Preek op 21-06-2026, 12e zondag door het jaar A, Pastoor Frank Domen

Preek op 21-06-2026, 12e zondag door het jaar A, Pastoor Frank Domen

Openingswoord

Welkom in deze heilige Mis. Wij komen bij God, onze Vader, die alles ten goede leidt voor wie op Hem vertrouwen. Ons leven ligt in zijn hand; daarom hoeven wij niet te leven vanuit angst, schaamte of moedeloosheid.
Wij vragen Hem, dat wij zijn Naam oprecht durven belijden tegenover andere mensen.

De profeet Jeremia laat zien hoe zwaar geloof soms kan worden, wanneer mensen tegen je opstaan. Toch legt hij zijn zaak in Gods handen en blijft hij zingen voor de Heer, die de arme bevrijdt.

Afgelopen week zou een meisje van 15 jaar in het Groningse Meerstad haar beide ouders hebben gedood. Wat een drama. We zien, dat er in de wereld nog heel wat bevrijding nodig is. Bidden we voor de zielenrust van die ouders. Bidden we dat ook dat meisje ooit weer haar leven op de rails mag krijgen.

Laten ook wij ons hart openen voor die bevrijdende God en samen onze schuldbelijdenis bidden.

Openingsgebed

Laat ons bidden. God, onze Vader, Gij leidt alles ten goede voor wie zijn vertrouwen stelt op U. Wij hebben niets te vrezen, want ons lot is in uw hand. Geef dat wij ons nooit over U schamen, maar uw Naam oprecht belijden voor de mensen en erfgenamen worden van uw belofte. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … Amen.

Peuter-, Kinder- en TienerWoordDienst

Preek – Niet bang voor het licht

Wees niet bang voor de mensen

Jezus zegt vandaag: “Weest niet bevreesd voor de mensen.” Dat is geen vriendelijke wens, maar een opdracht, die Hij zijn leerlingen meegeeft vóórdat zij de wereld ingaan. Zij zullen weerstand krijgen. Mensen zullen hen uitlachen, tegenspreken, verdacht maken, misschien zelfs vervolgen. Toch zegt Jezus niet: zorg dat iedereen je aardig vindt, nee, Hij zegt: wees niet bang.

Wij leven in een heel andere tijd dan de apostelen, maar ook wij ervaren soms druk van mensen om ons heen. Soms zwijgen wij dan over ons geloof, omdat wij geen gedoe willen. Op school, op het werk, in een vriendengroep of in de familie kunnen wij voelen: als ik zeg dat ik bid, dat ik katholiek ben, kijken ze misschien vreemd op. Dan houden wij ons in. We willen niemand verliezen, geen spot oproepen, geen discussie beginnen.

Jezus wil echter geen ruziezoekers van ons maken. Hij vraagt ook niet, dat wij overal grote woorden verkondigen. Hij vraagt wel, dat wij innerlijk vrij worden. Niet gevangen zitten in de vraag: wat vinden ze van mij? Niet kleiner gemaakt door angst voor boze blikken, opmerkingen of meningen. Wie bij Christus hoort, hoeft zijn ziel niet te verkopen voor applaus.

Wat verborgen is, komt aan het licht

Dan zegt Jezus: “Niets is verhuld of het zal onthuld worden, niets verborgen of het zal bekend worden.” Vaak denken wij bij zulke woorden aan bedreiging: pas maar op, alles komt uit. Maar Jezus’ licht niet is bedoeld om ons kapot te maken. Zijn goddelijke Licht is bedoeld om waarheid te brengen, en waarheid kan bevrijden.

Dat geldt met name voor het Sacrament van de Biecht. Biechten is niet jezelf naar beneden halen. Het is je eigen zonden aan het licht brengen, eerlijk en zonder toneel. Niet omdat God nog moet ontdekken wat er in ons leeft, want Hij kent ons van binnen en van buiten, Hij doorgrondt hart en nieren. Wij zeggen het hardop, omdat wij willen ophouden met verbergen. Zonde groeit graag in het donker. Schaamte houdt ons stil. Uitvluchten maken ons moe. In de Biecht leggen wij de waarheid voor Jezus Christus neer en daar spreekt Hij door de priester zijn vergeving uit.

Dan is licht geen straf, maar genade. Wij noemen zelf wat verkeerd was: ik ben soms liefdeloos geweest, ik heb een paar keer gelogen om mijn eigen hachje te redden, ik heb iemand laten vallen, ik heb mij laten leiden door jaloezie, bitterheid of trots. Zulke woorden kunnen zwaar overkomen, maar zij maken ruimte, bevrijden ons van een last. Wat uitgesproken wordt voor God, hoeft niet langer als een steen op ons hart te liggen.

Genade is overvloediger

Paulus zegt in de tweede lezing: “Het gaat met de genade niet zoals met de misstap.” De zonde heeft veel kapotgemaakt, vanaf het begin van de schepping. Wij zien hoe makkelijk mensen elkaar beschadigen, hoe snel vertrouwen breekt, hoe hard woorden kunnen aankomen. Toch is dat voor Paulus geen eindpunt, want, zegt hij: de genade van Jezus Christus is veel overvloediger.

Dat woord “overvloediger” moeten wij stevig vasthouden. Gods antwoord op onze zonde is niet karig. Hij geeft niet net genoeg om ons overeind te houden, nee, in Christus komt er een stroom van genade op gang, vele malen sterker dan wat wij verkeerd hebben gedaan. De Biecht is daar een concreet teken van. Wij komen niet met mooie praatjes, maar met waarheid. Er volgt geen koude afrekening, maar vergeving, die nieuw leven schenkt.

Daarom kan het geloof in Jezus Christus ons moed geven. Wij zijn veel meer waard dan wat op een bepaald moment onze slechtste keuze was. Wij doen er dan ook beter aan niet te doen alsof schuld niet bestaat. Wij mogen ermee naar Jezus Christus gaan, en van daaruit opnieuw beginnen: een ander om vergeving vragen, een verkeerde gewoonte doorbreken, eerlijker spreken, opnieuw bidden wanneer het stil is geworden.

Meer waard dan een zwerm mussen

Jezus spreekt ook over mussen. Kleine vogels, bijna niets waard op de markt, en toch valt er niet één mus van het dak buiten de zorg van de Vader. Daarna zegt Hij: “Bij u zijn zelfs alle haren van uw hoofd geteld.” Dat is geen rekensom, maar een belofte: God kijkt niet langs ons heen.

Daarom hoeven wij niet bang te zijn voor het licht. De Vader, die ons kent, werkt niet bij de Keuringsdienst van Waarde. Hij is de Vader van Jezus Christus, die zijn Zoon heeft gegeven om ons te redden. Wie dat gelooft, durft eerlijk te zijn zonder te wanhopen. Wij kunnen onze zonden onder ogen zien, omdat Gods barmhartigheid groter is dan onze schuld.

En dan kunnen wij ook Jezus Christus belijden voor de mensen. Niet schreeuwerig, niet hard, maar rustig en echt. Wij kunnen laten merken, dat wij bij Hem horen. Door een kruisje te maken, door niet mee te doen met gemene praat, door te zeggen: ik geloof, dat vergeving mogelijk is. Zo komt er licht in ons leven, en door ons heen ook een beetje in de wereld. Amen.