Jaar C, Witte Donderdag

Witte Donderdag, jaar C

Een avond met een heel intense geladenheid van vriendschap, vrede, vreugde ondanks naderend verraad en verloochening die onvermijdelijk culmineren in het kruis van morgen. Herinnering aan een avond, tweeduizend jaar geleden, maar ook volle actualiteit nu: wij doen mee, het gebeurt aan ons. Nu, zoals toen, heeft het alles te maken met de essentie van ons christen-zijn.

Het teken bij uitstek van deze avond is het feestelijk maaltijdsgebeuren dat wij eucharistie noemen. Zijn wij ertoe in staat dit helemaal te begrijpen? Dit adequaat te verwoorden? Gedachtenis – feest – maaltijd – broedermaal – paasmaal – offer – transsubstantiatie – eucharistie, letterlijk vertaald: het goede-danken. Of nog, zoals het lied het zingt:

Voor alle eeuwen een teken ons gegeven van leven.
Sacrament van de verrijzenis,
God die blijvend in ons midden is.

Tegelijk is er dat andere teken, verhaald en uitgebeeld: de voetwassing. Door de tijden heen werd het in onze kerk gezien als een symbool van alles en nog wat: doop, vergeving, eucharistie zelf… tot een eigen achtste sacrament toe.

In elk geval gaat het over de Meester die slavendienst verricht en dit gebaar bestempelt als het teken van het nieuw gebod: heb elkander lief, zoals Ik u heb liefgehad.

In elk geval gaat het over dienstbaarheid, christelijke broederliefde als de grondwet, de bestaansreden, de wezenheid en de oergestalte van het christendom. Daarzonder verliest de eucharistie zelf haar zin en wordt het kruis hooguit het foltertuig van een onmenselijk wrede God.

Wat is de inhoud, de betekenis van dit liefhebben, van dienstbaarheid, broederliefde, caritas et amor?

Een andere vraag die de vorige zal helpen beantwoorden, is: Wat is voor de Heer Jezus de aanleiding, het motief geweest voor deze handeling in de marge van de eucharistische maaltijd? Is het zomaar wat vriendelijke dienstvaardigheid? (Er zijn zo van die mensen die het niet laten kunnen…) Maar daarvoor is het moment te groot en het feit op zich te klein. Is het een instinctieve behoefte om zichzelf te kleineren? (Er zijn zo van die mensen die het niet laten kunnen…) Maar daarvoor is Jezus’ zelfbewustzijn te sterk. Hij is zich welbewust van de afstand die er is tussen zijn waardigheid en zijn handelwijze, iets dat louter menselijk gesproken ergens onlogisch kan lijken.

Is het een voorbeeld uit de bewuste pedagogie van de Leraar? (Er zijn zo van die mensen die het niet laten kunnen…) Maar daarvoor is Jezus’ optreden te echt en te natuurlijk; opzettelijke pedagogie kan zo kunstmatig en onwaarachtig overkomen…

Wij moeten Jezus’ reden, zijn motief dieper zoeken. Johannes beschrijft het in de majestueuze inleiding op het eigenlijke verhaal. Toen het paasfeest ophanden was, kwam zijn uur. Hij had de zijnen in de wereld bemind; nu gaf Hij hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe. In het bewustzijn dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde…

Tot hier wordt deze evangelietekst geciteerd in een ons vertrouwd eucharistisch dankgebed, voorafgaand aan de instellingswoorden van de eucharistie zelf. Bij Johannes sluit er het verhaal van de voetwassing op aan, dat in tegenstelling tot de plechtige inleiding in alle eenvoud verloopt.

Maar waarom staat in die plechtige inleiding voorop dat nú zijn uur gekomen is? Waarom is deze voetwassing een bewijs van zijn liefde tot het uiterste? Waarom vindt Jezus van zichzelf dat Hij zodoende hier en nu het best van al gestalte kan geven aan… zijn relatie tot de Vader? Want dát en dát alleen is het motief van Jezus’ handelen: het bewustzijn dat Hij van de Vader is uitgegaan en naar de Vader terugkeert; het bewustzijn dat God zijn alfa en zijn omega is, zijn oorsprong en zijn doel.

God is liefde, zegt dezelfde Sint-Jan. Ook de relatie tussen Jezus en zijn Vader is liefde. Zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eengeboren Zoon heeft gezonden.

Nog blijft dan de vraag overeind, wat in de context van deze relatie het begrip liefde concreet te betekenen heeft. Allicht betekent het iets ‘anders’ dan in louter menselijke relaties. Maar als wij zeggen dat God de mens bemint, hoe kan dan deze verheven waarheid gestalte krijgen in een teken, zo banaal als het wassen van voeten?

Bij de moeilijke zoektocht naar wat inzicht in dit mysterie worden wij terzijde gestaan door Paulus met zijn hymnische gedicht uit de Filippenzenbrief, de tekst van het beroemde gregoriaanse wittedonderdaglied `Christus factus est’.

Jezus Christus is het beeld van God.
Rechtmatig is Hij Gods gelijke.
Maar Hij heeft zich in het beeld van Gods knecht ontledigd:
Hij werd gelijk aan de mens.

En bevonden als waarachtig mens
heeft Hij zichzelf geheel ontledigd.
Tot de dood was Hij gehoorzaam aan God zijn Vader,
ja, tot de dood op het kruis.

Centraal in deze beide strofen staat het bevreemdende woord ontlediging: als een goddelijke daad, als een goddelijke deugd, een goddelijke eigenschap; als een neerwaartse beweging, ontsproten uit goddelijke deemoed. Gods deemoed als motor van zijn schepping – dat wat de liefde actief maakt; deemoed als motor van de verlossing in haar dubbele fase: menswording en levensgave – offer.

Voetwassing is geen symbolisch spelletje van mensen die onder elkaar wat lief doen, maar een teken van God zelf: een teken van zijn ontlediging; Hij ontdoet zich van zijn volheid: een teken van zijn deemoed – Hij maakt zich klein voor de mens en buigt zich in zijn almacht neer voor de kleinste
mens.

Eeuwige, onveranderlijke, maar o zo buigzame God die de unieke waardigheid van de mens schept, maakt, ziet, erkent en ervoor neerbuigt. Voetwassing nu. In geloof nemen wij eraan deel en belijden: ubi caritas et amor, Deus ibi est. Wij delen in Gods liefde als wij delen in zijn deemoed.

Omdat Ik, uw Meester, u de voeten heb gewassen… omdat God zichzelf ontledigd heeft… omdat de Heer Jezus deemoedig is… daarom ook wij. Dat wij elkanders waardigheid zien, erkennen, maken; dat wij voor elkaar neerbuigen; dat wij elkander de voeten wassen; dat wij elkaar liefhebben.

Christendom is: bereidheid tot zelfontlediging, inclusief de bereidheid om te aanvaarden wat voor de wereld dwaas is, om te dragen wat voor het menselijk gevoelen onverdraaglijk is, en om zinvol om te gaan met wat voor het verstand zinloos is.

Weze het: Jezus’ kruis.

Weze het: ons leed, onze pijn; onze schaamte en schande; ons werk dat instort; ons woord dat wordt verraden: onze liefde die afsterft; onze geliefde die sterft; en nog zoveel meer dan dat.

Niet dat wij het lijden koesteren of zoeken, zoals het christendom vaak verweten wordt.

Want ondanks naderend verraad en verloochening die culmineren in het kruis van morgen, is deze avond een avond van heel intense geladenheid, van authentieke vriendschap, vreugde, vrede – omdat in het hart van hetzelfde christelijke mysterie de meest ontledigde leegte van het laatste kruiswoord van morgen, ‘Het is volbracht’, even plots als geleidelijk overvloeit in de volste volheid van het eerste paaswoord van de derde dag, `Vrede zij met u’.

Daarom ook heeft God Hem zeer verhoogd en Hem de hoogste Naam gegeven.

Opdat wij zijn macht erkennen en steeds belijden:
Jezus is waarlijk de Heer.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments
0
Would love your thoughts, please comment.x
()
x