Overweging ter voorbereiding van 24-07-2026, vrijdag in de 16e week door het jaar

Uit de Alleenspraken van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)

Ik voel dat ik naar U moet terugkeren

Voortaan bemin ik U alleen, volg ik U alleen, zoek ik U alleen, ben ik bereid U alleen te dienen, omdat Gij alleen met rechtvaardigheid regeert. Onder uw gezag wil ik staan. Beveel, bid ik U, en gebied al wat Gij wilt, maar genees en open mijn oren om uw woorden te kunnen horen. Genees en open mijn ogen om uw wenken te kunnen zien. Verdrijf alle verdwazing uit mij om U te kunnen herkennen. Zeg mij waarheen ik mijn blik moet richten om U te aanschouwen; dan hoop ik alles te doen wat Gij beveelt.

Ik bid U, Heer, liefdevolle Vader: ontvang uw zoon die van U is weggevlucht. Laat mij nu genoeg gestraft zijn; laat mij nu genoeg uw vijanden gediend hebben die aan U zijn onderworpen; lang genoeg ben ik slachtoffer geweest van hun bedrog. Ontvang mij, nu ik van hen wegvlucht, ontvang mij als uw dienaar, zoals zij mij als vreemdeling hebben ontvangen, toen ik van U wegvluchtte. Ik voel dat ik naar U moet terugkeren; open op mijn kloppen uw deur, leer mij hoe ik tot U kan komen. Niets anders heb ik dan mijn bereidheid, niets anders weet ik dan dit: het onbestendige en vergankelijke is te versmaden, maar het bestendige en eeuwige moet men zoeken. Dit doe ik, Vader, omdat dit het enige is dat ik weet; maar hoe men tot U moet komen, weet ik niet. Geef Gij het mij in, toon het mij en verschaf mij wat nodig is op de weg naar U. Indien men U vindt door het geloof, wanneer men naar U wil vluchten, geef dan geloof. Indien men U vindt door deugd, geef dan deugd. Indien men U vindt door wetenschap, geef dan wetenschap. Versterk in mij het geloof, versterk de hoop, versterk de liefde. Hoe bewonderenswaardig en buitengewoon is uw goedheid!

Naar U verlang ik te gaan, maar hoe men naar U moet gaan, vraag ik U nogmaals. Immers, als Gij ons verlaat, komen wij om. Maar Gij verlaat ons niet, want Gij zijt het hoogste goed dat zich zeker laat vinden als men het oprecht zoekt. En oprecht zoekt een ieder die Gij oprecht doet zoeken. Laat mij U zoeken, Vader, en behoed mij voor dwaling; laat mij niets anders ontmoeten in plaats van U, als ik U zoek. Ik bid U, Vader: indien ik niets anders verlang dan U, laat mij dan nu reeds U vinden. Maar indien er in mij een verlangen is naar iets overbodigs, reinig mij dan en maak mij geschikt om U te zien.

Wat echter de gezondheid betreft van dit sterfelijk lichaam dat ik bezit: zolang ik niet weet van welk nut dit is voor mijzelf en voor mijn dierbaren, vertrouw ik dit aan U toe, alwijze en algoede Vader; daarvoor zal ik vragen wat Ge mij te zijner tijd zult ingeven. Nu bid ik uw opperste goedheid alleen, dat Ge mij geheel tot U bekeert en dat niets mijn streven naar U weerhoudt. Laat mij, zolang ik in dit lichaam ben, oprecht en grootmoedig, rechtvaardig en verstandig zijn. Laat mij ten volle uw wijsheid beminnen en ontvangen. Maak mij uw woonstede waardig en laat mij eens bewoner zijn van uw rijk dat geluk en zaligheid is.