Maria van de Rozenkrans: met haar dichter bij Jezus
Een gebed dat met ons meegaat
Een rozenkrans past in een broekzak, hangt soms naast een bed of ligt tussen de vingers van iemand die bidt. Zo eenvoudig kan geloof zichtbaar worden. Toch schuilt achter die kralen een grote rijkdom: het leven van Jezus, het vertrouwen van Maria en alles wat wij zelf bij God willen brengen.
Op 7 oktober viert de Kerk de gedachtenis van de heilige Maagd Maria van de Rozenkrans. Deze dag nodigt ons uit om dit gebed te ontdekken. Wie al jarenlang bidt, kan er nieuwe diepte in vinden. Wie nauwelijks weet hoe het moet, mag gewoon beginnen.
Waarom vieren wij dit feest?
De geschiedenis van het feest hangt samen met de zeeslag bij Lepanto op 7 oktober 1571. Paus Pius V had opgeroepen tot het bidden van de rozenkrans. Na de overwinning van de christelijke vloot op de Ottomaanse vloot verbond hij daaraan een feest ter ere van Maria, aanvankelijk onder de naam Onze Lieve Vrouw van de Overwinning. Later kwam de rozenkrans centraal te staan in de naam van het feest.
Die historische achtergrond vraagt vandaag om een gelovige verdieping. Wij bidden om vrede, bescherming en bekering. Daarbij vragen wij ook dat vijandschap in ons eigen hart plaatsmaakt voor liefde.
Maria brengt ons bij haar Zoon
Waarom richten wij ons tot Maria wanneer Jezus onze Redder is? Omdat Maria helemaal met Hem verbonden is. Zij ontving Hem, verzorgde Hem en bleef Hem trouw tot onder het kruis. Wie met haar meegaat, leert haar Zoon beter kennen.
Bij de bruiloft in Kana zegt zij tegen de dienaren: “Doet maar wat Hij u zeggen zal” (Johannes 2,5). Daarmee wijst zij ook ons de weg. Wij vereren Maria en vragen haar voorbede; de aanbidding komt God toe.
Maria houdt onze aandacht niet bij zichzelf vast. Zij helpt ons luisteren naar Jezus, vertrouwen op zijn woord en handelen naar zijn voorbeeld.
Het evangelie overwegen met Maria
In het rozenkransgebed staan gebeurtenissen uit het leven van Jezus en Maria centraal. Wij noemen die de geheimen. Dat woord betekent hier geen raadsel dat opgelost moet worden. Het gaat om geloofsgeheimen waarvan wij de rijkdom steeds verder mogen ontdekken.
De blijde geheimen brengen ons onder meer bij Jezus’ geboorte. De geheimen van het licht richten onze aandacht op zijn openbare optreden. De droevige geheimen laten ons stilstaan bij zijn lijden en sterven. De glorievolle geheimen openen ons hart voor zijn verrijzenis en de hemelse heerlijkheid. Paus Johannes Paulus II stelde in 2002 de geheimen van het licht voor als aanvulling.
Waarom steeds dezelfde woorden?
Wie voor het eerst meebidt, vraagt zich misschien af waarom het Weesgegroet zo vaak terugkomt. Zou één keer niet voldoende zijn?
De herhaling geeft ons gebed een rustig ritme. Wij hoeven niet voortdurend nieuwe woorden te bedenken. Terwijl onze lippen bidden, mogen onze gedachten bij Jezus blijven. Zoals een vertrouwd lied ons kan helpen om verdriet of dankbaarheid uit te drukken, kunnen vertrouwde gebedswoorden ons dragen.
Daarbij gaat het om aandacht en liefde. Haastig woorden afwerken mist het doel. Een rustig gebeden tientje, waarin wij werkelijk proberen ons hart voor God te openen, is een waardevol begin.
Een gebed met Bijbelse wortels
Het Weesgegroet begint met woorden die teruggaan op de begroeting van de engel Gabriël en de uitroep van Elisabet bij Maria’s bezoek (Lucas 1,28 en 1,42). Midden in het gebed klinkt de naam Jezus. Vervolgens vragen wij Maria voor ons te bidden, nu en in het uur van onze dood.
Ook het Onzevader, dat ieder tientje opent, komt uit het evangelie: Jezus zelf heeft het zijn leerlingen geleerd.
Zo verbindt de rozenkrans ons met de Schrift. Wij spreken Bijbelse woorden uit en laten de gebeurtenissen uit het evangelie tot ons doordringen. Ons eigen leven krijgt een plaats in dat gebed.
Hoe begin je ermee?
Een gebruikelijk rozenhoedje bestaat uit vijf tientjes. Bij ieder tientje overwegen wij één geheim en bidden wij een Onzevader, tien Weesgegroeten en een Eer aan de Vader. Vooraf bidden wij doorgaans de geloofsbelijdenis, een Onzevader, drie Weesgegroeten en een Eer aan de Vader.
Wie hiermee onbekend is, kan beginnen met één tientje. Kies bijvoorbeeld de geboorte van Jezus. Lees enkele verzen uit Lucas 2 en word even stil. Denk aan Gods Zoon, die als een kwetsbaar kind bij ons komt.
Bid vervolgens rustig. Je kunt vooraf iemand noemen voor wie je wilt bidden. De kralen helpen om de tel bij te houden.
Ook wanneer bidden moeilijk gaat
Soms zijn wij tijdens het bidden afgeleid. Onze gedachten schieten naar school, werk, zorgen thuis of iets wat nog moet gebeuren. Dat hoeft ons niet moedeloos te maken. Zodra wij het merken, kunnen wij rustig terugkeren naar het geheim dat wij overwegen.
Ook voelen wij niet altijd troost. Gebed kan droog zijn. Toch kan juist het trouw volhouden uitdrukken dat wij God zoeken om Hemzelf.
Maria kende eveneens onzekerheid. Zij begreep niet onmiddellijk alles wat er rond Jezus gebeurde, maar bewaarde het in haar hart. Van haar leren wij vertrouwen wanneer wij nog geen antwoord hebben.
Van gebed naar het dagelijks leven
De rozenkrans raakt ook onze keuzes. Wanneer wij nadenken over Maria’s bereidheid om Gods wil te doen, mogen wij ons afvragen waarvoor wij zelf terugschrikken. Wanneer wij Jezus’ kruisweg overwegen, komt misschien iemand in gedachten die onze steun nodig heeft.
Een jongere kan bidden voor een klasgenoot die wordt buitengesloten. Een volwassene kan een moeilijke verhouding binnen het gezin aan God toevertrouwen. Daarna volgt de vraag welke stap wij zelf kunnen zetten.
Gebed maakt ons ontvankelijk voor Gods genade. Daaruit kunnen geduld, vergeving en moed groeien. De ontmoeting met Jezus werkt door in hoe wij anderen behandelen.
Een uitnodiging voor vandaag
Misschien ligt er thuis een rozenkrans die lang niet gebruikt is. Neem hem eens ter hand. Zoek een rustig moment en begin zonder haast. Ook samen bidden kan helpen.
Wij mogen bij Maria komen met ons hele leven: onze vreugde, schuld, zorgen en hoop. Zij bidt met ons mee en wijst ons naar Jezus. Aan zijn hand leren wij leven als kinderen van de Vader.