Paaskring II, jaar A

 

Zevende paaszondag — Job 17, I – I
De hele paastijd lang lazen wij uit de Handelingen van de Apostelen over
de eerste dagen van de kerk, over de opbloei en uitbreiding van de jonge christengemeenschap.
Zoals vorige donderdag gaan wij vandaag terug naar Jezus’ afscheid,
zijn Hemelvaart, en de periode onmiddellijk daaropvolgend, de tien dagen van verwachting vóór de komst van de Heilige Geest.
Voor de evangelist Lucas is Jeruzalem het centrum van alles. Zijn eerste boek, het evangelie, is één grote reis daarheen. Zijn tweede boek, de Han-
delingen, vertelt de grote reis die van daaruit zal vertrekken en wereldwijd uitdeinen.
In Jeruzalem heeft Jezus alles volbracht: zijn lijden, zijn kruis. Na zijn Hemelvaart op de Olijfberg zullen zijn volgelingen op uitdrukkelijk bevel in Jeruzalem, in de ‘bovenzaal’, in het ‘cenakel’ bij elkaar blijven. Het is de plaats waar de verrezen Heer hun verschenen was, de plaats ook van de laatste maaltijd, toen Jezus hun zijn testament heeft nagelaten, zijn nieuw
gebod, en toen Hij zijn groot gebed heeft uitgesproken voor zijn vrienden: om eenheid, om de gave van de Heilige Geest.
Nu zijn zij aan de beurt. Nu treffen wij er hen aan, liefdevol verenigd in gebed en wachtend tot zij uit de hoge met kracht zullen zijn toegerust.
Jezus’ volgelingen, zij worden opgenoemd: met name, de elf apostelen; de enkele vrouwen die met Hem meereisden en voor Hem zorgden; zijn Moeder, Maria, ook zij met name genoemd; en zijn broeders, enkele men sen uit zijn naaste kring die ietwat moeilijk in Hem hebben leren geloven: heel deze groep blijvend bij elkaar.
Laten wij ons deze samenhorigheid, `eensgezind volhardend in het gebed’, niet al te ideaal voorstellen, zeker niet in het begin.
Het was reeds een wonder te noemen dat zij elkaar hadden weergevonden na de eerste totale verwarring rondom Jezus’ kruisdood, toen zij op de vlucht waren geslagen en naar huis terug waren gegaan.
Maar in hun verlatenheid en ontreddering hadden ze ontdekt dat bij elkaar blijven wel het minste was, het beste dat zij konden doen.
Precies dat samenzijn is de vruchtbare bodem geworden voor het ontluiken van hun verrijzenisgeloof. Als Hij hen dan andermaal verlaat, voorgoed, dan volgt geen nieuwe vlucht of ontreddering, maar dan spreekt het voor zichzelf dat zij hecht bij elkaar blijven en dat hun samenzijn vóór alles wordt gekenmerkt, bezegeld en bevestigd door het gebed.
De eerste kerk, zo leert ons de grote ooggetuige Lucas, is in de eerste plaats een biddende kerk.
Even vanzelfsprekend is het voor ons, christenen van zoveel eeuwen later, dat wij willen weten wat dat bidden geweest is: om te weten wat de grondslag van de kerk is, om te weten welke de inhoud en de betekenis moeten zijn van ons bidden, ons samenzijn, ons volharden daarin.
Wat zou het anders geweest kunnen zijn dan een veelvuldig tot aanhoudend opzeggen van Israëls psalmen?
Die psalmen gaan echter, op de achtergrond van de feiten en gebeurtenissen, in hun mond een nieuwe en eigen betekenis krijgen.
Zo ook de beurtzang van deze zevende paaszondag.
`De Heer is mijn licht en mijn leidsman; wie zou ik vrezen? De Heer is de schuts van mijn leven; voor wie zou ik bang zijn?’
Op die wijze spreken zij hun vertrouwen uit in God, ondanks de troebele situatie waarin zij verkeren en de aanvechtingen die zij ondervinden: van buitenaf, de dreiging uitgaande van de joden, en van binnenuit, de wankelmoedigheid van hun eigen hart.
`Eén ding slechts vraag ik de Heer, meer zal ik niet wensen: dat ik in Gods huis mag wonen zolang ik leef.’
Hun gedachten gaan hierbij uit naar de Heer Jezus, die zó op de Vader heeft vertrouwd dat zijn zending niet ten onder is gegaan in de dood, maar
dat Hij is opgewekt ten leven en is opgevaren ten hemel: in het huis van zijn Vader.
Met de woorden van de oude psalmen, vol van hun nieuwe betekenis, wordt het bidden van de leerlingen naar Pinksteren toe:
een dankzegging voor de tekenen van Gods aanwezigheid in het wondere leven van Jezus waarvan zij de bevoorrechte getuigen hebben mogen zijn;
een smeekbede om opheldering over hun eigen leven en hun taak; een zoektocht naar en een vindplaats van de zin van die onverklaarbare en zo ingrijpende gebeurtenissen van de laatste tijd.
Hun bidden wordt gedragen door nieuwe hoop. Het wekt nieuwe hoop in hun harten.
Zo kan Gods Heilige Geest in hen komen, omdat zijzelf ‘arm van geest’ geworden zijn, omdat zij biddenderwijs hun eigen geest, stug en boordevol van zichzelf, hebben ontruimd, leeggemaakt om plaats te maken, ruimte te scheppen, enkel maar voor Gods Geest.
De grond van hun hoop is de verrezen Heer zelf. Hij die hun had toegezegd: de Helper, de Heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, zal u alles leren en u in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.
En zo zal geschieden. De horizon van hun samenzijn zal verruimen, wereldwijd: hun eensgezindheid, hun volharding, hun broederlijkheid, hun dienstbaarheid. En zij zullen zich herinneren hoe de Meester zelf hun geleerd heeft dat zij moesten bidden:
Onze Vader die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome, uw wil geschiede: op aarde als in de hemel.
Gods Geest zal hun geest toegankelijk maken voor het bidden van Jezus zelf, zijn hogepriesterlijk gebed op de avond van de laatste maaltijd.
Onze Vader die in de hemel zijt, Gij hebt uw Zoon verheerlijkt, zoals uw Zoon U verheerlijkt heeft. Maak ons deelgenoot van het eeuwige leven: dat wij U kennen, de enig ware God, en Hem die Gij hebt gezonden, Jezus Christus.

Sacramentsdag —Joh 6,51.53-58
De zondag is de wekelijkse paasdag van de christenen: het feestmoment om volop het leven te vieren: de levende God, de levende Mens — in de veelzijdige betekenis van het woord — de overwinning van het leven over de dood.
Twee donderdagen hebben zich tot op dezelfde hoogte uitgetild en tussen de zondagen in een heel bijzondere plaats veroverd: Witte Donderdag en Hemelvaart.
Beide zijn afscheidsfeesten: de avond voor Jezus’ lijden en dood, of beter: voor zijn Pascha; en de dag van zijn thuiskomst in Gods heerlijkheid. Maar dit tweevoudige afscheid is telkenmale sterk getekend door Jezus’ belofte van zijn blijvende en definitieve aanwezigheid.
Ik zal met u zijn alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.
En als teken van mijn aanwezigheid schenk Ik u, zend Ik u mijn Geest. Als teken van mijn aanwezigheid in uw midden schenk Ik u mijn Lichaam en Bloed.
Heel opmerkelijk is deze bipolariteit geest — lichaam. Is er geen wereld van verschil tussen het spirituele en het corporele? Zeker niet, want het is hier niet om de tegenstelling tussen beide te doen, maar om het alomvattende van Jezus’ aanwezigheid: zo ongrijpbaar als de Geest, als wind en vuur, als al datgene wat ons en onze beperktheid overstijgt; en tegelijk zo tastbaar en (be)grijpbaar als de allergewoonste dingen van alledag: brood en wijn om te eten en te drinken.
Ik zal met u zijn. Dit is geen schijnvertoning, maar diepe werkelijkheid. De theologie heeft er van oudsher een oersterk begrip voor gecreëerd:
realis presentia, reële tegenwoordigheid, aanwezigheid: in het reële leven van iedere dag én in het teken dat ons van die aanwezigheid gegeven is: Brood en Wijn, teken van de Geest die Hem bezielt…
Als mensen het hebben over werkelijkheid en zelfs over waarheid, dan bedoelen zij bijna per definitie de fysische werkelijkheid als de enige echte, als de enig waar-achtige.
Maar de volle werkelijkheid is veel ruimer en dieper dan de louter fysische. Realis presentia is niet synoniem van fysicalis presentia, fysische aanwezigheid; maar veel meer dan dat: existentialis presentia, vitalis presentia.
Teken en realiteit zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het teken kan geen leven op zich gaan leiden. De realiteit heeft het teken nodig om gestalte te krijgen. Het ene kan niet zonder het andere.
Dat is precies de betekenis van sacrament in de volle en in de hier en nu zeer geëigende betekenis van het woord: symbool staan voor een werkelijkheid. Indien de band er niet is met de werkelijkheid van Jezus’ aanwezigheid, met alles wat dit te betekenen heeft, dan verliest het teken zelf zijn zin. Maar indien wel, dan gaat het teken smaak en kleur en richting geven aan de werkelijkheid als zodanig.
Wegens het grote belang van onze beide donderdagen — afscheidsfeest maar evenzeer feesten van blijvende aanwezigheid — en tegelijk wegens
het grote belang van Jezus’ aanwezigheid in het leven én in het Sacrament, is er in de liturgie een derde donderdag bij gekomen: Sacramentsdag.
Dat het om een hoogfeest gaat, moge blijken uit het feit dat wij het op de zondag na het eigenlijke feest in de liturgie nog eens mogen overdoen.
Anderzijds staat het niet ingeschreven in de grote kring van de liturgische vieringen, die toch in elk geval voorrang blijven geven aan de gedachtenis van de heilshistorische Jezusfeiten. Sacramentsdag is een devotie-feest waarbij afstand genomen wordt van de gebeurtenissen. Er schuilt het gevaar in dat wij de zaken niet consequent in hun heilshistorisch verband zouden blijven stellen. Anderzijds gaat zodoende al onze aandacht voor een keertje uit naar het grote Teken op zich, naar het feit van zijn blijvende aanwezigheid midden onder ons.
Trouwens, dat kleine gevaar dat wij van het Sacramentsfeest een te statisch iets zouden maken, wordt bezworen door de prachtige liturgische teksten vol dynamiek. Wij vernoemen graag de gezangen van de eucharistie en van het getijdengebed, hoofdzakelijk toegeschreven aan Thomas van Aquino. Maar wij verwijzen in de eerste plaats naar de evangelies die voor de drie cyclusjaren werden gekozen. In de B-cyclus heeft men geopteerd voor Marcus’ instellingsverhaal en in de C-cyclus voor Lucas’ broodwonder. In deze A-cyclus is het de oorspronkelijke keuze van voor het tweede Vaticaans concilie: een passage uit het zesde hoofdstuk van Sint-Jan met Jezus’ zogeheten broodrede.
Een eeuwig discussiepunt onder exegeten is of deze Johannesperikoop al dan niet over de eucharistie handelt. Feitelijk is dat een onnodige en onvruchtbare discussie. Laat het zijn dat het niet expliciet over de eucharistie gaat, impliciet heeft de tekst er voor honderd procent mee te maken.
Het eerder vermelde samenspel tussen symbool en realiteit is ook hier volop aan de orde. Voor de uitdrukkelijke bevestiging van Jezus’ spirituele en existentiële aanwezigheid in deze wereld, als bron van leven, als leven voor de wereld, kiest Johannes voor de aardse, de lijfelijke tekenen van brood en wijn die hij, ook qua terminologie, in een geleidelijk crescendo laat uitgroeien tot Lichaam en Bloed. Eucharistischer kan het niet. Sterker en dynamischer kan het niet.
Het teken en de realiteit waar het teken naar verwijst, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Jezus, de Aanwezige, de Levende in ons midden: als Zoon van de Vader, met Hem verbonden, aan Hem gegeven; als de Mensenzoon, met ons verbonden, aan ons gegeven, zoals het ene brood aan ons gegeven, ons aan de ene tafel met elkaar en met Hem verbindt. De Heer, aanwezig in ons leven, aanwezig in het Teken bij uitstek: het Heilig sacrament.
Op Sacramentsdag benaderen wij dit mysterie meer als een moment van bezinning en meditatie: enerzijds als onderwerp van aanbidding, anderzijds als onderpand van engagement.
Met het volste recht heeft het tweede Vaticaans concilie onderstreept dat de eucharistie essentieel en primordiaal een gemeenschapsgebeuren is, een maaltijdhandeling rondom de tafel van de kerkgemeenschap met de Heer Jezus ‘in medio ecclesiae’, in ons midden.
De zin en de meerwaarde van een ietwat statischer benadering op een dag als vandaag bestaan erin dat de aandacht gevestigd wordt op enkele aspecten die wat al te zeer in de schaduw staan en vergeten dreigen te worden. Eucharistie is soms al te gewoon geworden. Het ontbreekt ons soms aan aandacht en zin voor het offer, voor het heilige, het sacrale, voor het mysterie.
Sacramentsdag zorgt voor een goed evenwicht tussen een soms te eenzijdige, te veel of te weinig benadrukte horizontale of verticale benadering van het unieke eucharistische gebeuren dat christenen uiteindelijk tot christenen maakt:
voor alle eeuwen een teken ons gegeven van leven — Sacrament van de verrijzenis,
God die blijvend in ons midden is.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x