De heilige geloofsverkondigers vóór Willibrord – vrijdag 6 november
Op 6 november gedenken wij alle heilige geloofsverkondigers in onze streken. Meestal denken wij daarbij meteen aan bekende namen uit de achtste eeuw. Maar het verhaal begint veel eerder. Lang voordat de grote missionarissen vanuit Engeland en Ierland hier vaste voet kregen, waren er al christelijke gemeenschappen in het zuiden en waagden anderen zich naar het noorden. Vandaag richten wij onze aandacht op deze vroege getuigen: mensen die het Evangelie verkondigden, gemeenschappen opbouwden en volhielden wanneer hun werk nauwelijks vrucht leek te dragen.
Een begin zonder duidelijke grenzen
Wij moeten ons daarbij niet het Nederland van vandaag voorstellen. Onze landsgrenzen bestonden nog niet. Het zuiden hoorde bij een wereld die sterk door de Romeinse beschaving was gevormd. Verder noordelijk lagen gebieden waar Friezen woonden en oude godsdienstige gebruiken diep geworteld waren. Rivieren verbonden de verschillende streken, maar vormden soms ook grenzen. De vroege geschiedenis van ons geloof loopt daarom door het huidige Nederland, België en Noord-Frankrijk heen. Wie deze geloofsverkondigers wil leren kennen, moet over onze tegenwoordige grenzen durven kijken.
Servatius en het geloof in Christus
Een van de vroegste bekende heiligen is Servatius, ook Sint Servaas genoemd. Hij was in de vierde eeuw bisschop van Tongeren en is nauw verbonden met Maastricht, waar zijn graf een plaats van verering werd. Over zijn afkomst en levensloop bestaan veel latere verhalen. Niet alles daarvan kunnen wij historisch vaststellen. Wel voert zijn geschiedenis ons terug naar een tijd waarin het christendom in deze omgeving al aanwezig was, eeuwen vóór de bekende missiereizen naar het Friese gebied.
Servatius wordt herinnerd als verdediger van het geloof in de godheid van Christus. Daarmee ging het om het hart van de christelijke boodschap: in Jezus komt God zelf ons nabij. Geloofsverkondiging betekende dus ook toen meer dan mensen vertrouwd maken met nieuwe gebruiken. Zij nodigde uit tot vertrouwen op de levende Heer. De blijvende verering van Servaas in Maastricht herinnert ons eraan hoe diep die verbondenheid met Christus in een gemeenschap kan wortelen.

Monulfus en Gondulfus bouwden verder
Bij Maastricht horen ook de heilige bisschoppen Monulfus en Gondulfus. Zij worden vooral herdacht als herders die het bestaande christelijke leven versterkten. Van Monulfus vertelt de zesde-eeuwse geschiedschrijver Gregorius van Tours dat hij een grote kerk liet bouwen ter ere van Servatius. Over Gondulfus zijn de historische gegevens schaarser; zijn gedachtenis is nauw met die van Monulfus verbonden. Hun plaats in dit verhaal laat zien dat de verbreiding van het geloof ook vraagt om mensen die blijven, verzorgen en opbouwen.
Een kerkgebouw gaf gelovigen een plek om samen te komen. Daar konden zij bidden, de Schrift horen en de sacramenten vieren. Zo kreeg het Evangelie een thuis in het dagelijkse leven. Ook nu is dat herkenbaar. Een parochie leeft van mensen die trouw aanwezig zijn, kinderen begeleiden en anderen helpen hun geloof te verdiepen. Het werk van zulke bouwers valt misschien minder op dan een verre missiereis, maar is onmisbaar voor een levende Kerk.
Acharius en Amandus in het zuiden
In de zevende eeuw ontmoeten wij Acharius, bisschop van Noyon en Doornik. Hij was gevormd in het klooster van Luxeuil en behoort tot de vroege geloofsverkondigers van België en Noord-Frankrijk. Een uitvoerige levensbeschrijving is niet bewaard gebleven. Toch verdient ook zijn naam onze aandacht. De geschiedenis van de Kerk bestaat immers niet alleen uit levens waarover veel geschreven is. Ook mensen van wie slechts enkele gegevens overblijven, hebben bijgedragen aan de overdracht van het geloof.
Veel bekender is Amandus. Deze missionaris trok in de zevende eeuw door verschillende gebieden en is bijzonder verbonden met de verkondiging in Vlaanderen. Hij was ook enige tijd bisschop van Maastricht. Zijn levensverhaal vertelt van reizen, kloosterstichtingen en tegenstand. Het geloof kreeg niet overal gemakkelijk ingang. Amandus moest telkens opnieuw beginnen. Kloosters boden daarbij plaatsen van gebed en gemeenschapsleven, waar de verkondiging kon worden gedragen en voortgezet. Zijn inzet nodigt ons uit trouw te blijven wanneer een eerste poging weinig oplevert.
Eligius en de geloofwaardigheid van liefde
Eligius, ook Sint Elooi genoemd, volgde Acharius op als bisschop van Noyon en Doornik. Voordat hij bisschop werd, werkte hij als edelsmid en aan het Frankische hof. Zijn levensverhaal verbindt vakmanschap en maatschappelijke verantwoordelijkheid met een grote zorg voor mensen in nood. Hij gaf aan armen en besteedde geld aan het vrijkopen van slaven. Later zette hij zich als bisschop in voor het christelijke leven in zijn uitgestrekte werkgebied. Hij stierf in 660.
Bij Eligius zien wij hoe woorden en daden elkaar kunnen versterken. Wie over Gods liefde spreekt, wordt ook geroepen die liefde zichtbaar te maken. Een hongerige mens heeft voedsel nodig; iemand die zijn vrijheid verloren heeft, verlangt naar bevrijding. Het Evangelie raakt zulke concrete noden. Dat maakt Eligius ook voor onze tijd een aansprekende heilige. Ons geloof wordt herkenbaar wanneer wij eerlijk handelen, goed omgaan met wat ons is toevertrouwd en ruimte maken voor kwetsbare mensen.
Wilfridus en Wigbertus onder de Friezen
Ook in het noorden waren er vroege pogingen tot geloofsverkondiging. De Engelse bisschop Wilfridus, ook Wilfried genoemd, verbleef omstreeks 678 onder de Friezen tijdens een reis naar Rome. Hij maakte van dat verblijf gebruik om het Evangelie te verkondigen. Zo werd een onderbreking onderweg een gelegenheid om zijn geloof te delen. Zijn voorbeeld herinnert ons eraan dat een onverwachte ontmoeting soms mogelijkheden opent die wij zelf niet hadden bedacht.
Later kwam Wigbertus vanuit Ierland naar het Friese gebied. Hij predikte er ongeveer twee jaar, maar zag weinig blijvend resultaat en keerde terug. De precieze datering verschilt per bron; zijn werk behoort tot de jaren vóór 690. Juist deze bescheiden geschiedenis verdient aandacht. Heiligheid wordt niet gemeten aan aantallen of zichtbaar succes. Ook een geloofsverkondiger die moet erkennen dat zijn krachten en mogelijkheden begrensd zijn, kan trouw hebben geantwoord op Gods roepstem.
Dankbaar voor de eerste zaaiers
Deze vroege heiligen hebben ieder op hun eigen plaats iets voorbereid waarvan zij de volle uitwerking niet konden overzien. Wij mogen hen dankbaar gedenken en om hun voorspraak vragen. Moge hun voorbeeld ons helpen het geloof met geduld en liefde door te geven. God kan ook laten groeien wat wij vandaag met kleine, onzekere handen zaaien.