Uit een preek van de heilige Augustinus, bisschop van Hippo († 430)
Wie rechtvaardig leeft, vindt zijn geluk in God
‘De rechtvaardige zal in God zijn vreugde vinden en op Hem hopen, en allen die oprecht van hart zijn zullen Hem loven’ (Ps. 64 (63), 11). Wij zingen dit lied met onze stem en met ons hart. Het geweten en de tong van de christen richten die woorden tot de Heer: ‘De rechtvaardige zal in God zijn vreugde vinden’, maar niet in de wereld. Elders lezen we: ‘Steeds komt er licht voor de rechtvaardige, geluk voor oprechten van hart’ (Ps. 97 (96), 11). Als je je afvraagt vanwaar die blijdschap komt, dan hoor je: ‘De rechtvaardige zal in God zijn vreugde vinden!’ En nog elders staat er geschreven: ‘Zoek uw geluk bij de Heer, Hij geeft wat uw hart begeert’ (Ps. 37 (36), 4).
Wat wordt er van ons verwacht? Wat wordt er ons geschonken? Wat wordt ons opgedragen te doen? Wat wordt ons gegeven? Dat we onze vreugde in God vinden! Dat we ons verblijden in Hem! Maar wie kan zich verblijden over iemand die hij niet ziet? Zien we de Heer soms? Luister dan naar wat ons beloofd is. Nu leven wij in het geloof. Zolang we in dit lichaam zijn, leven we als vreemdelingen ver van de Heer. We leven nog in het geloof en niet in de aanschouwing (vgl. 2 Kor. 5, 6 vv.). Dan zullen we van aanschijn tot aanschijn aanschouwen, als in vervulling gaat wat ook Johannes zegt: ‘Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God, en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt, wij aan Hem gelijk zullen zijn, omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is’ (1 Joh. 3, 12). Dan zal er dus de grote en volkomen blijdschap zijn; dan zal onze vreugde volledig zijn, als we ons niet langer meer moeten voeden met de melk van de hoop, maar met het vaste voedsel van de werkelijkheid. Maar laten we ons nu al verblijden in de Heer, nog vóór de werkelijkheid er voor ons is alsof wij er zelf reeds toe gekomen zijn. De hoop die werkelijkheid zal worden, geeft immers geen geringe vreugde. Nu beminnen wij in hoop. Daarom ‘vindt de rechtvaardige zijn vreugde in God’; en omdat hij Hem nog niet ziet, volgt op die woorden: ‘hij zal op Hem hopen’.
Hoe moeten we ons dan verblijden in de Heer, als de Heer zo ver van ons weg is? Of Hij al dan niet ver weg is, hangt evenwel van jou af. Bemin Hem en Hij zal je naderen. Bemin Hem en Hij zal in jou komen wonen. ‘De Heer is nabij. Weest onbezorgd’ (Fil. 4, 5-6). Als je wilt zien hoe Hij met je is als je Hem liefhebt, luister dan naar dit woord: ‘God is liefde’ (1 Joh. 4, 8).
Waarom spookt het alsmaar door je hoofd en zeg je tegen jezelf: ‘Wat is God?’ Hoe is God? Wat voor voorstelling je ook van Hem maakt: Hij is het niet! Wat je ook van Hem denkt: Hij is het niet! Want als Hij het werkelijk zou zijn, dan zou Hij niet door het menselijk denken kunnen worden doorgrond. En toch proef je nu al een beetje wat God is, want ‘God is liefde’. Dan zul je mij zeggen: wat is liefde? Liefde is dat waardoor we liefhebben. Wat hebben we lief? Het onuitsprekelijke goed, het weldoende goed, de goede Schepper van al wat goed is. Laat Hij dan je vreugde zijn, Hij van wie jij alles wat vreugde schenkt, hebt ontvangen. Ik spreek hier niet van zonde, want de zonde alleen heb je niet van Hem ontvangen. Afgezien van de zonde heb je echter alles wat je hebt, van Hem gekregen.
Voordat gij ziet wat gij niet kunt zien, moet gij geloven wat gij nog niet ziet; leef in geloof om eens tot aanschouwing te komen.
Het aanschouwen zal ons niet gelukkig maken in het vaderland, als het geloof ons niet onderweg tot steun is.
Leef in geloof om eens tot aanschouwing te komen.