van de Geest. Wie echter het beeld schendt, zal het origineel niet ontvangen.
Dit betekent, broeders en zusters: houdt het vlees in ere om de Geest te kunnen ontvangen. Als we zeggen dat het vlees de kerk is en de Geest Christus, dan onteert hij die het vlees onteert, ook de kerk. Zo iemand zal ook geen deel hebben aan de Geest die Christus is. Aan zulk leven en zulke onbederfelijkheid kan dat vlees deelhebben, als het verenigd is met de heilige Geest. Niemand kan uitspreken of zeggen wat de Heer voor zijn uitverkorenen heeft bereid.